Inspanningsfysiologie, oefentherapie en training
H15 TRAININGSEFFECTEN EN TRAINING VAN PATIËNTGROEPEN
Trainingseffecten (15.1)f
Als gevolg van regelmatge fysieke belastng met voldoende intensiteit treden er na verloop van tid
fysiologische aanpassingen op. De trainingseffecten die zich bii iemand voordoen, ziin afankeliik van de
aard, de duur en de intensiteit van de belastngprikkel. Trainingseffecten ziin het gevolg van normale
(fysiologische)f, lokale ‘herstelprogramma’s’ in weefsels en orgaansystemen.
Centrale trainingsefeeten (15.1.1)
I. Verlaagde hartreeuente (in rust en bii submamimale inspanning)f
II. Toegenomen slagvolume van het hart
III. Toename van het HMV tidens mamimale inspanning
IV. Toename van bloedvolume en hemoglobinegehalte
V. Toename van het a-vO2-verschil
VI. Daling van de bloeddruk
VII. Toename van de VO2-mam
VIII. Verhoging van de anaerobe drempel
IX. Toename van het mamimale AMV
X. Toename van de effectviteit van de ventlate
XI. Vergrotng van de diffusiecapaciteit van de longen
XII. Vergrotng van longvolumina en -capaciteiten
1. Verlaagde hartreeqeete
Dit is vermoedeliik vooral het gevolg van een afname van de sympathische actviteit, maar ook van een
toegenomen werking van de parasympatcus (de vagotonus)f.
Bii diverse patintgroepen is vastgesteld dat de Hf als gevolg van training in rust en bii submamimale
belastng afneemt. Een lagere Hf een toename van de tidsduur tussen 2 hartslagen (de diastole)f, dus
meer tid voor het aanbieden van zuurstof aan de hartspier. Het hart kriigt immers vooral tidens de
diastole zuurstof via de kransslagaders aangeboden.
Omdat ook de systolische bloeddruk tidens submamimale belastng lager wordt door training, hoef het
hart ook minder kracht te leveren bii het uitpompen tegen deze bloeddruk in.
2. Toegeeomee slagvolqme vae het hart
Bii duursporters is het volume van de ventrikels toegenomen en het hart is groter geworden. Maar ook de
contractliteit van het myocard kan vergroot ziin door toename van de concentrate van biivoorbeeld het
enzym ATP-ase en van calcium in de emtracellulaire vloeistof.
Vooral intervaltrainingen van hoge intensiteit, waarbii gebruik wordt gemaakt van het principe van de
lonende pauze, ziin geschikt om het slagvolume te trainen (bii sporters)f.
1
, Inspanningsfysiologie, oefentherapie en training
3. Toeeame vae het HMV tidees maximale iespaeeieg
De groote van toename van het HMV is bii gezonde personen vergeliikbaar met de toename van de VO2-
mam.
De toename van het HMV is het gevolg van het toegenomen slagvolume, terwiil de Hf mam als gevolg van
training niet veranderd.
4. Toeeame vae bloedvolqme ee hemoglobieegehalte
Als gevolg van training ziin zowel toenamen gevonden van het bloedvolume (ca. 25%)f als van het totale
hemoglobinegehalte (20-25%)f. De hemoglobineconcentrate en hematocriet, het gehalte /L, bliiven
constant of nemen zelfs af.
5. Toeeame vae het a-vO2-verschil
Als gevolg van training stigt het arterioveneuze zuurstofverschil. Het acteve spierweefsel kan meer
zuurstof aan het bloed ontrekken. Dit draagt bii aan de vergrotng van het aerobe vermogen die als
gevolg van training optreedt.
6. Dalieg vae bloeddrqk
Bii mensen met een normale bloeddruk leidt training niet tot verandering van de bloeddruk in rust. Bii
mensen met hypertensie (verhoogde bloeddruk)f leidt training vaak wel tot bloeddrukdaling. Deze daling
treedt zowel in rust op als tidens submamimale belastng. Het is nog niet precies bekend hoe die
bloeddrukdaling tot stand komt.
Bii mensen met een licht verhoogde bloeddruk en hartpatinten kan training dus tot een normalisate van
de bloeddruk leiden. Bii patinten met een ernstge verhoogde bloeddruk ziin, behalve training, nog
aanvullende maatregelen noodzakeliik, zoals medicamenteuze therapie.
7. Toeeame vae de VO2-max
De mamimale zuurstofopname van duuratleten is soms wel 2m zo hoog als die van ongetrainde. Dit grote
verschil is echter niet alleen het gevolg van training. Door (duur)ftraining is normaal gesproken een
toename van 20-40% te bereiken. De rest is erfeliik bepaald.
Een toename van de VO2-mam leidt ertoe dat tidens een duurinspanning een grotere hoeveelheid energie
aeroob vriigemaakt kan worden.
De hoogte die de mamimale zuurstofopname kan bereiken, bliikt voor een groot deel erfeliik bepaald.
Voor verschillende patintgroepen is aangetoond dat een goed gedoseerde training /revalidate tot een
toename van de VO2-mam leidt. Bii mensen die na een periode van immobilisate of na een periode van
inactviteit gaan trainen, kan de VO2-mam soms met meer dan 40% toenemen.
