Week 1
Definitie burgerlijk procesrechtb Voorschrieen oveer hoe een (burgelijken procedure tussen (rechtsn
personen onderling moet worden geveoerd (ter effectuering van enig recttn
Enkele begrippenb
a. Procesinleiding: art. 30a lid 1 Rv. Het verschil tussen dagvaarding en verzoekschriftrocedure
geldt niet langer.
Een procesinleiding leidt de procedure in! Het processtuk waarmee een civiele procedure
start
b. Exploot: Is een ofcieel stuk van de deurwaarder in de zin van art 45 e.v. Rv. De deurwaarder
gaat persoonlijk langs om deze te laten betekenen.
c. Oproepingsbericht: art 111 e.v. Rv. processtuk waarmee de verweerder wordt opgeroepen
om in het geding te verschijnen.
d. Verweerschrif: art 30i Rv. Schrifelijk verweer van de verweerder, dit is een gemotveerd
processtuk om aan te geven wat de stelling is van de verweerder in de zaak.
e. Gerechten:
a. Rechtbank in eerste aanleg artkel 42 Wet RO
b. Gerechtshof in hoger beroep artkel 0 Wet RO
c. Hoge raad in cassate artkel l8 Wet RO.
f. Vonnis: In een vorderingsprocedure heet de uitspraak van de rechtbank in eerste aanleg een
vonnis. Artkel 230 Rv
g. Beschikking: Uitspraken van alle rechtbanken in verzoekprocedure. Artkel 28l Rv en deze
verwijst weer naar 230 Rv, een vonnis
Onderscheid maken tussen het materiële en het formele priveaatrecht.
Materieel: Dit omvat de inhoudelijke rechter en plichten: rechtsregels om situates,
rechtsverhoudingen en handelingen juridisch te defniiren en te kwalifceren.
Formeel: Geef antwoord op de vraag volgens welke procedureregels deze rechten en
plichten kunnen worden afgedwongen bij de rechter. Dus de efectuering van de burgerlijke
rechten en plichten.
De rol en functie vean het burgerlijk procesrecht uitleggen en beschrijveen.
Functiesb
o Het handhaven en beïnvloeden van materiile burgerlijke rechten en plichten;
o Het voorkomen van een gerechtelijke procedure;
o Het voorkomen van eigenrichtng.
, Bronnen vean het burgerlijk procesrechtb
Onder wetgeving vallen ook nog:
- Wet op de rechtsbijstand (WRB)
- Wet griferechten burgerlijke zaken;
- Landelijke procesreglementen.
Vierde rechtsbron is de GEWOONTE.
De beginselen vean en begrippen uit het burgerlijk procesrecht benoemen, uitleggen en veerklaren.
Recht op rechtspraak;
Recht op rechtsbijstand;
Onafankelijkheid van de rechter;
Onpartjdigheid van de rechter; artikel 40 kv. eerschoning voor de rechter indien de rechter
niet verschoont dan wraking ot grond artikel 36 kv.
Beginsel van hoor en wederhoor; artkel 11 Rv.
Recht op behandeling en beslissing binnen redelijke termijn;
Openbaarheid van zitng en uitspraak;
Het motveringsbeginsel;
Het verbod op rechtsweigering voor de rechter en zijn verplichtng tot het geven van een
beslissing;
Het beginsel van partjautonomie art. 24 Rv; De rechter mag dus geen feiten aanvullen, hij
moet het doen alleen met de papieren waarheid die hem door de partjen worden
voorgeschoteld.
Ambtshalve aanvulling van rechtsgronden art 25 Rv. Dit zegt dat de rechter een rechtsgrond
mag aanvullen. Mag alleen als de feiten daarin duidelijk zijn en aanleiding geven!
Benoem eerst het artikel met de hoofdregel van dit artikel. eg dit naderhand uit met de
feiten uit de casus.