Hoofdstuk 1,3,4,5,7,8
1
,Inhoud
Inleiding (H1)............................................................................................2
Psychodynamische benadering (PDB).......................................................3
Cognitief-gedragstherapeutische benadering...........................................9
Clientgerichte benaderingen...................................................................16
Systeemgerichte benadering..................................................................18
Oplossingsgerichte benadering en positieve psychologie......................25
Inleiding (H1)
2
, Electisch (/integratief): methodes en inzichten gebruiken uit
verschillende psychologische scholen of stromingen
Verschillende componenten:
Ontwikkelings component: manier van ontwikkelen in loop van leven
Neurobiologische component: genetische aanleg die zich in
wisselwerking met de omgeving ontvouwt
Affectieve component: hoe ga je om met gevoelens en emoties
Cognitieve component: denkprocessen
Gedragscomponent: manier van gedragen en hoe dit is geleerd
Interpersoonlijke component: manier van omgaan met anderen,
relaties en scheidingen
Systemische component: sociale systemin
Evidence-based: wetenschappelijk bewijs
Percentage effecten psychotherapie:
Lambert 1992:
- 40% verandering door factoren buiten de therapie
- 30% algemene therapiefactoren
- 15% technieken
- 15% placebo effecten
Norcross 2004:
- 45% onverklaarbare variantie
- 25% patient
- 10% therapeutische relatie
- 8% behandelmethode
- 7% kenmerken van de psychotherapeut
- 5% interactie tussen de therapie factoren
Psychodynamische benadering (PDB)
Sigmund Freud
- Psychoanalyse: patient op divan
- Psychoanalystische therapie: patiënt en therapeut op een stoel
tegenover elkaar meer interactie
3
, Freuds theorie
Bewuste-voorbewuste-onderbewuste
- Verborgen, symbolische boodschappen
- Niks gebeurt toevallig
Vroege jeugdperiode is bepalend
Dromen en freudiaans versprekingen
Beïnvloedt door evolutietheorie van Darwin
Kenmerken therapie:
- Vrije associatie (liggen op de bank en alles uiten)
- Duiden (van alle perspectieven kijken)
- Langdurig karakter
- Afstand/neutrale houding (abstinentie)
- Doel: onbewuste bewust maken
Freud had het over seksuele en menselijke driften (ontplooiing, studeren,
voortplanting), ieder mens is geboren met een levensdrang (eros) (en een
doodsdrang (thanos))
- Lichamelijke symptomen psychische oorzaak
Conversiestoornis: lichamelijke uitvalverschijnselen vanwege
psychische problemen (= hysterie)
Affectregulering en metalliseren: onbekende gevoelens toelaten,
benoemen, begrijpen en hanteren.
Modellen:
Het driftmodel: stelt dat de mens wordt voortgedreven door seksuele en
agressieve driften.
- Levensdrift: alles wat gericht is op genieten en creatieve expressie
- Doodsdrift: wanneer je de levensdrift onderdrukt, destructieve drift
gericht op dood
4