Inhoud
Inhoud ..................................................................................................................................................... 1
Part II : Vraag en aanbod : hoe markten werken .................................................................................... 3
Chapter 6: Bedrijven in competitieve markten ................................................................................... 3
1. De kost van de productie............................................................................................................. 3
2. Productie en kosten..................................................................................................................... 3
3. De verschillende maatstaven van kosten .................................................................................... 5
4. Kosten op korte en lange termijn ................................................................................................ 5
5. Schaalvoordelen .......................................................................................................................... 6
6. Competitieve markt ..................................................................................................................... 6
7. Winstmaximalisatie en aanbodcurve .......................................................................................... 7
8. Aanbodcurve in competitieve markt ........................................................................................... 9
Part VI : Gedrag van ondernemingen en marktstructuren ................................................................... 10
Chapter 13: Productiekeuzes van bedrijven ..................................................................................... 10
1. Isokwant en isokost ................................................................................................................... 10
2. Kostenminimaliserende inputcombinatie ................................................................................. 11
3. Conclusie.................................................................................................................................... 11
Chapter 14: Marktstructuren – monopolie ....................................................................................... 12
1. Imperfecte concurrentie ........................................................................................................... 12
2. Waarom monopolies ontstaan .................................................................................................. 12
3. Hoe monopolisten productie en prijs beslissingen maken ....................................................... 12
4. Welvaartskost voor monopolie ................................................................................................. 14
5. Prijsdiscriminatie ....................................................................................................................... 14
6. Beleid overheid tegenover monopolies .................................................................................... 15
7. Conclusie.................................................................................................................................... 15
Chapter 15: Monopolistische concurrentie....................................................................................... 16
1. Concurrentie met gedifferentieerde goederen......................................................................... 16
2. Reclame en merkbekendheid .................................................................................................... 16
3. Betwistbare markten ................................................................................................................. 17
4. Conclusie.................................................................................................................................... 17
Chapter 16: Oligipolie ........................................................................................................................ 18
1. Karakteristieken van oligopolies................................................................................................ 19
2. Speltheorie ................................................................................................................................ 20
3. Toetredingsbelemmering bij oligopolies ................................................................................... 20
1
, Samenvatting – Micro-economie B
4. Overheidsbeleid over oligopolies .............................................................................................. 20
Part V : inefficiënte marktallocaties ...................................................................................................... 21
Chapter 12: Informatie en gedragseconomie ................................................................................... 21
1. Principaal en agent .................................................................................................................... 21
2. Assymetrische informatie .......................................................................................................... 21
3. Afwijkingen van het standaardmodel ....................................................................................... 24
2
, Samenvatting – Micro-economie B
Part II : Vraag en aanbod : hoe markten werken
Chapter 6: Bedrijven in competitieve markten
Marktatomisme Duopolie
→ veel vragers en aanbieders → twee grote spelers
→ hebben geen impact op de markt → wel groot deel marktmacht
1. De kost van de productie
Opportuniteitskost = expliciete + impliciete kosten
→ kiezen is verliezen
Opportuniteitskost kapitaal
→ eigen middelen → kost = 0 (maar geen intrest)
→ vreemde middelen → kost = rente
→ enkel boekhoudkundig verschil
2. Productie en kosten
Productieproces
Korte termijn Niet flexibel
→ lopende engagementen
Lange termijn Wel flexibel
→ zaken aanpassen op LT (VB: contracten)
Productiemogelijkhedenverzameling
Boven functie = niet haalbaar
Functie = haalbaar = technisch efficiënt
Onder functie = haalbaar → NIET efficiënt
Productiefunctie
= verband tussen input en output
3
, Samenvatting – Micro-economie B
Maatstaven van de productiviteit
= geeft iedie over in welke mate een input zorgt voor productie van output
→ gemiddeld (per E input) of marginaal (per extra E input)
GEMIDDELDE PRODUCTIVITEIT MARGINALE PRODUCTIVITEIT
𝑜𝑢𝑡𝑝𝑢𝑡 𝑞 𝑡𝑜𝑒𝑛𝑎𝑚𝑒 𝑜𝑢𝑡𝑝𝑢𝑡 ∆𝑞
= = 𝐺𝑝𝐴 = = = 𝑀𝑝𝐴 =
𝑖𝑛𝑝𝑢𝑡 𝑞𝐴 𝑡𝑜𝑒𝑛𝑎𝑚𝑒 𝑖𝑛𝑝𝑢𝑡 ∆𝑞𝐴
→ globale maatstaf → lokale maatstaf
[0 , 𝑞𝐴 ] Houdt enkel rekening met laatste E
MP > GP = gem ↑
MP < GP = gem ↓
MP = GP = gem =
Wet van afnemende meeropbrengsten
→ marginale productiviteit = meeropbrengsten
Verloop totale kostenfunctie
MPA = bijkomende productie bij elke bijkomende arbeid
PRODUCTIEFUNTIE KOSTENCURVE
PAS OP: ASSEN NIET OMWISSELEN
4
, Samenvatting – Micro-economie B
3. De verschillende maatstaven van kosten
VASTE KOSTEN VARIABELE KOSTEN
Onafhankelijk van productievolume Afhankelijk van productievolume
Productiefuntie en kostencurve
Elkaars omgekeerde: en OF en
Als kostencurve door (0,0) gaat dan is er geen vaste kost (FK)
Totale kost
TK = VK + FK
Gemiddelde kosten
Gemiddelde vaste kost: GFK = FK/q
Gemiddelde variabele kost: GVK = VK/q
Gemiddelde kost: GK = TK/q
Verloop van gemiddelde kosten
GFK is ALTIJD dalend (spreidingseffect)
GVK meestal U-vorm
Marginale kosten
= extra kost om extra E te produceren
→ productiviteit ↓ (afnemende meeropbrengst)
MK onder GK → GK ↓
MK boven GK → GK ↑
MK door min GK → MES (=minimum efficiënte schaal)
→ productie geproduceerd met laagste GK
U-vorm
4. Kosten op korte en lange termijn
Alle korte termijncurves loggen op of boven de langetermijncurve
5