Blok 1.4
Neurorevalidate 1
Groningen 2018
1
,Inhoudsopgave
Week 1: Motorisch leren/ Normale motoriek........................................................................................3
Gedrag en communicate: ehaviorisme............................................................................................6
Week 2: Letsels perifere zenuw ovenste extremiteit...........................................................................8
College medisch- iologisch: perifeer zenuwstelsel en geleiding........................................................8
Week 3: Letsels perifere zenuw onderste extremiteit..........................................................................12
College medisch- iologisch: plexus rachialis..................................................................................12
College Fysiotherapeutsch: peripheral neurological injuries...........................................................16
College gedrag en communicate: ehaviorisme en stress...............................................................17
..........................................................................................................................................................19
Week 4: Letsel Plexus Brachialis...........................................................................................................20
College medisch- iologisch: Radiculopathie en pijn.........................................................................20
Fysiotherapeutsch: Motor control & learning.................................................................................23
Week 5: Cervicale Radiculopathie........................................................................................................24
College medisch- iologisch: Polyneuropathie..................................................................................24
College gedrag en communicate: Stress, motvate en rouwverwerking.........................................30
Week 6: Lum ale Radiculopathie.........................................................................................................33
College medisch- iologisch: sensomotorische intergrate en dwarslaesies.....................................33
Week 7: Polyneuropathie.....................................................................................................................36
College medisch- iologisch: complicate..........................................................................................36
College gedrag en communicate: Pijnmodulate elektro-stmulate FES en TENS............................38
2
,Week 1: Motorisch leren/ Normale motoriek
Centrale zenuwstelsel = rein en ruggenmerg
Perifere zenuwstelsel = alle zenuwen die daaruit treden
Sensorisch = vangen informate op
Motorisch = sturen aan
Efferent = van zenuwstelsel naar perifeer
Afferent = van perifeer naar zenuwstelsel
Autonoom = on ewust
Somatsch = ewust
Sympathisch = fght or ight, actef
Parasympatsch = in rust, rest-digest
Anatomie centrale zenuwstelsel:
Ruggenmerg
• Cervicale en lum ale intumescentes (verdikkingen)
• Loopt door tot L1/L2
• Vanaf daar > Cauda equina (paardenstaart)
• Regelt informatestroom van en naar hersenen
• Belangrijk re excentrum
Hersenstam:
Bestaat uit:
• Medulla o longata (verlengde merg)
• Pons ( rug)
• Middenhersenen (mesencephalon)
Formato rectcularis:
• Complexe structuur over gehele lengte hersenstam
• Belangrijk ij arousel en slaap-waakritme
Thalamus:
• Eivormige structuur in de tussenhersenen
• Schakelcentrum
Basale ganglia:
• Groep hersenkernen (nuclei) in de tussenhersenen
• Zeer complexe neuronale circuits
• Belangrijk voor automatsche en emotonele motoriek
3
, Cere ellum (kleine hersenen):
• Controle centrum: ijsturen van motorische programma’s
• Maakt fjne motoriek mogelijk
Cere rale hemisferen
Cere rum = grote hersenen
Cortex = schors
Cere i = van de grote hersenen
Cortex cere ri:
• Buitenste 6 cellagen van het rein
• Bewuste processen
Laesies in de frontale cortex:
Te merken aan verandering in:
•Emotes
•Karakter
•Geweten
•Geheugen
•Pro leemoplossend vermogen
Het rein is plastsch > vermogen om contnu te veranderen en te vervormen.
• Maakt motorisch leren mogelijk
• Maakt herstel na schade mogelijk
Modellen CZS:
• Re ex model
• Sensomotorische cirkel
• Ka els en anenmodel
• Hiërarchisch model
Re exmodel:
Zorgt dat er na een stmuli een reacte komt.
Sensor > Sensorische neuron > Centraal zenuwstelsel > Motoneuron > Effector
Sensomotorische cirkel:
• Acteve sensoriek > re-afferente
• Ex-afferente (info van uitenaf)
• Feed ack en feedforward
• Sensoriek leidt tot motoriek
Banenmodel:
• Er estaan vaste anen tussen verschillende delen van het zenuwstelsel
• Sensoren en spiergroepen he en een exclusieve aan naar een specifek gedeelte van het rein
• Wanneer deze aan geactveerd wordt, volgt sensate in het rein
• Elektrische stmulate van een zenuw zorgt voor contracte van een specifeke spier
• Parasthesieen in de extremiteiten kunnen het gevolg zijn van stmulate in het ruggenmerg
4