Inspanningsfysiologie hoofdstuk 10 Trainen van fysieke belastbaarheid
Training kent 4 aspecten: een technisch, tactsch, entaal en licha elijk aspect. In dit hoofdstuk
wordt er verder ingegaan op het licha elijke aspect
Aan het licha elijke prestatever ogen worden 5 eigenschappen onderscheiden
(= grond otorische eigenschappen)
- Kracht
- Snelheid
- Uithoudingsver ogen
- Lenigheid
- Coördinate
Mentale processen, techniek en tactek ijn van groot belang voor het einddoel. Motveren en
strategieën bedenken en begeleiden aken de behandeling of training co pleet.
Grond otorische eigenschappen
Kracht
Uitdrukking in newton (N). Spierkracht et het enselijk lichaa of voorwerpen in beweging. Kracht
kent veel verschijningsvor en:
- Maximale kracht (Fmax) = de grootste kracht die een spier(groep) kan ontwikkelen bij een
een alige contracte.
1RM (repette axi u ) = de belastng ( eestal het gewicht) waar ee je een beweging net
één keer correct kunt uitvoeren. Er kan daarbij nog onderscheid worden ge aakt naar
verschillende contractevor en:
o Maxi ale iso etrische (statsch)
o Concentrische contracte
o Excentrische contracte
In de praktjk wordt 1RM eestal geschat bij concentrische kracht
- Snelkracht = wordt gebruikt o weerstanden et de hoogst ogelijke contractesnelheid te
verplaatsen (denk aan contractes van .gastrocne ius bij sprinters op topsnelheid)
- Explosieve kracht = o explosief ogelijk uitvoeren van een contracte tegen weerstand in.
Het accent ligt op de axi ale versnelling (denk aan contractes bij een volleyballer tjdens
de af et bij een axi ale sprong)
- Krachtuithoudingsvermogen = het vaker achtereen uitvoeren van een contracte tegen een
bepaalde sub axi ale weerstand in. (denk aan de contracte van kuitspieren bij ie and die
de trap nee t naar de 4e verdieping)
Bij doelgericht trainen kijken naar de hulpvraag en na analyse te kie en voor de juiste ‘soort’ kracht.
Casus:
Een oudere heef oeite et opstaan uit een lage stoel. (in de wetenschap een verband gevonden
tussen de axi ale kracht van de kniestrekkers (rond een hoek van 90 graden) en het wel of niet op
kunnen staan uit een stoel) grote kans dat het problee te wijten is aan onvoldoende axi ale
kracht. Je kunt testen hoe groot die axi ale kracht is (hoofdstuk 13). Met oefentherapie kan
gewerkt worden aan toena e van ax. kracht van kniestrekkers in specifeke gewrichtshoeken.
Snelheid
= de bewegingssnelheid van lichaa sdelen (of –seg enten).
Training kent 4 aspecten: een technisch, tactsch, entaal en licha elijk aspect. In dit hoofdstuk
wordt er verder ingegaan op het licha elijke aspect
Aan het licha elijke prestatever ogen worden 5 eigenschappen onderscheiden
(= grond otorische eigenschappen)
- Kracht
- Snelheid
- Uithoudingsver ogen
- Lenigheid
- Coördinate
Mentale processen, techniek en tactek ijn van groot belang voor het einddoel. Motveren en
strategieën bedenken en begeleiden aken de behandeling of training co pleet.
Grond otorische eigenschappen
Kracht
Uitdrukking in newton (N). Spierkracht et het enselijk lichaa of voorwerpen in beweging. Kracht
kent veel verschijningsvor en:
- Maximale kracht (Fmax) = de grootste kracht die een spier(groep) kan ontwikkelen bij een
een alige contracte.
1RM (repette axi u ) = de belastng ( eestal het gewicht) waar ee je een beweging net
één keer correct kunt uitvoeren. Er kan daarbij nog onderscheid worden ge aakt naar
verschillende contractevor en:
o Maxi ale iso etrische (statsch)
o Concentrische contracte
o Excentrische contracte
In de praktjk wordt 1RM eestal geschat bij concentrische kracht
- Snelkracht = wordt gebruikt o weerstanden et de hoogst ogelijke contractesnelheid te
verplaatsen (denk aan contractes van .gastrocne ius bij sprinters op topsnelheid)
- Explosieve kracht = o explosief ogelijk uitvoeren van een contracte tegen weerstand in.
Het accent ligt op de axi ale versnelling (denk aan contractes bij een volleyballer tjdens
de af et bij een axi ale sprong)
- Krachtuithoudingsvermogen = het vaker achtereen uitvoeren van een contracte tegen een
bepaalde sub axi ale weerstand in. (denk aan de contracte van kuitspieren bij ie and die
de trap nee t naar de 4e verdieping)
Bij doelgericht trainen kijken naar de hulpvraag en na analyse te kie en voor de juiste ‘soort’ kracht.
Casus:
Een oudere heef oeite et opstaan uit een lage stoel. (in de wetenschap een verband gevonden
tussen de axi ale kracht van de kniestrekkers (rond een hoek van 90 graden) en het wel of niet op
kunnen staan uit een stoel) grote kans dat het problee te wijten is aan onvoldoende axi ale
kracht. Je kunt testen hoe groot die axi ale kracht is (hoofdstuk 13). Met oefentherapie kan
gewerkt worden aan toena e van ax. kracht van kniestrekkers in specifeke gewrichtshoeken.
Snelheid
= de bewegingssnelheid van lichaa sdelen (of –seg enten).