In the best interest of the child
1. Inleiding…………………………………………………………………….2
2. Morele zienswijze…………………………………………………………3
3. Juridische zienswijze…………………………………………………….4
3.1 Kinderen…………………………………………………………..4
3.2 Ouders…………………………………………………………….5
3.3 Context……………………………………………………………5
4. Grondrechtelijke zienswijze…………………………………………….7
4.1 Kinderen…………………………………………………………7
4.2 Context…………………………………………………………..8
4.3 Overheid…………………………………………………………8
5. Besluitvorming…………………………………………………………..10
, Inleiding
Max, 14 jaar, woont samen met zijn 9-jarige zusje Iris de ene week bij
zijn vader en de andere week bij zijn moeder. Zijn ouders zijn gescheiden
en hebben gezamenlijk gezag. Zowel Iris als Max zitten op karate. Max
heeft zich ingelezen over de corona vaccinatie en heeft de voor- en
nadelen veelvuldig met zijn vader besproken. Zowel Max als zijn vader
willen dat hij en zijn zusje gevaccineerd worden tegen corona. Moeder
denkt hier anders over. Zij zegt vanuit geloofsovertuiging geen
voorstander te zijn van vaccineren en weigert toestemming te geven.
Moeder is ook van mening dat haar kinderen niet een dusdanig risico
lopen op blijvende gezondheidsklachten na een eventuele
coronabesmetting en benadrukt dat het vaccin zich nog in de ‘testfase’
bevindt.
In deze casus bestaat de vraag in hoeverre de kinderen van 9 en 14 over
het recht van zelfbeschikking beschikken. Mogen zij zich laten vaccineren
wanneer hun moeder, één van de gezagsdragers, hier tegen is? Om de
casus zo goed mogelijk te kunnen beoordelen moeten verschillende
betrokken en hen belangen, rechten en plichten in kaart gebracht worden.
Dit gebeurt op moreel, juridisch en grondrechtelijk niveau.
2
1. Inleiding…………………………………………………………………….2
2. Morele zienswijze…………………………………………………………3
3. Juridische zienswijze…………………………………………………….4
3.1 Kinderen…………………………………………………………..4
3.2 Ouders…………………………………………………………….5
3.3 Context……………………………………………………………5
4. Grondrechtelijke zienswijze…………………………………………….7
4.1 Kinderen…………………………………………………………7
4.2 Context…………………………………………………………..8
4.3 Overheid…………………………………………………………8
5. Besluitvorming…………………………………………………………..10
, Inleiding
Max, 14 jaar, woont samen met zijn 9-jarige zusje Iris de ene week bij
zijn vader en de andere week bij zijn moeder. Zijn ouders zijn gescheiden
en hebben gezamenlijk gezag. Zowel Iris als Max zitten op karate. Max
heeft zich ingelezen over de corona vaccinatie en heeft de voor- en
nadelen veelvuldig met zijn vader besproken. Zowel Max als zijn vader
willen dat hij en zijn zusje gevaccineerd worden tegen corona. Moeder
denkt hier anders over. Zij zegt vanuit geloofsovertuiging geen
voorstander te zijn van vaccineren en weigert toestemming te geven.
Moeder is ook van mening dat haar kinderen niet een dusdanig risico
lopen op blijvende gezondheidsklachten na een eventuele
coronabesmetting en benadrukt dat het vaccin zich nog in de ‘testfase’
bevindt.
In deze casus bestaat de vraag in hoeverre de kinderen van 9 en 14 over
het recht van zelfbeschikking beschikken. Mogen zij zich laten vaccineren
wanneer hun moeder, één van de gezagsdragers, hier tegen is? Om de
casus zo goed mogelijk te kunnen beoordelen moeten verschillende
betrokken en hen belangen, rechten en plichten in kaart gebracht worden.
Dit gebeurt op moreel, juridisch en grondrechtelijk niveau.
2