Economie H2 – Praktische economie – havo 3 – Malmberg
De markt van vraag en aanbod
#1 Kopen is kiezen
gevraagde hoeveelheid (Qv) = aantal gevraagde stuks bij een bepaalde prijs
bv. 20.000 fans willen een kaartje kopen bij €40, maar 16.000 fans willen er een kaartje
kopen bij €80.
Hier volgt een vraaglijn uit: x-as is Q (gevraagde hoeveelheid), y-as is P (prijs)
vraaglijn = lijn die bij iedere prijs aangeeft hoeveel stuks de consumenten bij die prijs
willen kopen.
Qv= -100 P + 24.000 (aan het negatieve getal -100 kun je zien dat het een dalende lijn is)
Qv = gevraagde hoeveelheid
P = prijs
Stel: de prijs is €40 → Qv = -100 x 40 + 24.000 = 20.000 stuks.
(zie voorbeeld blz. 44)
En je kunt er een grafiek bij maken: 2x waarde van P invullen, dan heb je twee punten vd lijn.
verandering LANGS de vraaglijn
verandering langs de vraaglijn → prijsverandering van het product heeft een verandering
langs de vraaglijn tot gevolg. Oftewel: bij een prijsverandering kun je aflezen hoeveel dan de
gevr. hoev. is.
De ligging van de lijn verandert niet, maar de gevraagde hoeveelheid bij die prijs wel → het
punt op de vraaglijn wordt dus anders.
Als de PRIJS daalt, stijgt de gevraagde hoeveelheid (mensen kopen veel bij lage prijs)
Als de PRIJS stijgt, daalt de gevraagde hoeveelheid (mensen kopen weinig bij hoge prijs)
verandering VAN de vraaglijn
Bij een verandering VAN de vraaglijn → de vraaglijn zelf verschuift, bv. als het inkomen stijgt
-> stijgt de koopkracht -> zodat mensen meer kunnen kopen bij dezelfde of een hogere prijs.
zie bron 6 op blz. 47 voor een voorbeeld: kaartjes pretpark
Mogelijke oorzaken verschuiving VAN de vraaglijn:
• Inkomen van consument daalt of stijgt
• De smaak van consumenten verandert (mensen gaan dus andere dingen kopen, maar
dat heeft niet te maken met de prijs)
• Het aantal consumenten daalt of stijgt (als er meer mensen gaan kopen, dan gaat de
vraag omhoog en andersom)
1
De markt van vraag en aanbod
#1 Kopen is kiezen
gevraagde hoeveelheid (Qv) = aantal gevraagde stuks bij een bepaalde prijs
bv. 20.000 fans willen een kaartje kopen bij €40, maar 16.000 fans willen er een kaartje
kopen bij €80.
Hier volgt een vraaglijn uit: x-as is Q (gevraagde hoeveelheid), y-as is P (prijs)
vraaglijn = lijn die bij iedere prijs aangeeft hoeveel stuks de consumenten bij die prijs
willen kopen.
Qv= -100 P + 24.000 (aan het negatieve getal -100 kun je zien dat het een dalende lijn is)
Qv = gevraagde hoeveelheid
P = prijs
Stel: de prijs is €40 → Qv = -100 x 40 + 24.000 = 20.000 stuks.
(zie voorbeeld blz. 44)
En je kunt er een grafiek bij maken: 2x waarde van P invullen, dan heb je twee punten vd lijn.
verandering LANGS de vraaglijn
verandering langs de vraaglijn → prijsverandering van het product heeft een verandering
langs de vraaglijn tot gevolg. Oftewel: bij een prijsverandering kun je aflezen hoeveel dan de
gevr. hoev. is.
De ligging van de lijn verandert niet, maar de gevraagde hoeveelheid bij die prijs wel → het
punt op de vraaglijn wordt dus anders.
Als de PRIJS daalt, stijgt de gevraagde hoeveelheid (mensen kopen veel bij lage prijs)
Als de PRIJS stijgt, daalt de gevraagde hoeveelheid (mensen kopen weinig bij hoge prijs)
verandering VAN de vraaglijn
Bij een verandering VAN de vraaglijn → de vraaglijn zelf verschuift, bv. als het inkomen stijgt
-> stijgt de koopkracht -> zodat mensen meer kunnen kopen bij dezelfde of een hogere prijs.
zie bron 6 op blz. 47 voor een voorbeeld: kaartjes pretpark
Mogelijke oorzaken verschuiving VAN de vraaglijn:
• Inkomen van consument daalt of stijgt
• De smaak van consumenten verandert (mensen gaan dus andere dingen kopen, maar
dat heeft niet te maken met de prijs)
• Het aantal consumenten daalt of stijgt (als er meer mensen gaan kopen, dan gaat de
vraag omhoog en andersom)
1