HC hals
HC32: hersenzenuwen en schedelbasis 1
Je moet de locatie, oorsprong, Latijnse naam en functie kennen!!!
Indeling zenuwstelsel:
- Centrale zenuwstelsel
o Brein (grote hersenen, tussenhersenen, hersenstam en kleine hersenen)
o Ruggenmerg
- Perifere zenuwstelsel
o Hersenzenuwen
o Ruggenmergzenuwen
o Grensstreng & zenuwen (vegetatieve zenuwstelsel)
Centrale zenuwstelsel is het deel dat wordt omgeven door benige structuren.
We hebben totaal 22 schedelbeenderen.
Wervels:
- Wervellichaam (corpus vertebrae)
- Wervelboog (arcus vertebrae)
o Proccessus spinosus, transversus en articularis.
- Foramen vertebrale (binnen de wervels)
- Foramen intervertebralen (tussen de wervels)
Wervelkolom = wervels + tussenwervelschijven (discus intervertebralis)
Schedel = cranium
- Delen van de schedel zijn verbnden door sutura = verbinding van dun laag
bindweefsel tussen botten. (synostosis)
Het schedel bestaat uit desmocranium (desmale verbening) en chondrocranium
(enchondrale verbening). Blauw = chondrocranium en grijs = desmocranium!!!!
Neurocranium = hersenschedel (brein)
Viscerocranium = aangezichtsschedel
(zintuigen)
De openingen van de schedel hoeven we
nog niet te kennen nu, maar is voor
hersenen en aansturing
- Foramen (= gat)
- Fissura (= spleet)
- Canalis (= kanalen)
Door het foramen spinosum gaat geen
hersenzenuw naar buiten, maar is
vatvoorziening van de dura mater.
Foramen stylomastoidem bevindt zich tussen 2 uitsteeksels, is voor nu wel belangrijk omdat er
hersenzenuwen door heen gaan.
De hersenzenuwen ontspringen op verschillende plekken in het brein;
- Voorhersenen (prosencephalon) dit zijn 1 en 2
- Hersenstam dit zijn 3 t/m 10 en 12
, - Spinale zenuwstelsel (dit is 11) → is eigenlijk dus geen hersenzenuw = hulpzenuw
Diencephalon hoort absoluut niet bij de hersenstam!!!! Let op, is wel belangrijk voor de hersenen
Vezels kunnen verschillenden eigenschappen hebben:
Vezeleigenschappen algemeen
- Somatische afferente vezels
o Impulsen huid en spierspoeltjes
- Viscereale afferente vezels
o Impulsen van ingewanden en bloedvaten
- Viscerale efferente vezels
o Gladde spieren ingewanden, hart, klieren
o Hersenzenuwen zijn UITSLUITEND parasympatisch
- Somatische efferente vezels
o Dwarsgestreepte spieren
, Vezels met speciale eigenschappen
- Specifiek somatisch afferente vezels
o Somatosensorisch → in impulsen retina (oog) en gehoor- en evenwichtsorgaan
- Specifiek viscerale afferente vezels
o Viscerosensorisch → impulsen smaakpapillen en reukslijmvlies. Is dus 1e zenuw.
- Specifiek viscerale efferente → dwarsgestreepte spieren die van kieuwbogen afstammen.
o Niet vanuit de somieten ontwikkelt maar uit de kieuwbogen
Je ziet dat ze het visceraal noemen, maar is gek want bij dwarsgestreept is normaal bewust. Het gaat
nu om kauwspieren dus dat gaat toch automatisch. Allemaal dus onbewust.
Extrinsieke oogspieren kunnen de lens van
je oog bol en plat maken.
HC33: hersenzenuwen en schedelbasis 2
Hersenzenuwen:
I. Nervus olfactorius (reukzenuw)
o Specifiek visceraal afferente
vezels
II. Nervus opticus
o Brengt de visuele informatie
van netvlies naar thalamus
o Ganglia liggen in CZS
III. Nervus oculomotorius
o Aansturen van de oogspier,
behalve de m.obliquus superior
en m.rectus lateralis.
o Parasympatisch zenuwstelsel
o Liggen in middenhersenen
o Somatomotorisch (ramus)
o Visceromortisch (m. ciliaris)
IV. Nervus trochlearis
o Stuurt bovenste schuine
oogspier aan
o Enige hersenzenuw die dorsaal
van de hersenstam ontspringt
o Geinnerveerd door
contralaterale kant van het
lichaam.
V. Nervus trigeminus (drielingzenuw)
o Splitst in 3 delen
▪ 5.1 = r. ophthalmicus (V1)
• Gaat door fissura orbitalis superior
▪ 5.2 = r. maxillaris (V2)
• Gaat door foramen infraorbitale
▪ 5.3 = r. mandibularis (net niet de hoek
van je kin) (V3)
• Gaat door foramen ovale
• Is sensibele viscerale efferents.
