GGZ2026 - SEXUALITY
Isabel Weijtens
FHML | MAASTRICHT UNIVERSITY
,Inhoud
Taak 1 – Seksuele responscyclus ............................................................................................................. 2
Taak 2 – Seksuele disfuncties .................................................................................................................. 6
Taak 3 – Seksualiteit bij ziekte en verstandelijke beperking ................................................................. 16
College: relaties, hechting en seks ........................................................................................................ 20
1
, Taak 1 – Seksuele responscyclus
Seksuele responscyclus
De seksuele responscyclus is de menselijke reactie op seksuele stimulering.
• Masters & Johnson: opwinding, plateau, orgasme en herstel.
• Kaplan: verlangen, opwinding, orgasme en herstel.
De cyclus verwijst in fysiologische zin naar de
veranderingen in het lichaam als gevolg van
seksuele stimulatie. Deze veranderingen kunnen
plaatsvinden tijdens de rem-fase, erotische
dromen, fantaseren, masturbatie en tijdens de
seksuele interactie met een partner.
Tijdens opwinding zijn niet alleen de genitalia
actief, maar het hele lichaam. Er bestaan wel
grote verschillen tussen mensen in anatomie en
fysiologische reacties. Er zijn ook verschillen
tussen jongeren en ouderen.
Bij de vrouw is het bij doorgaande seksuele
stimulie mogelijk om meerdere orgasmes kort na
elkaar te hebben. De meeste mannen hebben
echter een refractaire periode, waarin seksuele
stimulatie niet effectief is en de erectie en
opwinding verdwijnen.
Er is een belangrijk verschil in opwinding bij mannen en vrouwen. Er bestaat subjectieve opwinding,
dat is het gevoel dat je opgewonden bent en genitale opwinding, de fysieke veranderingen van
opwinding. Bij mannen lopen deze twee soorten bijna parallel aan elkaar, maar bij vrouwen zijn deze
twee gescheiden.
Seksuele levensloop
• Kinderen (0-12 jaar)
De seksuele ontwikkeling vindt plaats op drie deelgebieden: genderidentiteit, seksuele responsiviteit
en het vermogen om intieme relaties aan te gaan. Deze gebieden ontwikkelen zich de hele kindertijd
onafhankelijk van elkaar. Pas daarna begint de integratie die uiteindelijk leidt tot een volwassenen
seksualiteit. De genderidentiteit: het besef dat iemand een jongen of meisje is en zich conform deze
genderrol gaat gedragen. De meeste seksuele contacten tussen kinderen vinden niet onder druk of
dwang plaats, maar komen voort uit nieuwsgierigheid.
2