Opdracht 1
Beschrijf wat je nog weet uit de module algemene economie. Gebruik daarbij in ieder geval de
termen: vraagcurve, aanbodcurve, marktevenwicht, negateve externe efecten, positeve externe
efecten en sociaal optmum.
Een extern efect ontstaat wanneer een persoon iets doet wat het welzijn van een andere persoon
beïnvloedt en waarbij geen van beiden compensate betalen of krijgen voor dat efect.
- Negateve externe efecten, voorbeelde milievvervviling bij prodvcte, meelvisteren mvziek
van de bvren en je stoort je eraan.
- Positeve externe efecten, voorbeelde onderwijs, meelvisteren mvziek van de bvren en je
vindt het levk.
Bij overheidsfnanciiën draait het om de vitgaven, de inkomsten en de schvldpolitek van de overheid.
De qvartaire sector bestaat vit de collecteve sector + de partcvliere instellingen die noch collectef
noch vit marktprijzen worden betaald, zoals kerken, vakbonden en verenigingen.
3 fvnctes van overheidsingrijpen
1) Stabilisatefvncte. Schommelingen in de conjvnctvvrgolf dienen te worden gedempt. Deze
schommelingen kvnnen berekend worden met de ovtpvt gap.
2) Allocatefvncte. De overheid heef invloed op de samenstelling van de natonale prodvcte
en de totstandkoming daarvan.
3) Verdelingsfvncte. De overheid oefent invloed vit op de inkomensverdeling.
Het prijsmechanisme leidt in een ideale markteconomie tot een ‘Pareto-efciiëntet allocate van
prodvctemiddelen. Bij Pareto-efciiënte kan geen enkel individv er nog op voorvitgaan, zonder dat
iemand anders erop achtervitgaat. Zotn sitvate staat bekend als een Pareto-optmvm. In de praktjk
voldoet de markteconomie niet aan het ideaal. Als gevolg van diverse marktmperfectes wordt dit
optmvm niet bereikt.
Opdracht 2
Beschrijf de zeven marktmperfectes.
In de praktjk voldoet de markteconomie niet ideaal. Als gevolg van diverse marktmperfectes wordt
een optmvm niet bereikt. De zeven marktmperfectes zijn als volgt.
1) Collecteve goederen worden niet geprodvceerd. Sommige goederen en diensten worden
niet geprodvceerd, tenzij de overheid de voortbrenging ervan organiseert, zviver collecteve
goederen. Het is onmogelijk om iemand vit te slviten van het gebrvik (non-exclvsiviteit).
Daarnaast gaat het profjt dat de een hiervit haalt niet ten kosten van het profjt van anderen
(non-rivaliteit). Voorbeelden zijn dijken en zeeweringen, defensie en straatverlichtng.
2) Machtsposites (marktmacht).
Wanneer goederen en diensten prijzen vragen die hoger zijn dan de marginale
kosten, wordt het optmvm niet bereikt. Zvlke prijzen hebben een ongvnstge
invloed op de welvaart (het betref vaak prodvcenten met monopolieprijzen).
3) Asymmetrische informate
Sommige marktpartjen zijn slechter geïnformeerd dan andere partjen. Door deze
asymmetrische informateverdeling kan de minst geïnformeerde partj schade leiden,
denkend aan consvmenten bij het kopen van voedingsmiddelen.
, 4) Onevenredig hoge kosten
Bij onevenredig hoge koste bij distribvte van goederen en diensten via het
prijsmechanisme kan de overheid beslviten de directe band tvssen profjt en bijdrage
te doorbreken.
5) Externe efecten
6) Schaalvoordelen
7) Tekortkomingen van de verzekeringsmarkt
Denkend aan de werkloosheidswet, waarmee de overheid ingrijpt.
Opdracht 3
Beschrijf de definites van collecteve, individuele en gemengde goederen.
- Collecteve goederen zijn goederen die niemand prodvceert. De overheid organiseert de
voortbrenging hiervan. Het is onmogelijk om individven hiervan vit te slviten. De
eigenschappen non-rivaliteit en non-exclvsiviteit komen hierbij kijken. Voorbeelden zijn het
aanleggen van dijken of het leger dat wordt ingezet.
Non-rivaliteite het profjt dat de één van een zviver collectef goed heef gaat niet ten
koste van het profjt dan anderen ervan (kvnnen) hebben.
Non-exclvsiviteite voor een zviver collectef goed is het onmogelijk om individven vit
te slviten van het gebrvik.
- Individvele goederen zijn rivaliserend en exclvsief. Denkend aan de prodvcenten van
appelen.
- Gemengde goederen (qvasi-collecteve goederen) zijn individvele goederen die de overheid
om maatschappelijke (of praktsche) redenen zelf in prodvcte heef genomen, e waarvan de
fnanciering (voornamelijk) plaatsvindt via de algemene middelen. Voorbeelden zijn het
onderwijs en de wegen.
Opdracht 4
Beschrijf de 3 functes van overheidsingrijpen.
1) Stabilisatefvncte, stabilisate in de economische bedrijvigheid, het tegengaan van
schommelingen in de conjvnctvvrgolf. Streven naar evenwichtge macro-economische
ontwikkeling.
Evenwicht op de arbeidsmarkt
Stabiel prijspeil
Evenwichtge betalingsbalans
Dvvrzame economische groei
2) Allocatefvncte, de overheid heef invloed op de samenstelling van de natonale prodvcte
en de manier waarop deze tot stand komt.
Overheid prodvceert zelf (defensie)
Overheid zorgt voor bekostging (aanleg wegen)
Overheid draagt bij in prodvctekosten (svbsidies)
Wetgeving (harddrvgs is verboden)
Marktprocessen doorzichtg maken/marktwerking verbeteren
3) Verdelingsfvncte, met deze fvncte oefent de overheid invloed vit op de inkomensverdeling.
Het gaat om herverdeling van koopkracht (sommigen moeten inleveren anderen krijgen per
saldo meer)
Progressieve belastngtarieven
Sociale vitkeringen
Goederen met svbsidie beneden kostprijs ter beschikking stellen