communicatie
Week 1:
Hoeken et al. (2011) (paragraaf 1 en 5)
1. Maak een lijstje van informatee en communicatetechnologie in de zorg waar je zelf
ervaring mee hebt, of waar je van gehoord hebt. Bedenk per toepassing (dus per app/site/
chatopte/etc.) wat voor jou een reden zou zijn om die toepassing wel/niet te gebruiken.
Ik gebruik zelf bijna nooit informate- en communicatetechnologie in de zorg, behalve bijvoorbeeld
thuisarts.nl of gezondheidsplein.nl. Beide sites zijn overzichtelijk en geschreven in begrijpelijke taal,
wat voor mij een reden is om ze te gebruiken.
2. Wat houdt gezondheidsgeletterdheid in?
De mate waarin individuen zorg-gerelateerde informate kunnen krijgen, verwerken, begrijpen en
communiceren, om zo doordachte gezondheidsbeslissingen te nemen. (Ze moeten het toe kunnen
passen.)
3. Wat is de belangrijkste ontwikkeling die de auteurs schetsen ten aanzien van de manier
waarop patinten omgaan met informate?
Er is een ontwikkeling gaande waarbij de patint verandert van een passieve luisteraar naar een
zorgconsument die actef deelneemt aan zijn of haar behandeling en die daarbij als volwaardig
gesprekspartner aan het communicateproces wil deelnemen. Ook zien ze hun arts niet meer als
enige bron van informate, maar zoeken ze ook bijvoorbeeld op Google of vragen ze dingen aan
vrienden of familie.
4. Er lijkt een paradox te zitten in de attude van de lezer van gezondheidsinformate. Hoe
zou je die kunnen samenvatten?
De lezer gaat vaak actef op zoek naar informate en vindt het ook belangrijk dat deze informate
betrouwbaar is, maar tegelijkertjd lezen ze de informate slechts vluchtg door en nemen ze snel
genoegen met ‘goed genoeg’. Ook let de lezer in de praktjk nauwelijks op de betrouwbaarheid van
de bron.
5. Wat zijn de voornaamste problemen met digitale gezondheidscommunicate?
- Niet iedereen is in staat om mee te gaan in de digitale ontwikkelingen zoals computers en
internet.
- Veel zoekstrategiein leveren veel zoekresultaten op, waardoor het moeilijk wordt om de
meest relevante informate te selecteren. Vaak is het onmogelijk om alle informate grondig
te lezen, waardoor mensen soms dingen maar oppervlakkig lezen.
- Mensen leten niet altjd goed op of de afzender/bron wel betrouwbaar is.
- Patinten zoeken veelal hun informate binnen ‘peer’ groepen en sociale media.
6. Welke oplossingen worden voor die problemen aangedragen?
- Via ‘Google Ads’ kan er winst worden behaald bij het ondersteunen van het zoek- en
selecteproces.
- Er zijn initateven om informate toegankelijker te maken (bijvoorbeeld makkelijkere taal).
- Boodschappen worden steeds meer aangepast op het individu met behulp van ICT.
Hustnx & Karreman (2018) (vanaf 2.4)
7. Wat is relatonele coherente?
, Bij relatonele coherente wordt er nagegaan welke betekenisrelates er bestaan tussen eenheden. Er
wordt geanalyseerd hoe de betekenissen van tekstdelen (deelzinnen, zinnen en grotere delen zoals
alinea’s) met elkaar samenhangen. Er wordt niet alleen gekeken naar de verbanden tussen zinnen,
maar ook naar verbanden binnen zinnen.
8. Kan er sprake zijn van relatonele verbanden binnen zinnen of tussen zinnen, of allebei? Leg
uit (met voorbeeld(en)).
Beide: Bij relatonele verbanden binnen zinnen heb je het bijvoorbeeld over een tegenstelling of
opsomming. Om bijvoorbeeld een tegenstelling aan te geven, worden meestal signaalwoorden
gebruikt zoals ‘toch’, ‘echter’ en ‘desondanks’. Bij relatonele verbanden tussen zinnen kun je
bijvoorbeeld in de eerste zin een defnite van een begrip hebben waarbij in de tweede zin een
voorbeeld van dit begrip wordt gegeven in het dagelijks leven.
9. Wat is het verschil tussen een proces en een procedure?
Een proces is een opsomming van een aantal gebeurtenissen die na elkaar plaatsvinden. Die
gebeurtenissen kunnen een causale samenhang vertonen, maar de relate is in de eerste plaats
chronologisch van aard. Een procedure is een variant op een proces. Hier gaat het om een reeks
handelingen die uitgevoerd moeten worden, een soort van instructe, om een bepaald doel te
bereiken. Bij een procedure is er dus tevens sprake van een middel-doelrelate.
10. Wat voor type verband zoeken lezers vaak bij een gebrek aan coherentemarkeerders, een
causaal of een additef verband. Waarom? Bij welke soorten relatonele verbanden is
eigenlijk niet te variiren met volgorde?
Een causale relate, omdat lezers geneigd zijn tot een maximaal coherente interpretate van een
tekst. Causaliteit geef een sterkere samenhang dan tjd. Dus als het enigszins kan, interpreteren we
een additeve procesrelate als een causale relate. Meestal is bij additeve verbanden niet te variiren
met volgorde (behalve bij opsomming en extra informate).
11. Zijn er ook soorten relatonele verbanden waarbij de polariteit niet kan variiren? Zo ja,
welke?
Polariteit van relates: Hiermee wordt bedoeld dat een relate tussen twee tekstdelen positef of
negatef kan zijn. Vaak is er bij een additeve relatonele verband zoals samenvatng, voorbeeld,
extra informate en proces/procedure, geen variirende polariteit (uitzondering:
opsomming/tegenstelling).
12. Probeer zelf te bedenken tot welk type ingrepen in/aanpassingen aan een tekst een
analyse van de relatonele coherente van die tekst kan leiden.
Het kan leiden tot meer begrip, omdat alles heel erg duidelijk wordt.
Week 2:
Karreman en Van Enschot (2018)
1. Wat wordt bedoeld met de cognites van de doelgroep?
De cognites van een doelgroep zijn die factoren die hun gedrag beïnvloeden. Cognites zijn efecten
die een tekst moet teweeg brengen in het hoofd van een lezer. Dit kunnen bijvoorbeeld gevoelens of
meningen zijn. Alles wat zich in het hoofd v.d. doelgroep afspeelt.
2. Waarom wordt vanuit communicatekundig opzicht belang gehecht aan het onderscheid
tussen communicateve en consecuteve doelen?
Het is gemakkelijker je doelen te bereiken wanneer je dit onderscheid nastreef. De opbouw van de
tekst kun je hier van af laten hangen, wat de tekst tevens leesbaarder maakt.
Communicateve doelen: cognites veranderen (zoals willen dat lezers weten wat een tekenbeet is)