Inspanningsfysiologie, oefentherapie en training
H9 FYSIOTHERAPIE EN TRAINING
Van bewegen naar trainen (9.2)
Adaptatie
Het lichaam of bepaalde weefsels passen zich aan.
Training
Zorgt voor fysiologische aanpassingen die het prestatievermogen vergroten.
Bij training gaat het erom deze aanpassingen bewust te creëren.
Oefentherapie
Hierbij kunnen oefeningen worden voorgeschreven en uitgevoerd die niet direct voor
fysiologische adaptaties of betere prestaties zullen zorgen.
Trainen als therapeutisch middel (9.3)
Training kan gebruikt worden om de belastbaarheid te vergroten of het herstel te bevorderen. Bij een
letsel aan spieren, pezen en banden is belasten in de acute fase, de eerste dagen na een trauma, niet
verstandig. Daarna heef training toegevoegde waarde. In de proliferatiefase van wondgenezing mag er,
binnen de pijngrens, met lage belasting bewogen worden. Herstellend weefsel kan in een vroeg stadium
door inwerkende krachten tijdens het functioneel bewegen het reparatiee en litekenweefsel zo
functioneel mogelijk aanleggen. In de reorganisatiefase van wondgenezing mag de belasting steeds verder
toenemen. Bindweefselvezels worden onder invloed van de beweging en functionele belasting zodanig
aangelegd en gerangschikt, dat de krachten die op de banden en pezen inwerken optimaal kunnen
worden opgevangen.
Training kan gericht zijn op het verbeteren van prestaties, bijvoorbeeld bij sporters, bij inactieve ouderen
of in een revalidatieproces.
Training kan gericht zijn op preventie (primair, secundair of tertiair), bijvoorbeeld door te proberen
overgewicht te verminderen, de bloeddruk te verlagen, gunstige veranderingen in de cholesterolwaarden
in het bloed te bereiken en inactiviteit te verminderen.
Doel gericht trainen (9.4)
De eerste vraag die in de praktijk moet worden beantwoord als we
een patiënt of cliënt gaat trainen is wat moet er worden
getraind, welk aspect van het presteren wil je samen met de cliënt
verbeteren. 4 aspecten van presteren spelen een rol om een
bepaalde functie op een bepaald niveau uit te kunnen voeren.
1) Een technisch aspect in de oefentherapie wordt bv
geleerd met een andere houding te werken
H9 FYSIOTHERAPIE EN TRAINING
Van bewegen naar trainen (9.2)
Adaptatie
Het lichaam of bepaalde weefsels passen zich aan.
Training
Zorgt voor fysiologische aanpassingen die het prestatievermogen vergroten.
Bij training gaat het erom deze aanpassingen bewust te creëren.
Oefentherapie
Hierbij kunnen oefeningen worden voorgeschreven en uitgevoerd die niet direct voor
fysiologische adaptaties of betere prestaties zullen zorgen.
Trainen als therapeutisch middel (9.3)
Training kan gebruikt worden om de belastbaarheid te vergroten of het herstel te bevorderen. Bij een
letsel aan spieren, pezen en banden is belasten in de acute fase, de eerste dagen na een trauma, niet
verstandig. Daarna heef training toegevoegde waarde. In de proliferatiefase van wondgenezing mag er,
binnen de pijngrens, met lage belasting bewogen worden. Herstellend weefsel kan in een vroeg stadium
door inwerkende krachten tijdens het functioneel bewegen het reparatiee en litekenweefsel zo
functioneel mogelijk aanleggen. In de reorganisatiefase van wondgenezing mag de belasting steeds verder
toenemen. Bindweefselvezels worden onder invloed van de beweging en functionele belasting zodanig
aangelegd en gerangschikt, dat de krachten die op de banden en pezen inwerken optimaal kunnen
worden opgevangen.
Training kan gericht zijn op het verbeteren van prestaties, bijvoorbeeld bij sporters, bij inactieve ouderen
of in een revalidatieproces.
Training kan gericht zijn op preventie (primair, secundair of tertiair), bijvoorbeeld door te proberen
overgewicht te verminderen, de bloeddruk te verlagen, gunstige veranderingen in de cholesterolwaarden
in het bloed te bereiken en inactiviteit te verminderen.
Doel gericht trainen (9.4)
De eerste vraag die in de praktijk moet worden beantwoord als we
een patiënt of cliënt gaat trainen is wat moet er worden
getraind, welk aspect van het presteren wil je samen met de cliënt
verbeteren. 4 aspecten van presteren spelen een rol om een
bepaalde functie op een bepaald niveau uit te kunnen voeren.
1) Een technisch aspect in de oefentherapie wordt bv
geleerd met een andere houding te werken