Marktonderzoek, Mirjam Broekhoff, Harm Stumpel, Roelof Kooiker
Hoofdstuk 11 Vragenlijst
§11.1 Functies van de vragenlijst
Een vragenlijst is een middel om van respondenten zodanig informatie te verkrijgen dat op
basis daarvan conclusies kunnen worden getrokken over de populatie, die de
onderzoeksvraag beantwoorden. De vragenlijst wordt gebruik gemaakt op basis van de
kernvraag en de onderzoeksvragen, zoals deze zijn geformuleerd in de probleemanalyse.
De vragen zoals die uiteindelijk in de vragenlijst terecht komen, zijn als het ware operationele
definities van de gewenste informatie.
§11.2 Het opstellen van de vragenlijst
Vaak heeft een onderzoeker al bepaalde antwoorden, die logisch lijken, deze
vooringenomenheid van de onderzoeker noemen we onderzoeker bias. De onderzoeker
moet inside-out denken.
11.2.1 De structuur van vragenlijst
Vaak stuurt de onderzoeker een uitnodiging om aan het onderzoek deel te nemen. Belangrijk
is dat de uitnodiging de respondenten motiveert tot deelname.
In de uitnodiging staat vaak een korte introductie, waarin uit wordt gelegd wat de bedoeling is
van het onderzoek.
De start van de vragenlijst is belangrijk, omdat het een duidelijke titel moet hebben.
Om te controleren of de respondenten behoren tot de beoogde doelgroep, worden er
filtervragen gebruikt.
Bij het middenstuk introduceer je gelijk het onderwerp van het onderzoek, cluster de vragen
zo dat de deelonderwerpen bij elkaar staan. Controleer bij het opstellen van het middenstuk
van de vragenlijst of alle onderzoeksvragen die je in de voorbereidende fase hebt gesteld en
die in het onderzoeksplan of plan van aanpak staan, inderdaad in de vragenlijst terugkomen.
Zoals een gesprek met een persoon wordt afgerond, zo wordt ook de vragenlijst netjes
afgesloten.
11.2.2 Andere aandachtspunten bij het maken van een vragenlijst
De vragenlijst zelf is het belangrijkst. Daarnaast zijn de lengte van de vragenlijst, de routing,
het taalgebruik en de privacy punten van belang.
Hoofdstuk 12 Verwerking en analyse
§12.3 Meetniveau van variabelen
Bij de analyse van enquêtemateriaal moet de onderzoeker zich realiseren welk meetniveau
de gebruikte gegevens hebben.
Er zijn vier verschillende meetniveaus: nominaal, ordinaal, interval (metrisch) en ratio
(metrisch.
12.3.1 Nominale variabelen
Bij nominale gegevens kan aan de waarden geen absolute of relatieve betekenis worden
toegekend. De waarden zijn alleen een soort codenummers om een bepaald kenmerk aan te
geven, het zijn dus antwoordmogelijkheden.
Bij nominale gegevens mag er eigenlijk alleen maar de antwoordmogelijkheden tellen en er
percentages van gemaakt worden. Bovendien kan er worden aangeven wat de modus is: dat
is het antwoordmogelijkheid waar op de meeste antwoorden gescoord zijn.
De uitkomsten van een nominale variabele kunnen worden gepresenteerd in een
frequentieverdeling of in een cirkeldiagram. Andere mogelijkheden om nominale gegevens te