,1.Inleiding
De werking van de momentenwet zal worden onderzocht.
Bij de momentenwet horen de formules:
• M= F l
• M tegen = M mee of (F l)tegen = (F l)mee
M (krachtmoment) wordt uitgedrukt in newtonmeter (Nm).
F ( kracht) wordt uitgedrukt in newton (N).
l (arm van de kracht) wordt uitgedrukt in meter (m).
In het practicum wordt gebruik gemaakt van de volgende situatie (schematisch).
2
, Voor deze situatie geldt de volgende momentenwet:
• Fv lv = Fpl lpl + Fgew lgew
Fdraaipunt valt weg, omdat ldraaipunt (de arm van de kracht) =0m
De volgende grootheden kunnen gevarieerd worden:
• Fv
• Fgew
• lgew
De overige grootheden kunnen niet veranderen.
De Fv en de Fgew worden veranderd.
De lgew wordt constant gehouden. Dus de lv, Fpl, lpl, lgew blijven constant.
2.Onderzoeksvraag
“De Fv en de Fgew worden veranderd. De lgew wordt constant gehouden. Dus de lv, Fpl, lpl, lgew
blijven constant.”
Hieruit volgt de volgende onderzoeksvraag:
• Wat is het verband tussen Fv en Fgew?
3.Hypothese
De grootheden lv, Fpl, lpl, lgew blijven constant. Ik veronderstel dat het een lineair verband is.
3