Stofwisseling
Leerdoelen
- De structuur van koolhydraten, lipiden en polysachariden herkennen en beschrijven.
- De reacties beschrijven van hoe polymeren gesynthetiseerd en afgebroken worden.
- Basisonderdelen van het celmembraan en hun onderlinge samenhang benoemen en de rol
van (on)verzadigde vetzuren en cholesterol in een membraan uitleggen.
- De verschillende functionele groepen benoemen in koolhydraten en lipiden en de specifieke
eigenschappen van deze groepen benoemen.
De belangrijke moleculen in een organisme bestaan uit nucleïnezuren, lipiden, koolhydraten en
eiwitten.
De structuur van koolhydraten, lipiden en polysachariden herkennen en beschrijven
Polysachariden
Polymeren bestaan uit kleine
herhalende stukjes, monomeren. Zo
bestaan polysachariden uit sachariden.
Monosachariden worden aan elkaar
verbonden door additiepolymerisatie, er
komt een watermolecuul vrij. Door een
dehydratatie reactie worden
monosachariden aan elkaar verbonden,
er komt een watermolecuul vrij. Bij een
hydrolyse reactie wordt een monomeer
afgesplitst, hier is een watermolecuul
voor nodig.
De algemene formule voor een suiker is CH2O. Een monosacharide heeft een carbonyl groep (dubbel
gebonden O). De plaats van deze groep bepaalt of het een aldehyde of keton is.
- Keton: de O groep zit in het midden (achtervoegsel -on +
plaatsaanduiding en let op dubbele binding)
- Aldehyde: de O groep zit aan het einde (achtervoegsel -al en
systematische naamgeving)
Een dissacharide bestaat uit 2 monosachariden die aan elkaar zitten door een glycosidische binding.
Bij een ringstructuur zorgen de H-tjes voor de binding.
Polysachariden soorten:
- Zetmeel – zetmeel heeft ook 1-4 addities.
- Cellulose – de celwanden van een plant worden gemaakt van cellulose. Cellulose heeft 1-4
addities. Er is eerst een dubbele binding tussen ½ en ¾ atomen, die bindingen worden
verbroken en er komt een dubbele binding tussen 2/3.
- Glycogeen – wij slaan glycogeen op en planten zetmeel, wij hebben meer aan glycogeen, het
weegt minder in verhouding tot de energie dat het levert.
Koolhydraten
Koolhydraten zijn polysachariden. Simpele koolhydraten zijn monosachariden, koolhydraten zijn ook
wel zetmeel.
Lipiden
2
Leerdoelen
- De structuur van koolhydraten, lipiden en polysachariden herkennen en beschrijven.
- De reacties beschrijven van hoe polymeren gesynthetiseerd en afgebroken worden.
- Basisonderdelen van het celmembraan en hun onderlinge samenhang benoemen en de rol
van (on)verzadigde vetzuren en cholesterol in een membraan uitleggen.
- De verschillende functionele groepen benoemen in koolhydraten en lipiden en de specifieke
eigenschappen van deze groepen benoemen.
De belangrijke moleculen in een organisme bestaan uit nucleïnezuren, lipiden, koolhydraten en
eiwitten.
De structuur van koolhydraten, lipiden en polysachariden herkennen en beschrijven
Polysachariden
Polymeren bestaan uit kleine
herhalende stukjes, monomeren. Zo
bestaan polysachariden uit sachariden.
Monosachariden worden aan elkaar
verbonden door additiepolymerisatie, er
komt een watermolecuul vrij. Door een
dehydratatie reactie worden
monosachariden aan elkaar verbonden,
er komt een watermolecuul vrij. Bij een
hydrolyse reactie wordt een monomeer
afgesplitst, hier is een watermolecuul
voor nodig.
De algemene formule voor een suiker is CH2O. Een monosacharide heeft een carbonyl groep (dubbel
gebonden O). De plaats van deze groep bepaalt of het een aldehyde of keton is.
- Keton: de O groep zit in het midden (achtervoegsel -on +
plaatsaanduiding en let op dubbele binding)
- Aldehyde: de O groep zit aan het einde (achtervoegsel -al en
systematische naamgeving)
Een dissacharide bestaat uit 2 monosachariden die aan elkaar zitten door een glycosidische binding.
Bij een ringstructuur zorgen de H-tjes voor de binding.
Polysachariden soorten:
- Zetmeel – zetmeel heeft ook 1-4 addities.
- Cellulose – de celwanden van een plant worden gemaakt van cellulose. Cellulose heeft 1-4
addities. Er is eerst een dubbele binding tussen ½ en ¾ atomen, die bindingen worden
verbroken en er komt een dubbele binding tussen 2/3.
- Glycogeen – wij slaan glycogeen op en planten zetmeel, wij hebben meer aan glycogeen, het
weegt minder in verhouding tot de energie dat het levert.
Koolhydraten
Koolhydraten zijn polysachariden. Simpele koolhydraten zijn monosachariden, koolhydraten zijn ook
wel zetmeel.
Lipiden
2