Samenvatting Apotheekbeheer
H1
Dierengeneesmiddel: of een product een diergeneesmiddel heeft, hangt er
vanaf of de fabrikant op zijn verpakking schrijft dat het product een medische
werking heeft én van welk werkzaam bestanddeel in het product zit.
Volgens de ‘Wet Dieren’:
Een samenstelling van enkelvoudige of meervoudige substanties die:
een enkelvoudig of meervoudige substantie die wordt gepresenteerd als
te beschikken over therapeutische of profylactische eigenschappen met
betrekking tot ziekten bij dieren.
Kan worden toegepast bij dieren om een medische diagnose te stellen
Om fysiologische functies te herstellen, verbeteren of te wijzigen door een
farmacologisch, immunologisch of metabolisch efect te bewerkstelligen.
Indicaties:
• Therapeutisch (genezend)
• Profylactisch (preventief)
• Diagnose stellen
• Fysiologische functies verbeteren
Diergeneesmiddelen: Als ze op of in het dier worden gebruikt, anders is het een
bestrijdingsmiddel.
Geregistreerd product herkenbaarheid:
1. Het woord DIERGENEESMIDDEL op de verpakking
2. Reg. NL 1234
3. Kanalisatiestatus
Registratie bijsluiter:
1. Indicatie
2. Diersoort
3. Toedieningsweg
4. Dosering
5. Wachttijd (voedselproducerende dieren)
Off-Label use: Een medicijn anders gebruiken dan staat beschreven in de
registratie
Cascaderegeling: regeling die gevolgd mag worden als er geen geregistreerd
diergeneesmiddel beschikbaar is voor de diersoort of indicatie. Dit is volgens
strenge voorwaarden e mag alleen gebruikt worden bij diergeneeskunde
noodzaak bij gezelschapsdieren en landbouwhuisdieren alleen ingeval van
ondragelijk lijden.
Homeopathische middelen worden wel als diergeneesmiddel geregistreerd,
maar deze producten hoeven aan minder eisen te voldoen.
Veterinaire middelen die niet onder de defnitie diergeneesmiddel vallen,
hoeven niet te worden geregistreerd.
De oude term voor Exf-tempore bereidingen is magistrale bereiding. Dit zijn
diergeneesmiddelen die op recept van een dierenarts in een (humane) apotheek
worden bereid voor een bepaald dier of klein aantal dieren.
1
, Voor toediening gereed maken (VTGM): bij een medicijn stroop toevoegen
voordat je het toedient bij het dier.
Kanalisatiestatus: Deze regel bepaald wie het middel mag afeveren en wie het
mag toepassen:
VRIJ: alle ongevaarlijke producten. Iedereen mag deze toepassen en
behalve een dierenartsenpraktijk mogen ook dierenspeciaalzaak,
tuincentrum of supermarkt deze verkopen.
Voorbeeld: vlooienmiddelen, vitaminen, minderalen.
URA: uitsluitend op recept af te leveren door dierenarts. Bij
dierspeciaalzaak moet het op recept en met een vergunning afgeleverd
worden.
Voorbeeld: ontwormingsmiddelen paarden/landbouwhuisdieren
UDA: uitsluitend door de dierenarts of apotheker af te leveren. Zowel
dierenarts als klant mag het toedienen.
Voorbeeld: Insuline/NSAID’s
UDD: Uitsluitend door dierenarts toe te dienen. Niemand levert het.
Voorbeeld: vaccinatie, injectiemiddelen, antibiotica (maar geen insuline).
2
H1
Dierengeneesmiddel: of een product een diergeneesmiddel heeft, hangt er
vanaf of de fabrikant op zijn verpakking schrijft dat het product een medische
werking heeft én van welk werkzaam bestanddeel in het product zit.
Volgens de ‘Wet Dieren’:
Een samenstelling van enkelvoudige of meervoudige substanties die:
een enkelvoudig of meervoudige substantie die wordt gepresenteerd als
te beschikken over therapeutische of profylactische eigenschappen met
betrekking tot ziekten bij dieren.
Kan worden toegepast bij dieren om een medische diagnose te stellen
Om fysiologische functies te herstellen, verbeteren of te wijzigen door een
farmacologisch, immunologisch of metabolisch efect te bewerkstelligen.
Indicaties:
• Therapeutisch (genezend)
• Profylactisch (preventief)
• Diagnose stellen
• Fysiologische functies verbeteren
Diergeneesmiddelen: Als ze op of in het dier worden gebruikt, anders is het een
bestrijdingsmiddel.
Geregistreerd product herkenbaarheid:
1. Het woord DIERGENEESMIDDEL op de verpakking
2. Reg. NL 1234
3. Kanalisatiestatus
Registratie bijsluiter:
1. Indicatie
2. Diersoort
3. Toedieningsweg
4. Dosering
5. Wachttijd (voedselproducerende dieren)
Off-Label use: Een medicijn anders gebruiken dan staat beschreven in de
registratie
Cascaderegeling: regeling die gevolgd mag worden als er geen geregistreerd
diergeneesmiddel beschikbaar is voor de diersoort of indicatie. Dit is volgens
strenge voorwaarden e mag alleen gebruikt worden bij diergeneeskunde
noodzaak bij gezelschapsdieren en landbouwhuisdieren alleen ingeval van
ondragelijk lijden.
Homeopathische middelen worden wel als diergeneesmiddel geregistreerd,
maar deze producten hoeven aan minder eisen te voldoen.
Veterinaire middelen die niet onder de defnitie diergeneesmiddel vallen,
hoeven niet te worden geregistreerd.
De oude term voor Exf-tempore bereidingen is magistrale bereiding. Dit zijn
diergeneesmiddelen die op recept van een dierenarts in een (humane) apotheek
worden bereid voor een bepaald dier of klein aantal dieren.
1
, Voor toediening gereed maken (VTGM): bij een medicijn stroop toevoegen
voordat je het toedient bij het dier.
Kanalisatiestatus: Deze regel bepaald wie het middel mag afeveren en wie het
mag toepassen:
VRIJ: alle ongevaarlijke producten. Iedereen mag deze toepassen en
behalve een dierenartsenpraktijk mogen ook dierenspeciaalzaak,
tuincentrum of supermarkt deze verkopen.
Voorbeeld: vlooienmiddelen, vitaminen, minderalen.
URA: uitsluitend op recept af te leveren door dierenarts. Bij
dierspeciaalzaak moet het op recept en met een vergunning afgeleverd
worden.
Voorbeeld: ontwormingsmiddelen paarden/landbouwhuisdieren
UDA: uitsluitend door de dierenarts of apotheker af te leveren. Zowel
dierenarts als klant mag het toedienen.
Voorbeeld: Insuline/NSAID’s
UDD: Uitsluitend door dierenarts toe te dienen. Niemand levert het.
Voorbeeld: vaccinatie, injectiemiddelen, antibiotica (maar geen insuline).
2