Tentamen vier; oefentoets
In de beantwoording van de toets vragen moet de student deze dingen laten zien:
Gebruik maakt van theorieën bij het maken van een analyse van individuen, van gezinnen, en van
groepen of gemeenschappen uit een gegeven beroepsgerichte casus (60 punten, leerdoelen 1 en 2).
Passende doelen en subdoelen stelt in een gegeven casus en deze onderbouwt m.b.v. de theorie
van de competentiegerichte benaderingen, de systeemgerichte benaderingen en het bio-
ecologische model van Bronfenbrenner en vanuit de empowermentgerichte benadering (10
punten, leerdoel 3).
Interventies benoemt die toegepast kunnen worden om het sociaal functioneren van het individu,
het gezin of de doelgroep te verbeteren (10 punten, leerdoel 2).
De kernbegrippen uit de competentiegerichte, systeemgerichte en empowermentgerichte
methodische benaderingen correct uitlegt (20 punten, leerdoel 4).
, VRAAG 1 - Casus Melanie:
Melanie van 20 jaar oud heeft een licht verstandelijke beperking. Zij woont samen met haar moeder en
hond in een appartement in Den haag. Moeder heeft Melanie altijd zoveel mogelijk betrokken bij de
activiteiten in het gezin. Denk hierbij aan het deelnemen aan sociale activiteiten en sportevenementen.
Met wat aansturing van moeder lukt het Melanie om redelijk zelfstandig te leven. Om Melanie te
blijven prikkelen in haar zelfstandigheid laat moeder Melanie drie avonden per week zelf koken. Iets
wat haar met wat hulp van moeder prima lukt. Moeder doet nog wel de boodschappen, anders eet
Melanie als avondeten patat en taart. Melanie wil ook graag koken. Ze droomt van een baan als kok.
a) Teken voor Melanie de competentiebalans en de bijbehorende aspecten. Gebruik hierbij
de taak “zelfzorg”.
Bij het uitstappen van de tram wordt moeder aangereden door een scooter met als gevolg een
complexe breuk in het bovenbeen. In afwachting van de operatie verblijft moeder in het ziekenhuis.
Sinds moeder opgenomen is in het ziekenhuis dient Melanie zelf de boodschappen te doen. Wel is er
een buurvrouw die dagelijks op bezoek komt bij Melanie om te kijken of alles goed gaat. Het valt haar
bij een bezoek op dat er wel erg veel dozen taart en zakken ovenfriet in de prullenbak liggen.
b) Wat doet deze situatie met de competentiebalans van Melanie m.b.t. de taak zelfzorg?
Hoe verklaar je de eventuele disbalans?