Wetenschap op twee manieren
- De Wetenschappelijke revolutie is een fase waarin de houding van wetenschappers
ingrijpend veranderde.
- Je moest logisch redeneren en experimenteren, hierbij paste het rationalisme en het
empirisme;
Rationalisme:
- Descartes beschouwde het verstand en het vermogen tot logisch redeneren als de meest
zuivere bron van kennis
Hierbij waarin de zintuigen niet betrouwbaar
Wiskunde werd veel gebruikt
Empirisme:
- Bacon vond dat juist waarneming door onze zintuigen het beginpunt van onze kennis is
De eerste voorbeelden (16e eeuw)
- Vaak zag je al dat mensen dingen ontdekten, maar doordat ze bang waren voor de
Katholieke kerk het niet uitbrachten.
Een kosmos zonder God?
- Vooral op gronden van wiskunde, natuurkunde en sterrenkunde werden er veel
ontdekkingen gedaan
- René Descartes zag de wereld als een machine die ooit door God in beweging was gezet,
maar die nu zelfstandig functioneerde volgens bepaalde natuurwetten mechanistisch
wereldbeeld
Hij zag het als een scheiding tussen God en werkelijkheid
- Benedictus de Spinoza kwam erachter dat er buiten God geen werkelijkheid was God was
niet ‘iemand’ die de schepping had bedacht, maar hij was de schepping
Men moest volgens hem de natuurwetten besturen en niet de Bijbel, want de Bijbel was
niet het woord van God maar van de mensen
Een langzame revolutie
- In de 17e eeuw bestond de scheiding tussen geloof, bijgeloof en wetenschap nog niet.
Isaac Newton bestuurde bijv. astrologie en alchemie die tegenwoordig niet meer als
wetenschappelijk gezien worden