10.1. De kandidaat heeft kennis van de specifieke paraveterinair handelingen
volgens de regeling diergeneeskundigen.
Welke handelingen zelfstandig mogen worden uitgevoerd als paraveterinair:
− Chippen;
− Uitvoerend spoedonderzoek (SPAR/ABCDE) en stabiliseren patiënt;
− Samenstellen operatiesets;
− Tijdens een operatie steriele instrumenten en hechtmateriaal aangeven;
− Hanteren en fixeren dier tijdens het spreekuur, aanbrengen snuitbandje, kraag, stuwen
bloedvat;
− Voorlichting en advisering over gezondheid, welzijn en medicijnen;
− Dagelijkse verzorging van de dieren in opname, inclusief observatie, registratie en
constateren van afwijkingen;
− Voorraadbeheer van medicijnen bijhouden;
− Medicijnen op voorschrift klaarmaken (niet zelf mengen en bereiden);
− Uitvoeren laboratoriumonderzoek;
− Wond hechten na autopsie.
Welke handelingen op aanwijzing van en onder controle van een dierenarts mogen worden
uitgevoerd:
− Aanleggen infuus (geen UDD-middel aankoppelen);
− Bloedafname, pre-anesthetisch onderzoek uitvoeren;
− Gebitsreiniging;
− Etiketteren van diergeneesmiddelen (DA bepaalt wel middel en dosis);
− UDA middelen injecteren;
− Urinekatheter plaatsen;
− Algemeen lichamelijk onderzoek interpreteren en registreren (niet diagnose stellen);
− Meegeven medicijnen (na diagnose en dosering door DA);
− Maak röntgenfoto’s en ontwikkelen;
− Telefonisch instructies geven aan de eigenaar bij spoedgevallen (grenzen in de gaten
houden, geen diagnose stellen);
− Bloedingen stelpen, geen knelverband/tourniquet aanleggen;
− Drukverband aanleggen;
− Shock herkennen en eerste hulpmaatregelen bieden;
− Vergiftgingsverschijnselen herkennen en beschrijven;
− Wonden behandelen, een noodspalk aanleggen en eenvoudig verband aanleggen;
− Operatieveld vaststellen en scheren, wassen en desinfecteren;
− Lichamelijk onderzoek (geen diagnose stellen);
− Oraal medicijnen toedienen, topicaal medicijnen toedienen op huid, oog en oor;
− Huidafkrabsel maken (geen biopt nemen);
− Anesthesiediepte beoordelen (geen diagnose stellen).
Welke handelingen onder leiding van en in de directe aanwezigheid van een dierenarts mogen
worden uitgevoerd:
− Castratie mannelijk dier (alleen assisteren, niet zelf snijden);
− Injecteren algehele of plaatselijke verdoving;
− Helpen bij niet-vorderende geboorte (dystocia);
− Helpen bij een geboorte;
− Helpen bij het onvruchtbaar maken van een dier.
Pagina 218 van 320