8. Verhogieg vae het beeqtegsperceetage (aeaerobe drempel)
Als gevolg van gerichte training bliikt het mogeliik te ziin om het niveau van inspanning dat gedurende bv
30 min kan worden volgehouden, te verhogen. Uit onderzoek bliikt dat deze toename deel berust op de
verbeterde afvoer en afraak van het geproduceerde lactaat. Het transport van lactaat over de
celmembraan gebeurt actef door specifeke eiwiten (par. 2.3.4)f en in getrainde spiercellen is een
2
H15 TRAININGSEFFECTEN EN TRAINING VAN PATIËNTGROEPEN
Trainingseffecten (15.1)f
Als gevolg van regelmatge fysieke belastng met voldoende intensiteit treden er na verloop van tid
fysiologische aanpassingen op. De trainingseffecten die zich bii iemand voordoen, ziin afankeliik van de
aard, de duur en de intensiteit van de belastngprikkel. Trainingseffecten ziin het gevolg van normale
(fysiologische)f, lokale ‘herstelprogramma’s’ in weefsels en orgaansystemen.
Centrale trainingsefeeten (15.1.1)
I. Verlaagde hartreeuente (in rust en bii submamimale inspanning)f
II. Toegenomen slagvolume van het hart
III. Toename van het HMV tidens mamimale inspanning
IV. Toename van bloedvolume en hemoglobinegehalte
V. Toename van het a-vO2-verschil
VI. Daling van de bloeddruk
VII. Toename van de VO2-mam
VIII. Verhoging van de anaerobe drempel
IX. Toename van het mamimale AMV
X. Toename van de effectviteit van de ventlate
XI. Vergrotng van de diffusiecapaciteit van de longen
XII. Vergrotng van longvolumina en -capaciteiten
1. Verlaagde hartreeqeete
Dit is vermoedeliik vooral het gevolg van een afname van de sympathische actviteit, maar ook van een
toegenomen werking van de parasympatcus (de vagotonus)f.
Bii diverse patintgroepen is vastgesteld dat de Hf als gevolg van training in rust en bii submamimale
belastng afneemt. Een lagere Hf een toename van de tidsduur tussen 2 hartslagen (de diastole)f, dus
meer tid voor het aanbieden van zuurstof aan de hartspier. Het hart kriigt immers vooral tidens de
diastole zuurstof via de kransslagaders aangeboden.
Omdat ook de systolische bloeddruk tidens submamimale belastng lager wordt door training, hoef het
hart ook minder kracht te leveren bii het uitpompen tegen deze bloeddruk in.
2. Toegeeomee slagvolqme vae het hart
Bii duursporters is het volume van de ventrikels toegenomen en het hart is groter geworden. Maar ook de
contractliteit van het myocard kan vergroot ziin door toename van de concentrate van biivoorbeeld het
enzym ATP-ase en van calcium in de emtracellulaire vloeistof.
Vooral intervaltrainingen van hoge intensiteit, waarbii gebruik wordt gemaakt van het principe van de
lonende pauze, ziin geschikt om het slagvolume te trainen (bii sporters)f.
1
, Inspanningsfysiologie, oefentherapie en training
3. Toeeame vae het HMV tidees maximale iespaeeieg
De groote van toename van het HMV is bii gezonde personen vergeliikbaar met de toename van de VO2-
mam.
De toename van het HMV is het gevolg van het toegenomen slagvolume, terwiil de Hf mam als gevolg van
training niet veranderd.
4. Toeeame vae bloedvolqme ee hemoglobieegehalte
Als gevolg van training ziin zowel toenamen gevonden van het bloedvolume (ca. 25%)f als van het totale
hemoglobinegehalte (20-25%)f. De hemoglobineconcentrate en hematocriet, het gehalte /L, bliiven
constant of nemen zelfs af.
5. Toeeame vae het a-vO2-verschil
Als gevolg van training stigt het arterioveneuze zuurstofverschil. Het acteve spierweefsel kan meer
zuurstof aan het bloed ontrekken. Dit draagt bii aan de vergrotng van het aerobe vermogen die als
gevolg van training optreedt.
6. Dalieg vae bloeddrqk
Bii mensen met een normale bloeddruk leidt training niet tot verandering van de bloeddruk in rust. Bii
mensen met hypertensie (verhoogde bloeddruk)f leidt training vaak wel tot bloeddrukdaling. Deze daling
treedt zowel in rust op als tidens submamimale belastng. Het is nog niet precies bekend hoe die
bloeddrukdaling tot stand komt.
Bii mensen met een licht verhoogde bloeddruk en hartpatinten kan training dus tot een normalisate van
de bloeddruk leiden. Bii patinten met een ernstge verhoogde bloeddruk ziin, behalve training, nog
aanvullende maatregelen noodzakeliik, zoals medicamenteuze therapie.
7. Toeeame vae de VO2-max
De mamimale zuurstofopname van duuratleten is soms wel 2m zo hoog als die van ongetrainde. Dit grote
verschil is echter niet alleen het gevolg van training. Door (duur)ftraining is normaal gesproken een
toename van 20-40% te bereiken. De rest is erfeliik bepaald.
Een toename van de VO2-mam leidt ertoe dat tidens een duurinspanning een grotere hoeveelheid energie
aeroob vriigemaakt kan worden.
De hoogte die de mamimale zuurstofopname kan bereiken, bliikt voor een groot deel erfeliik bepaald.
Voor verschillende patintgroepen is aangetoond dat een goed gedoseerde training /revalidate tot een
toename van de VO2-mam leidt. Bii mensen die na een periode van immobilisate of na een periode van
inactviteit gaan trainen, kan de VO2-mam soms met meer dan 40% toenemen.
8. Verhogieg vae het beeqtegsperceetage (aeaerobe drempel)
Als gevolg van gerichte training bliikt het mogeliik te ziin om het niveau van inspanning dat gedurende bv
30 min kan worden volgehouden, te verhogen. Uit onderzoek bliikt dat deze toename deel berust op de
verbeterde afvoer en afraak van het geproduceerde lactaat. Het transport van lactaat over de
celmembraan gebeurt actef door specifeke eiwiten (par. 2.3.4)f en in getrainde spiercellen is een
2