In dit verslag heb ik gewerkt aan het eindopdracht van module 13 – Handelen in onvoorziene
en crisissituaties. Wat is er gebeurd?: een val incident bij een zorgvrager die tot onze klanten
behoort (Thuiszorg Strijen). Het val incident heeft in haar woning plaatsgevonden. Ik heb
hierbij gehandeld volgens het opgestelde zorgplan van de zorgvrager en volgens de
protocollen en richtlijnen van onze organisatie.
Deel A (de situatie)
Casus
Mw. Z. 89 jaar woont zelfstandig in een twee onder 1 kap woning. Mw. heeft 1 mantelzorger,
haar nichtje waar ze goed contact heeft. Mw. mobiliseert zich met een wandelstok. Mw. krijgt
thuiszorg twee keer per week en twee keer visite van Homistead.
Mw. is bekend met dementie waardoor haar cognitieve functies steeds achteruit gaan. Mw.
heeft de laatste paar maanden last van verwardheid waardoor ze zichzelf verwaarloosd. Het
aantal zorgmomenten is inmiddels verdubbeld maar zonder resultaat. Mw. is inmiddels
meerderen keren gevallen waardoor zelfstandig wonen niet meer veilig is. Gezien de situatie
worden er gesproken met haar casemanager, haar nichtje, de arts en de
wijkverpleegkundige, om mw. over te plaatsen naar een verzorging huis maar mw. wilt niet
verhuizen. Mw. ziet de gevaren niet zelf in. Volgens haar gaat het prima. Mw. houdt niet van
verzorgd worden, mw. wilt liever alles zelfstandig doen.
De Situatie
Het val incident speelde zich af in de woonkamer van mw. Z. Tijdens mijn ochtend dienst op
25-09-2023 was ik werkzaam met 4 vaste medewerkers van de Mc Thuiszorg Strijen. 3
verpleegkundigen, 1 wijkverpleegkundige en ik derde jaar leerling VIG.
Mw. stond als laatst op mijn ochtend route. In haar zorgplan staat geschreven dat als wij
langs gaan bij mw. en zij de deur niet open maakt dan mogen wij met haar sleutel uit het
sleutel kastje bij haar voordeur naar binnen gaan.
Ik kwam bij mw. rond 11:45u. Drie keer op de deur en het keuken raam geklopt. Mw. deed
de deur niet open. Met de sleutel mijzelf binnen gelaten. Bij binnenkomst trof ik mw. aan
liggend op de vloer van de woonkamer. De ladekast in de woonkamer aan de rechterzijde
waar mw. lag was half open. Haar alarm bandje lag achter de stoel. De stoel stond scheef
vlakbij haar benen. Haar slippers waren in de keuken bij de deur.