Soorten variabelen
• NOM: nominaal (‘labels’)
• DUM: dummyvariabele (bijvoorbeeld D = 1: experimenteel, D = 0: controle); geeft aan of je al dan niet in een bepaalde groep zit
• INT: interval/kwantitatieve variabele
Onafh. var. Afh.
X1 X2 Y Model HC Wanneer gebruikt? Formule H0 + Ha Assumpties
DUM INT T-toets voor 3 Verschillen twee H0: µ1 = µ2 > Gemiddelden gelijk/geen 1. De scores (waarnemingen)
onafhankelijke groepen verschil in de populatie zijn onafhankelijk
groepen (verschillende Ha: µ1 ≠ µ2 > Gemiddelden 2. De scores van iedere groep
personen) gemiddeld ongelijk/wel een verschil in de populatie komen uit een normale
op een variabele? T- verdeling
toets vergelijkt 3. De standaarddeviaties van
spreiding tussen de twee groepen zijn gelijk
groepen (verschil (factor 2)
tussen gemiddelden) Voor de zekerheid: ‘equal
met spreiding binnen variances not assumed’.
groepen.
NOM INT Éénwegvariantiea 3 Verschillende Bij één toets: α <> H0: µ1 = µ2 = ... = µk 1. Scores zijn onafhankelijk
nalyse (ANOVA) onafhankelijke p Ha: tenminste één gemiddelde verschilt 2. In elke groep zijn de scores
groepen (meer dan 2) Bij meerdere in de populatie van een ander normaal verdeeld
worden gemeten op toetsen α/m <> p gemiddelde (minstens 2 verschillend) > Visueel checken
één afhankelijke of α <> p * m 3. Gelijke standaarddeviaties/
variabele. HA: μ1 ≠ μ2 of μ1 ≠ μ3 of μ2 ≠ μ3, homoscedasticiteit/
> Multipele ofwel twee van de drie populatievarianties gelijk
vergelijkingen (post- populatiegemiddelden (voor gemiddelde (vuistregel: factor 2)
hoc toetsen) hartslag) zijn verschillend.
> Assumpties niet voldaan:
NOM NOM INT Tweewegvariantie 3 Eénweg ANOVA - B0 + X1 + X2 + Drie sets van hypotheses: beïnvloedt p-waardes en evt
analyse één factor X1*X2 Voor hoofdeffecten (2x): conclusies
(groepsvariabele/gro H0: µ1 = µ2 = … = µk, ofwel alle Altijd: ‘equal variances
epsindeling) populatiegemiddelden van de groepen assumed’.
Tweeweg ANOVA – zijn aan elkaar gelijk
twee factoren Ha: minstens twee
(categorisch populatiegemiddelden zijn verschillend
onafhankelijke
variabelen) Interactie-effect (als A en B beide 2
categorieën; totaal 4 gemiddelden)