Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Economie Levensloop

Beoordeling
5,0
(2)
Verkocht
15
Pagina's
21
Geüpload op
02-07-2018
Geschreven in
2016/2017

Is economie ook jouw moeilijkste vak? De mijne in ieder geval wel! Daarom heb ik er altijd voor gezorgd dat mijn samenvattingen erg begrijpelijk en overzichtelijk zijn. Zo houd je irritante begrippen uit elkaar en leer je tegelijkertijd toch hoe lastige economische problemen in elkaar steken. Want daar steek je pas wat van op. Suc10 met leren!

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 1. Kiezen



Kosten
Consumptie is het aanschaffen van producten door de eindgebruiker, terwijl een
investering een aanschaf van (kapitaal)goederen is door een onderneming. Bij beide
producten treedt schaarste op. Schaars wil zeggen: de spanning tussen oneindige
behoeften en beperkte middelen. Een product is schaars als er een offer/inspanning voor
nodig is om het te maken. Dat is waarom schaarse goederen geld kosten. Vrije goederen
daarentegen, zijn goederen waar geen schaarse middelen worden opgeofferd.

schaarste: productie —> productiefactoren —> prijs
1. kapitaal rente/huur
2. arbeid loon = toegevoegde waarde
3. natuur pacht (verwerkt in verkoopprijs)
4. ondernemer winst


Opofferingskosten
Opofferingskosten is de waarde van datgene wat we opofferen om iets te verkrijgen. De
opofferingskosten bestaan uit de waarde van het een na beste alternatief. Daarom kun je
opofferingskosten ook wel alternatieve kosten noemen.
VB 1)
1. baantje boekwinkel €70 — eerste keuze
2. kranten bezorgen €30 — valt het een na beste alternatief af = alternatieve kosten
3. oppassen €45

VB 2)
Een ondernemer heeft €100.000 op een bankrekening staan tegen een jaarrente van 6%. Hij
overweegt het bedrag te investeren in zijn bedrijf. De investering zal €5.000 rendement per jaar
opleveren. Zal hij kiezen voor investeren?
Nee, want als hij het geld eraf haalt krijgt hij geen 6% rente. Dit is €6.000 wat hij verdient als hij
het geld op de bankrekening laat staan. Kiest hij voor investeren, verdient hij maar €5.000 per jaar.
De opofferingskosten zijn dus €6.000.

VB 3)
Je vrienden vragen of je meegaat naar de disco. Een toegangskaartje kost €20. Maar die avond
kan je ook oppassen waarmee je €15 verdient, of werken in de horeca voor €30. Je vind het
oppassen leuker dan werken in de horeca. Bereken de opofferingskosten en de totale kosten als je
besluit mee te gaan naar de disco.
Het een na beste alternatief is oppassen. De opofferingskosten/alternatieve kosten bedragen €15.
De totale (opofferings)kosten bedragen dan €15 + €20 = €35.

,Budget
Budget is het beschikbare geld. Bij een budgetvergelijking stel je een formule op die de
mogelijke combinaties laat zien die je budget heeft. De budgetlijn laat de verschillende
combinaties zien van twee bestedingsmogelijkheden binnen een bepaald budget.
Verandering budget —> evenwijdige verschuiving v.d. lijn
Verandering prijzen —> verandering helling v.d. lijn
Een budget is nominaal. Dat betekent dat het uitgedrukt is in geld. Ook de koopkracht is
nominaal en is afhankelijk van de inflatie (algemeen prijspeil). De koopkracht is het aantal
goederen/diensten die je met je budget kan kopen. De koopkracht in procenten uitgedrukt
is de reële waarde.

VB 1)
Lotte’s budget bedraagt €150. Voor haar aankopen betaalt ze gemiddeld €15 per product. De
prijzen zijn het afgelopen jaar met 5% gestegen terwijl haar nominale budget gelijk blijft.
a) Bereken de koopkracht van Lotte’s budget bij een gemiddelde prijs van €15
150/15 = 10 producten.
b) Bereken de koopkracht van Lotte’s budget na de prijsstijging.
15 x 1,05 = €15,75 150/15,75 = 9,52 producten.
c) Bereken met hoeveel procent de reële waarde van Lotte’s budget is gedaald.
NIEUW—OUD/OUD x 100% = (9,52-10)/10 x 100% = 4,8%

Gevangenendilemma
Een gevangenendilemma is een speltheorie. De spelers streven voor een zo’n hoog
mogelijke uitbetaling, de informatie is symmetrisch (hoeft niet altijd zo te zijn) en de ene
beslissing heeft invloed op die van de ander. Er kunnen verschillende strategieën (3)
worden gespeeld, zoals een dominante strategie: deze strategie levert het meest op,
ongeacht de strategie van de ander. Het draait hier dus om eigenbelang.
Met een gedomineerde strategie levert de uitkomst in alle gevallen het minst op.
Bij een tit-for-tatstrategie stellen de spelers zich coöperatief op. Wanneer de ene speler
ineens niet meer besluit samen te werken, straf je hem de volgende ronde door hetzelfde
te spelen waarmee hij jouw onderuit heeft gehaald. Nu hebben de spelers zich niet-
coöperatief opgesteld.

