Steden in de Griek-Romeinse wereld
De geschiedenis van sommige Europese steden gaat terug tot de klassieke oudheid.
Hoe zagen de Antieke steden eruit?
Hoe dachten de stedelingen over hun stad?
Hoe was de verhouding tussen stad en platteland?
Konden de antieke steden alleen maar bestaan op kosten van het platteland?
Hoe gezond was het leven in de stad?
Waardoor verloren de antieke steden hun inwoners?
De polis (meervoud poleis), bestaan uit steden of clusters van dorpen (bv. Sparta of Athene).
Ze ontstonden in de 8e en 7e eeuw v.Chr. in de Griekse wereld.
Ze ontstonden meestal bij een burchtheuvel (akropolis → akro betekend hoog).
Voor de akropolis lag een marktplaats (agora → komt van ageiroo, wat samenkomen of vergaderen
betekend).
Agora heeft commerciële, politieke en religieuze functies.
Vanaf de 7e eeuw groeit de handel en ontstaat er verstedelijking.
Een stad in de oudheid wordt gedefinieerd door de politieke, economische en sociale verhoudingen met
het omringende platteland.
De omvang van steden als Athene of Rome konden alleen zo groot zijn onder bepaalde voorwaarden,
waarbij de aanvoer van voedsel en water een hoofdrol vervulde.
Noodzakelijk zijn:
Aanwezigheid politiek-militaire macht die voedselaanvoer kan afdwingen.
Een sterke handelspositie waar veel handelsactiviteiten plaatsvinden.
Mogelijkheden van de regio, vruchtbaarheid van de grond en de toegankelijkheid.
Visie op de antieke stad
Volgens Max Weber is de aanwezigheid van een politiek-militaire macht de oorzaak van de groei van
antieke steden, in tegenstelling tot de situatie van de latere middeleeuwse steden die volgens hem van
origine economisch-industrieel waren.
Vandaar Webers definitie van de antieke stad als consumentenstad, tegenover de middeleeuwse en
latere stad als productieentrum.
Discussies over het voor en tegen van een stad in kerkelijke kringen:
Ascetische monniken wijzen de stad af en leven afgezonderd in de natuur.
De stad zou te veel wereldse afleiding bieden.
Het merendeel van de kerkelijke leiders (bisschoppen) zien daarentegen meer heil in de
beschavende werking van het stedelijk leven.
Voornaamste kenmerken van de stad uit de oudheid en de stadsplanning uit de oudheid.
Een stad uit de oudheid werd gekenmerkt door de publieke gebouwen.
,De functies van een stad werden vooral zichtbaar in de architectuur en in de plattegrond.
De plattegrond doet denken aan een rooster of schaakbord.
De indeling van de steden worden soms beperkt door bestaande bezitsverhoudingen en grondbezit.
Bij publieke gebouwen (die bij de Romeinen soms zelfs een kwart van de stad besloeg) moet je denken
aan de marktplaats (in het Romeins forum → ferre wat wegbrengen van koopwaar betekend) en de
stromend water voorzieningen.
(forum van de Romeinen)
Het forum had verschillende functies:
Marktfunctie.
Politieke functie, plaats van belangrijke politieke instellingen (senaat en volksvergaderingen).
Justitiële functie, in de basilica wordt recht gesproken maar de basilica is ook een markthal,
bankgebouw en handelsbeurs.
Religieuze functie, tempels.
Regelmatige of onregelmatige plattegrond:
We kennen uit de Grieks-Romeinse wereld veel voorbeelden van als het ware wiskundig geplande
steden.
In dergelijke steden lopen de starten evenwijdig aan elkaar en worden doorsneden door wegen die er
loodrecht op staan (schaakbord of roosterpatroon).
Deze steden hebben een regelmatige stadsplanning.
Waar dit niet mogelijk was door bezit of terrein omstandigheden ontstaan soms onregelmatige
stadsplanningen.
De Romeinen hebben in stedenbouwkundig opzicht veel overgenomen van de Grieken en de Etrusken.
Zij volgden de hellenistische gewoonte aan grotere huizen (domus) een door zuilengallerij omgeven tuin
(peristylium) toe te voegen.
Het oorspronkelijke Romeinse huis heeft een open binnenhof (atrium), dat teruggaat op het Etruskische
huis.
,(Romeins huis met een atrium en peristylium)
De Romeinen namen ook de Etruskische gewoonte over steden te bouwen op heuveltoppen, om
redenen van veiligheid.
Het forum bevond zich in het midden van de stad op de T-kruising van de via principalis en de via
praerotia.
Dat waren de benamingen voor de hoofdwegen in een kamp.
Legerkampen en steden hadden een vierkante plattegrond en werden door deze wegen in vier ongeveer
gelijke kwartieren verdeeld.
De hoofdweg van oost naar west heette de Decumanus, terwijl die van noord naar zuid de Cardo werd
genoemd.
De Romeinen waren superieur in hydraulische techniek.
Hun riolen en aquaducten waren een voorbeeld van goede waterhuishouding en zorgden voor een
toename van het watercomfort in de steden.
Het technisch vermogen van de Romeinen kwam ook tot uiting in de constructie van de omvangrijke
woonkazernes (insulae een soort flatgebouw) die een grote bevolkingsdichtheid in Rome mogelijk
maakten.
, (insulae)
Stadsmuren:
Een zeer opvallend kenmerk van stadsmuren in de Griekse wereld is dat zij vrijwel altijd onafhankelijk
van de andere gebouwen liepen en er geen organische band mee onderhielden.
Het belang van en de belangstelling voor stadsmuren hing in de oudheid uiteraard nauw samen met de
militaire realiteit.
Maar stadsmuren hadden niet alleen een militaire betekenis.
Zij drukten voor de burger ook onafhankelijkheid uit en waren een symbool van status en privilege.
Toch zag men wijken buiten het ommuurde gedeelte van de stad niet als minderwaardig, zoals in de
middeleeuwen wel het geval was.
Men zag de eigen stad als speerpunt van de beschaving en superieur aan die van anderen.
De eigen stad was voor burgers het centrum van leven en handelen.
Leven in de stad genoot de voorkeur.
Stedelijk leven was een teken van beschaving.
De stad bood culturele en materiële voorzieningen.
Rijke burgers verfraaien zichtbaar de stad, vooral ter meerdere eer en glorie van zichzelf.
De antieke weldoener bleef niet graag onbekend, daarom vinden we nu nog ere-inscricpties op
oude Romeinse gebouwen.
Het was daarom vaak moeilijk om private sponsors te vinden voor nuttige, maar niet direct in het
oog springende publieke werken, zoals de riolering.
Aan het einde van de oudheid in de 3e tot en met de 5e eeuw n.Chr. verloren de antieke steden veel van
hun inwoners.
Veel mensen zagen verblijf in de stad niet meer als vanzelfsprekend.
Ook voor deze tijd kenmerkende gerichtheid op stadsmuren wijst niet bepaald op een onbekommerd
bestaan.
De ontwikkeling van de stad in de late oudheid beweegt zich zeker niet in een recht neergaande lijn.
Er zijn wel degelijk telkens krachtige pogingen gedaan het tij te keren.