Farmacokinetiek
De farmacokinetiek houdt zich bezig met de vraag wat doet het lichaam met de stof?
Het belang voor het begrijpen van farmacokinetiek?
1. De werking van een geneesmiddel (concentratie, duur, etc.)
2. Doseringsschema’s ; frequentie, toedieningsvorm, etc.
Fasen in de farmacokinetiek
Toediening
Je kunt medicijnen op twee manieren toedienen aan de patiënt ; lokaal (zalfjes etc.) of systematisch
(rechtstreeks in de bloedbaan / buiten de bloedbaan)
Tijdens de toediening zijn er vier fases
Absorptie – het transport van een geneesmiddel van de plaats van toediening naar de
algemene circulatie. Opname vindt meestal plaats in de dunne darm. Het proces wordt
bepaald door de opname snelheid en de mate van opname ; biologische beschikbaarheid
(firstrpass efect, deel medicatie wordt opgenomen en komt niet terecht in de bloedbaan)
Distributie – het transport van een stof vanuit de bloedbaan naar de perifere weefsel. Dit
wordt beïnvloed door fysischrchemische eigenschappen van een stof of binding aan
plasmareiwitten.
Metabolisatie – het teweegbrengen van chemische verandering aan de moleculen van een
stof (met behulp van enzymen). Vindt vooral plaats in de lever (kan ook in nieren, darmen
en longen) doel : oplosbaarheid in water verbeteren
Excretie – uitscheiding. Belangrijkste organen : lever en nieren. Uitscheiding vindt plaats via
urine (nieren) of via faeces (opgelost in gal, uitscheiden via de lever).
Verdelingsvolume : zegt iets over de verdeling tussen de concentratie van een stof in het bloed en
in de verschillende weefsels. Wanneer de concentratie in het bloed heel laag is en in de weefsels
heel hoog is het verdelingsvolume heel groot.
Klaring ; totale capaciteit van het lichaam om het lichaam weer schoon te maken van het medicijn.
Farmacotherapie
De behandeling met geneesmiddelen en hun werking in het lichaam
standaardprocedure voor farmacotherapie
Er is een duidelijke indicatie voor therapie
Er is een expliciet therapeutisch doel
Uitgangspunt is een standaardtherapie voor de ziekte
De standaardtherapie is geschikt voor de patiënt
De gekozen therapie is correct uitgevoerd
er zijn duidelijke controlemaatregelen genomen
Behandeldoelen
Causale therapie – oorzaak bestrijden
Symptomatische therapie – symptomen bestrijden
Substitutietherapie – stof vervangen die het lichaam zelf onvoldoende aanmaakt
Preventieve therapie – ziekte voorkomen
Diagnostisch gebruik
Palliatieve therapie
Placeborefect