Opdracht 1 (Enquêterecht)
Vaknaam/-code: Practicum: Procederen in het Ondernemingsrecht / 23011108
Groepsnummer: WG 02
Opdrachtnummer: Practicumopdracht 1 (Enquêterecht)
Docent: mr.drs. Yvonne Walhof
Aantal woorden: 1664
1
, VERZOEK TOT HET INSTELLEN VAN EEN ENQUÊTE (ARTIKEL 2:345 BW)
Aan de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam
Geeft eerbiedig te kennen:
1 Dit verzoek wordt gedaan door Joepie BV, statutair gevestigd te Amsterdam, en met
inschrijving onder nummer 40341248 in het handelsregister, in deze zaak woonplaats
kiezend te Rotterdam (3074 MG) aan de Polderlaan 66A ten kantore van mr. M.A.
Weijler die in deze zaak tot advocaat wordt gesteld en dit verzoekschrift ondertekent
en indient;
hierna te noemen: “Verzoekster”
2 Gerekwestreerde in dit verzoek tot enquête is de besloten vennootschap Omadjo BV,
statutair gevestigd te Amsterdam, kantoorhoudend te Amstelveen (1187 VZ) aan de
Bertus Aafjeslaan 40, en met inschrijving onder nummer 24114886 in het
handelsregister;
hierna te noemen: “De Vennootschap”
INLEIDING
3 Verzoekster is houdster van dertig procent van de aandelen in het kapitaal van de
Vennootschap. De Vennootschap heeft een geplaatst kapitaal van 1.000.000 EUR.
Verzoekster is derhalve krachtens artikel 2:346 lid 1 sub b BW bevoegd tot het indienen
van dit verzoek.
4 Het voorschrift van artikel 2:349 lid 1 BW strekt ertoe te voorkomen dat gerekwes-
treerde door een verzoek tot het instellen van enquête wordt overvallen. Verzoekster
heeft op 3 mei 2017 bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van didvidenduitkering.
Voorts heeft Verzoekster op 4 september 2017 verklaard niet akkoord te gaan met het
voorstel van de Vennootschap betreffende de bedrijfsstrategie. De Vennootschap wist
blijkens deze voorgeschiedenis dat er bezwaren bestonden tegen onderdelen van haar
beleid. Aldus is van overval geen sprake. Verzoekster heeft derhalve voldaan aan de
voorwaarde voor ontvankelijkheid zoals gesteld in artikel 2:349 lid 1 BW.
2