Politiek: het nemen van allerlei besluiten om het land te besturen
politiek neemt besluiten die van algemeen belang zijn en invloed hebben op ons leven.
Democratie: bestuursvorm waarbij burgers direct of indirect invloed hebben op de politieke besluitvorming.
Indirect Burgers kiezen volksvertegenwoordigers die de beslissing nemen
Democratie
Burgers mogen over belangrijke politieke keuzes meebeslissen zoals
Direct
in de Griekse oudheid
• in Nederland gezien in de vorm van referenda (referendum)
(blaadje met ja of nee)
Nederland is een parlementaire democratie, omdat de gekozen vertegenwoordigers samen het parlement vormen.
De rechtsstaat met zijn grondrechten is de basis van onze democratie.
Kenmerken van een democratie:
• er is een machtenscheiding, zodat een kleine groepje niet te veel macht krijgt.
• Burgers hebben politieke grondrechten
- mensen mogen stemmen
- je mag je eigen partij oprichten
- verkiezingen zijn vrij, eerlijk en geheim
- iedereen mag demonstreren
• er bestaat persvrijheid. Journalisten bepalen zelf welk nieuws ze brengen.
• De rechten van minderheden worden gerespecteerd. Deze bescherming is cruciaal voor een democratie en is
daarom vastgelegd in de grondwet.
• Er is individuele vrijheid. Je mag je mening uiten.
We spreken van een autoritair regime wanneer alle macht in handen is van een dictator of een groepje mensen.
Inwoners van een land met een autoritair regime hebben weinig vrijheid en rechten. In zo’n land moet je altijd
oppassen met wat je zegt want je kan zomaar opgepakt worden. De meest voorkomende vorm is het volledig
autoritair regime, dat we dictatuur noemen.
Soorten autoritaire regimes
• ideologie, zoals in Noord-Korea daar heeft de communistische partij alle macht
• religieus, zoals in Iran de bevolking mag wel stemmen, maar de niet-gekozen leders moeten alle besluiten
goedkeuren
• Militaire, zoals in Chili daar heeft het leger alle macht en is militair de leider.
Een land met een autoritair regime is geen rechtsstaat omdat allerlei grondrechten en vrijheid er door worden
geschonden.
Kenmerken van een autoritair regime:
• er is geen machtenscheiding want alle macht is in handen van één persoon of groepje
• er zijn geen onafhankelijke rechters. De machthebbers stellen zelf rechters aan of controleren ze
• Bij verkiezingen is er sprake van verkiezingsfraude, manipulatie en geweld. Om zo zeker te zijn van de winst.
• Oppositiepartijen zijn vaak verboden (partijen die niet in de regering zitten)
• Er is geen rechtsstaat en grondrechten worden niet gerespecteerd:
- Burgers hebben geen recht op eigen mening en mogen ook niet demonstreren.
- Critici en politieke tegenstanders lopen kans om opgepakt of vermoord te worden.
• er is geen persvrijheid journalisten komen in problemen, ook bepaalt de overheid soms wat er op het internet
komt dit heet censuur (overheidscontrole van de media)
• er is een grote politieke rol voor militairen om verzet te kunnen onderdrukken.
, 3.2 Politieke stromingen
Bijna alle politieke partijen ontstaan vanuit een ideologie, een verzameling ideeën over wat belangrijk is in de
maatschappij en het best met elkaar kunnen samenleven. Het gaat vooral om deze twee vragen:
• Welke normen en waarden staan centraal?
- vrijheid: zelf bepalen wanneer je leven voltooid is
• Wat is de gewenste rol van de overheid op sociaaleconomisch gebied?
- wat moeten de overheid, burgers of bedrijven doen
Links:
• overheid moet actief ingrijpen om ongelijkheid tussen Rechts:
mensen te verminderen • mensen zijn zelf verantwoordelijk voor een beter
• Progressief, willen verandering bestaan
• Hoger belasting voor rijken, om dat te besteden aan • Conservatief: alles houden zoals het was
armoedebestrijding • Overheid moet zich niet te veel bemoeien
• Taak overheid: mensen in kwetsbare positie beschermen • Dus geen extra belasting nodig
Zit een ideologie tussen links en rechts in, dan hebben we het over het politieke midden.
Volgens het liberalisme zijn mensen niet gelijk, waar wel gelijkwaardig.
• persoonlijke vrijheid: zelf kiezen hoe jij je leven inricht
• Economische vrijheid: zelf kiezen hoe jij je bedrijf leidt
• Individuele verantwoordelijkheid: je moet je eigen problemen oplossen en de overheid moet niet bemoeien
• Tolerantie: iedereen moet kunnen zijn wie hij/zij wil zijn
VB: VVD, D66
Het socialisme benadrukt dat niet iedereen gelijke kansen en mogelijkheden heeft
• De overheid moet voor gelijkheid zorgen
Onder de socialisten heb je twee groepen:
• communisten: arbeiders moeten via een revolutie de macht overnemen en zo totale gelijkheid hebben
• sociaaldemocraten: via de verkiezingen in de regering komen en zo de samenleving verbeteren
Socialisme noemen we tegenwoordig Sociaaldemocratie ze zijn niet meer tegen een vrije markt economie maar
vinden dan kennis, inkomen en macht eerlijk verdeeld moet worden.
• Solidariteit: we moeten elkaar ondersteunen
• Gelijkwaardigheid: iedereen moet gelijke kansen hebben
VB: PvdA, SP, GroenLinks
Christendemocratie ook wel het confessionalisme genoemd baseert zich vooral op het geloof ze
streven naar:
• samenleving die gebaseerd is op waarden uit de bijbel
• Rentmeesterschap, mensen moeten goed zorgen voor de aarde, want God heeft die aan ons toevertrouwd.
• Naastenliefde, men moet zorgen voor elkaar
• Saamhorigheid, het gevoel hebben dat je bij elkaar hoort
De overheid moet zoveel mogelijk zaken overlaten aan maatschappelijke organisaties zoals kerken, vakbonden
organisaties van ondernemers en verenigingen. Deze organisaties worden ook wel het maatschappelijk middenveld
genoemd.
Taak overheid: zaken die de samenleving niet zelf kan regelen. Bijvoorbeeld uitkeringen en ordehandhaving.
Op sociaal-economische gebied zitten ze in het politieke midden
VB: CDA, CU, SGP