handelingsgericht werken
,Inhoudsopgave
Invloedrijke personen en theorieën.......................................................................................................3
Freud..................................................................................................................................................3
Erikson................................................................................................................................................5
Bowlby................................................................................................................................................6
Bronfenbrenner..................................................................................................................................7
Maslow...............................................................................................................................................8
Langeveld...........................................................................................................................................9
Kohlberg...........................................................................................................................................10
Vygotsky en Gal’perin.......................................................................................................................11
Skinner..............................................................................................................................................12
Deci en Ryan.....................................................................................................................................13
Gardner............................................................................................................................................14
De ontwikkeling van kinderen op verschillende gebieden...................................................................15
Observeren...........................................................................................................................................19
Communiceren.....................................................................................................................................20
Basisbehoeften van een kind................................................................................................................23
Handelingsgericht werken (HGW)........................................................................................................24
HGW-cyclus......................................................................................................................................25
Groepsdynamica en groepsprocessen..................................................................................................27
2
, Invloedrijke personen en theorieën
Freud
(Psychoanalyse) Sigmund Freud was een arts en psycholoog die bekend staat om zijn theorieën over
de menselijke geest en de ontwikkeling van de persoonlijkheid.
Vroegere jeugdervaringen bepalen volgens Freud voor een groot deel de persoonlijkheid van de
volwassene (= genetisch gezichtspunt)
Freud ontwikkelde een ‘drifttheorie’ het denken en handelen van de mens wordt bepaald door
seksuele (libido) en agressieve driften die aangeboren zijn en het hele leven invloed blijven
uitoefenen.
Het kind leert tijdens zijn ontwikkeling dat de impulsen ook omgebogen kunnen worden tot
acceptabele uitingen. (= sublimeren).
Er zijn ook afweerreacties/afweermechanismen die minder geslaagd zijn:
Verdringing herinneringen en gevoelens weghouden of ‘vergeten’.
Ontkenning onplezierige gebeurtenissen worden niet ‘gezien’.
Projectie negatieve eigenschappen worden aan anderen toegekend in plaats van bij jezelf.
Reactieformatie je laat gedrag zien dat het tegenovergestelde is van wat je eigenlijk zou willen
laten zien.
Rationalisatie met behulp van allerlei redeneringen dingen goedpraten.
Freud onderscheidt vijf stadia in de driftontwikkeling:
De orale fase (0 tot 1,5 jaar) Hierin is zuigen de belangrijkste bron van lust. Dit vindt plaats
door middel van voeding, duimzuigen en mondbewegingen.
De anale fase (1,5 tot 3 jaar) Hierin spelen sensaties die verbonden zijn aan de ontlasting een
rol. In de peutertijd ervaren kinderen dat zij met de ontlasting
reacties van ouders kunnen uitlokken. Hierbij behoort ook de
‘koppigheidsfase’ (autonomie en zelfstandigheid spelen een
grote rol. Het zelf willen doen)
De fallische fase (3 tot 6 jaar) Dit is de fase waarin het geslachtsorgaan wordt gezien als het
primaire centrum van plezier.
Kinderen ontwikkelen nieuwsgierigheid over hun eigen lichaam
en verschillen tussen jongens en meisjes.
Het Oedipuscomplex ontstaat waarin jongens verlangens
hebben naar hun moeder en concurreren met hun vader, terwijl
meisjes een Electra-complex ervaren In deze fase ontwikkelen
meisjes gevoelens voor hun vader en concurreren ze met hun
moeder om de aandacht en genegenheid van de vader.
De latentiefase (7 tot 11 jaar) Driftimpulsen worden minder en er komt meer energie vrij voor
leren en sociale contacten buiten het gezin.
3