Een bindende afspraak is een afspraak waar je (juridisch(rechtelijk)) niet onderuit kunt.
Soms komt het voor dat er een evenwicht in bijvoorbeeld dominante strategieën
plaatsvindt. Dit is een voorspelling van de uitkomst van het spel. Ook komt
meeliftersgedrag (free-ridersgedrag) wel eens voor: dat is als iemand gratis profiteert van
de inspanningen van anderen.

, Hoofdstuk 2. Jeugd



Loonheffing
Kinderbijslag is de bijdrage van de overheid voor ouders met kinderen tot 18 jaar, die elk
kwartaal wordt betaald en niet inkomensafhankelijk is. Kinderbijslag is een voorbeeld van
een stroomgrootheid: een grootheid die over een bepaalde periode wordt gemeten en
(meestal) periodiek is. Het tegengestelde is een voorraadgrootheid: een grootheid die op
een bepaald moment wordt gemeten.

Brutoloon (belastbaar inkomen) is je loon vóór de aftrek van belastingen en premies. Dus
vóór de loonheffing/inkomensheffing. Deze bestaat uit (loon/inkomsten)belasting, premies
sociale verzekeringen en pensioenpremie.
De belastingdienst stelt een maandelijkse loonheffing (= voorheffing) vast op basis van
het verwachte jaarinkomen. Dit gaat niet op voor mensen die geen vaste baan hebben. Zij
moeten door de heffingskortingen teveel betalen, en krijgen daarom een T-biljet.
Na de loonheffing houd je een nettoloon (het besteedbaar inkomen) over.


Inkomensverdeling
Een inkomensverdeling laat zien welk relatief deel v.h. totale inkomen een relatieve
groep mensen bezit. Dit wordt weergegeven in een lorenzcurve. Deze curve kan de
ongelijkheid v.d. inkomensverdeling aantonen. Nivellering betekent dat de relatieve
inkomensverschillen kleiner worden. Denivellering betekent juist dat de relatieve
inkomensverschillen vergroten. Er zijn verschillende soorten belastingstelsels:
1. degressief stelsel
belastingheffing daalt naarmate de inkomens stijgen.
2. proportioneel stelsel
iedereen betaalt evenveel belasting.
3. progressief stelsel
hoge inkomens betalen relatief meer belasting dan lagere inkomens.
Herverdeling v.d. inkomens vindt plaats na de loonheffing. Hierbij is de hoogte van de
belasting inkomensafhankelijk.


Ruilen over de tijd
Sparen is het niet besteden van een deel v.h. inkomen en dus het uitstellen van
consumptie/koopmoment. Door sparen wordt vermogen opgebouwd en is daarom een
voorbeeld van intertemporele ruil. Iemand die spaart heeft een lage tijdsvoorkeur,
waardoor het geld de functie als bewaarmiddel krijgt.
Lenen is het vervroegen van het koopmoment. Door lenen wordt schuld opgebouwd.
Iemand die leent heeft een hoge tijdsvoorkeur en wil zijn behoefte snel bevredigen. Lenen

Geschreven voor

Instelling
Middelbare school
School jaar
4

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
2 juli 2018
Aantal pagina's
21
Geschreven in
2016/2017
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€4,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 2 reviews worden weergegeven
3 jaar geleden

4 jaar geleden

5,0

2 beoordelingen

5
2
4
0
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
pabulum Willem de Zwijger College (Papendrecht)
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
314
Lid sinds
9 jaar
Aantal volgers
241
Documenten
7
Laatst verkocht
2 weken geleden
Pabulum

Beste Stuviaan, Ik weet dat het soms slopend zwaar kan zijn. Ja, ik ken die nachten waarin alleen jij en je bureaulamp nog aan het werk zijn (ik heb ze vaak genoeg meegemaakt). En ik weet ook hoe het voelt alsof er maar geen eind komt aan al dat leerwerk voor de zoveelste toetsweek. Vind dan maar eens de motivatie om nog eens een hele samenvatting te maken! Daarom deel ik die van mij nu met jou (dat scheelt je gelijk een paar koppen koffie!). Als de grote perfectionist die ik ben, weet ik dat niets een goede georganiseerde samenvatting te boven gaat. Dus bij deze. I know you can do it! Suc10! Groetjes, Sterre

Lees meer Lees minder
3,8

41 beoordelingen

5
9
4
18
3
12
2
1
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen