Kempson Pragmatics: Language and Communication
1. The Puzzle of Language Use: How Do We Ever Understand Each Other?
De centrale vraag is wat de kloof tussen taalgebruik en de betekenis ervan ons vertelt
over taal. Hoe kan een woord zoveel verschillende dingen betekenen?
Wij geven woorden terwijl we ze gebruiken een grotere betekenis dan dat ze eigenlijk
hebben. Maar als dit zo is, hoe bepalen we dan wat, wat is. Hoe weten we wanneer we
een uiting letterlijk moeten nemen, wanneer het een diepere betekenis heeft en wanneer
het metaforisch bedoeld is. Toch hebben we in het algemeen geen moeite om te
achterhalen wat de spreker bedoelt. Maar hoe doen we dat?
Pragmatics is de studie van communicatie, de studie over hoe taal gebruikt wordt. De
studie is gebaseerd op de aanneming van een verdeling tussen kennis van taal (wat
woorden betekenen) en de manier waarop het gebruikt is (algemene redenering en
denkprocessen).
Het doel van pragmatics is het aanbieden van principes die bepalen hoe we elkaar
begrijpen, om de verschillende efecten duidelijk te maken die in communicatie
bereikt kunnen worden.
2. Pragmatics as the Application of Conversational Principles to Sentence
Meanings
Het uitgangspunt voor studies in pragmatics is de misvatting over wat woorden
betekenen en wat sprekers door hun gebruik ermee bedoelen, iets wat vaak een rijkere
betekenis heeft. De letterlijke betekenis wordt ook wel encoded meaning genoemd en
wat niet gecodeerd wordt in taal, dus de rijkere betekenis van iets, wordt non encoded
meaning genoemd.
Als we redeneringen kunnen maken dan kunnen we ook indirecte antwoordvormen die
meer informatie verstrekken dan dat het simpele antwoord ons kan bieden.
Rhetorische efecten zoals metaforen, ironie etc. Maken allemaal gebruik van
uitdrukkingen in een bepaalde context. Er blijft een natuurlijke scheiding tussen het
letterlijk gebruik van woorden en de niet letterlijke betekenis die we erachter moeten
zoeken.
2.1 Knowledge of language: sentence-meanings as partial specifcations of
interpretation
Er is een geode reden om deze vereenvoudigde afscheiding van de semantiekregels en
de redeneringsprincipes te verwerpen. Het probleem van deze kijk is dat we
commonsense redenering niet alleen gebruiken om te bepalen waarom een spreker iets
zegt, maar ook om vast te stellen wat de spreker heeft gezegd.
Het algemene probleem is: Hoe werken taalprincipes in op redeneringscapaciteiten?
We kijken eerst naar taal en vervolgens pas naar wat ermee bedoeld wordt. Je gaat eerst
kijken naar de grammaticale betekenis en dan pas naar de context. Je vult woorden als
‘ze’ in met je redeneerkennis.
2.2 Knowledge of language: a set of procedures for interpreting utterances
1. The Puzzle of Language Use: How Do We Ever Understand Each Other?
De centrale vraag is wat de kloof tussen taalgebruik en de betekenis ervan ons vertelt
over taal. Hoe kan een woord zoveel verschillende dingen betekenen?
Wij geven woorden terwijl we ze gebruiken een grotere betekenis dan dat ze eigenlijk
hebben. Maar als dit zo is, hoe bepalen we dan wat, wat is. Hoe weten we wanneer we
een uiting letterlijk moeten nemen, wanneer het een diepere betekenis heeft en wanneer
het metaforisch bedoeld is. Toch hebben we in het algemeen geen moeite om te
achterhalen wat de spreker bedoelt. Maar hoe doen we dat?
Pragmatics is de studie van communicatie, de studie over hoe taal gebruikt wordt. De
studie is gebaseerd op de aanneming van een verdeling tussen kennis van taal (wat
woorden betekenen) en de manier waarop het gebruikt is (algemene redenering en
denkprocessen).
Het doel van pragmatics is het aanbieden van principes die bepalen hoe we elkaar
begrijpen, om de verschillende efecten duidelijk te maken die in communicatie
bereikt kunnen worden.
2. Pragmatics as the Application of Conversational Principles to Sentence
Meanings
Het uitgangspunt voor studies in pragmatics is de misvatting over wat woorden
betekenen en wat sprekers door hun gebruik ermee bedoelen, iets wat vaak een rijkere
betekenis heeft. De letterlijke betekenis wordt ook wel encoded meaning genoemd en
wat niet gecodeerd wordt in taal, dus de rijkere betekenis van iets, wordt non encoded
meaning genoemd.
Als we redeneringen kunnen maken dan kunnen we ook indirecte antwoordvormen die
meer informatie verstrekken dan dat het simpele antwoord ons kan bieden.
Rhetorische efecten zoals metaforen, ironie etc. Maken allemaal gebruik van
uitdrukkingen in een bepaalde context. Er blijft een natuurlijke scheiding tussen het
letterlijk gebruik van woorden en de niet letterlijke betekenis die we erachter moeten
zoeken.
2.1 Knowledge of language: sentence-meanings as partial specifcations of
interpretation
Er is een geode reden om deze vereenvoudigde afscheiding van de semantiekregels en
de redeneringsprincipes te verwerpen. Het probleem van deze kijk is dat we
commonsense redenering niet alleen gebruiken om te bepalen waarom een spreker iets
zegt, maar ook om vast te stellen wat de spreker heeft gezegd.
Het algemene probleem is: Hoe werken taalprincipes in op redeneringscapaciteiten?
We kijken eerst naar taal en vervolgens pas naar wat ermee bedoeld wordt. Je gaat eerst
kijken naar de grammaticale betekenis en dan pas naar de context. Je vult woorden als
‘ze’ in met je redeneerkennis.
2.2 Knowledge of language: a set of procedures for interpreting utterances