• 4 kauwspieren moet je wel kennen!
o Speciaal visceraal efferent
HC32: hersenzenuwen en schedelbasis 1
Je moet de locatie, oorsprong, Latijnse naam en functie kennen!!!
Indeling zenuwstelsel:
- Centrale zenuwstelsel
o Brein (grote hersenen, tussenhersenen, hersenstam en kleine hersenen)
o Ruggenmerg
- Perifere zenuwstelsel
o Hersenzenuwen
o Ruggenmergzenuwen
o Grensstreng & zenuwen (vegetatieve zenuwstelsel)
Centrale zenuwstelsel is het deel dat wordt omgeven door benige structuren.
We hebben totaal 22 schedelbeenderen.
Wervels:
- Wervellichaam (corpus vertebrae)
- Wervelboog (arcus vertebrae)
o Proccessus spinosus, transversus en articularis.
- Foramen vertebrale (binnen de wervels)
- Foramen intervertebralen (tussen de wervels)
Wervelkolom = wervels + tussenwervelschijven (discus intervertebralis)
Schedel = cranium
- Delen van de schedel zijn verbnden door sutura = verbinding van dun laag
bindweefsel tussen botten. (synostosis)
Het schedel bestaat uit desmocranium (desmale verbening) en chondrocranium
(enchondrale verbening). Blauw = chondrocranium en grijs = desmocranium!!!!
Neurocranium = hersenschedel (brein)
Viscerocranium = aangezichtsschedel
(zintuigen)
De openingen van de schedel hoeven we
nog niet te kennen nu, maar is voor
hersenen en aansturing
- Foramen (= gat)
- Fissura (= spleet)
- Canalis (= kanalen)
Door het foramen spinosum gaat geen
hersenzenuw naar buiten, maar is
vatvoorziening van de dura mater.
Foramen stylomastoidem bevindt zich tussen 2 uitsteeksels, is voor nu wel belangrijk omdat er
hersenzenuwen door heen gaan.
De hersenzenuwen ontspringen op verschillende plekken in het brein;
- Voorhersenen (prosencephalon) dit zijn 1 en 2
- Hersenstam dit zijn 3 t/m 10 en 12
, - Spinale zenuwstelsel (dit is 11) → is eigenlijk dus geen hersenzenuw = hulpzenuw
Diencephalon hoort absoluut niet bij de hersenstam!!!! Let op, is wel belangrijk voor de hersenen
Vezels kunnen verschillenden eigenschappen hebben:
Vezeleigenschappen algemeen
- Somatische afferente vezels
o Impulsen huid en spierspoeltjes
- Viscereale afferente vezels
o Impulsen van ingewanden en bloedvaten
- Viscerale efferente vezels
o Gladde spieren ingewanden, hart, klieren
o Hersenzenuwen zijn UITSLUITEND parasympatisch
- Somatische efferente vezels
o Dwarsgestreepte spieren
, Vezels met speciale eigenschappen
- Specifiek somatisch afferente vezels
o Somatosensorisch → in impulsen retina (oog) en gehoor- en evenwichtsorgaan
- Specifiek viscerale afferente vezels
o Viscerosensorisch → impulsen smaakpapillen en reukslijmvlies. Is dus 1e zenuw.
- Specifiek viscerale efferente → dwarsgestreepte spieren die van kieuwbogen afstammen.
o Niet vanuit de somieten ontwikkelt maar uit de kieuwbogen
Je ziet dat ze het visceraal noemen, maar is gek want bij dwarsgestreept is normaal bewust. Het gaat
nu om kauwspieren dus dat gaat toch automatisch. Allemaal dus onbewust.
Extrinsieke oogspieren kunnen de lens van
je oog bol en plat maken.
HC33: hersenzenuwen en schedelbasis 2
Hersenzenuwen:
I. Nervus olfactorius (reukzenuw)
o Specifiek visceraal afferente
vezels
II. Nervus opticus
o Brengt de visuele informatie
van netvlies naar thalamus
o Ganglia liggen in CZS
III. Nervus oculomotorius
o Aansturen van de oogspier,
behalve de m.obliquus superior
en m.rectus lateralis.
o Parasympatisch zenuwstelsel
o Liggen in middenhersenen
o Somatomotorisch (ramus)
o Visceromortisch (m. ciliaris)
IV. Nervus trochlearis
o Stuurt bovenste schuine
oogspier aan
o Enige hersenzenuw die dorsaal
van de hersenstam ontspringt
o Geinnerveerd door
contralaterale kant van het
lichaam.
V. Nervus trigeminus (drielingzenuw)
o Splitst in 3 delen
▪ 5.1 = r. ophthalmicus (V1)
• Gaat door fissura orbitalis superior
▪ 5.2 = r. maxillaris (V2)
• Gaat door foramen infraorbitale
▪ 5.3 = r. mandibularis (net niet de hoek
van je kin) (V3)
• Gaat door foramen ovale
• Is sensibele viscerale efferents.
• 4 kauwspieren moet je wel kennen!
o Speciaal visceraal efferent