1
Stelling I:
Laddering is een specifieke techniek voor diepte-interviews.
Stelling II:
Laddering wordt door veel onderzoekers gebruikt als onderzoekstechniek.
A. Beide stellingen zijn juist.
B. Stelling I is juist en stelling II is onjuist.
C. Stelling I is onjuist en stelling II is juist.
D. Beide stellingen zijn onjuist.
2
Loes ziet zichzelf als serieus en intelligent. Voor haar zijn dit belangrijke waarden. Waarvan is hier
sprake?
A. expressieve waarden
B. impressieve waarden
C. instrumentele waarden
D. symbolische waarden
3
Jan en Marie hopen op een lang en gelukkig leven samen. Onder welk soort waarden valt dit?
A. maatschappelijke waarden
B. eindwaarden
C. expressieve waarden
D. instrumentele waarden
4
Stelling I:
Lifestyle en trends houden verband met elkaar.
Stelling II:
Lifestyle heeft invloed op consumentengedrag.
A. Beide stellingen zijn juist.
B. Stelling I is juist en stelling II is onjuist.
C. Stelling I is onjuist en stelling II is juist.
D. Beide stellingen zijn onjuist.
5
Waarom is het voor de marketeer van belang zich te verdiepen in de lifestyle van de doelgroep?
A. Overeenkomsten in lifestyle tussen individuen leiden in het algemeen tot overeenkomsten in
consumentengedrag.
B. Lifestyle laat zien hoe interesses in de loop der tijd veranderen.
C. Consumenten met dezelfde lifestyle hebben vaak ook dezelfde leeftijd of hetzelfde beroep.
D. Voor lifestyle bestaat één eenduidige standaardindeling.