elektronisch signaal dat constant kan variëren tussen de 0 en 15 V afankelijk van de gemeten druk.
Wat voor signaal is dit?
a) Analoog signaal
b) ARINC 429 data woord
c) Digitaal signaal
d) Dit kan zowel een digitaal als een analoog signaal zijn.
2. Wanneer een databus gebruikt wordt voor communicate tussen de belangrijkste onderdelen van
een systeem terwijl speciale bedrading gebruikt wordt voor sensors, aparte indicatoren en
beeldschermen, dan praten we over welke architectuur?
a) Distributed analogue
b) Distributed digital
c) Federated digital
d) Integrated modular
3. Welke van de volgende databus standaarden maakt gebruik van een bus-controller?
a) AFDX
b) ARINC 429
c) ARINC 629
d) MIL-STD-1553B
4. Een tweemotorig straalverkeersvliegtuig wordt ontworpen met elektrisch aangedreven fight
control actuators, stroom hiervoor komt van een generator welke wordt aangedreven door de linker
motor, De kans dat dit elektrisch systeem faalt is 3,5x10 -4 per vlieguur.
Om de betrouwbaarheid te verhogen en de kans op een probleem te verkleinen wordt een tweede
elektrisch systeem ontworpen, aangedreven door een extra generator op de linker motor. De kans
dat een motor faalt is 1x10-7 per vlieguur.
Wordt dit ontwerp goedgekeurd?
a) Ja. De kans dat de twee systemen tegelijk falen is 3,5x10 -4 x 3,5x10-4 < 1x10-9 en dat is klein
genoeg volgens EASA CS25.1309
b) Nee. Het falen van de linker motor (een enkelvoudige fout) zou het verlies van het totale
elektrische systeem veroorzaken, en dat mag niet volgens EASA C525.1309
c) Nee. De kans dat beide systemen tegelijk falen is 7x10 -5 per vlieguur, en dat is nog steeds te
groot volgens EASA CS25 AMC25.1309
d) Nee. De kans dat de linker motor faalt door overbelastng wanneer de rechter motor uitvalt
is 2x10-7 per vlieguur en dus te groot volgens EASA CS25 AMC25.1309
5. In welke volgorde warden brandstofanks van een verkeersvliegtuig gebruikt (leeg gevlogen)
tjdens de vlucht?
a) Auxiliary tanks in de ‘belly’; Center wing tank; Vleugeltanks van tp naar wortel
b) Auxiliary tanks in de 'belly'; Center wing tank; Vleugeltanks van wortel naar ti
c) Vleugeltanks van tp naar wortel; Auxiliary tanks in de belly; Center wing tank
d) Vleugeltanks van wortel naar tp; Center wing tank; Auxiliary tanks in de 'belly'
, 6. Waarom kan één kogelgat in de wand van een drukcabine van een vliegtuig geen (explosieve)
decompressie veroorzaken?
a) Omdat een kogelgat te klein is voor de cabinelucht om doorheen te stromen
b) Omdat de luchtmassa die door het kogelgat stroomt gemaximeerd is volgens de wet van
Bernoulli en daardoor te klein is voor decompressie
c) Omdat het volume van de lucht die door het kogelgat stroomt gemaximeerd is volgens de
contnuïteitswet en daardoor te klein is voor decompressie
d) Omdat de grootste snelheid die de lucht bij het uitstromen door het kogelgat bereikt
maximaal de geluidssnelheid is, zal er nauwelijks volume door het gaatje stromen
7. Wanneer Q-feel wordt toegepast is dit meestal voor:
a) Aileron en rudder controls
b) Elevator en aileron controls
c) Elevator en rudder controls
d) Elevator, aileron en rudder controls
8. Bij gebruik van een Linear Actuator en een Electro-Hydrostatc-Actuator (EHA) wordt vermogen
aangeleverd aan dit onderdeel in de vorm van respectevelijk:
a) IAP: 3 fase AC elektriciteit en EHA: 3 fase AC elektriciteit
b) IAP: 3 fase AC elektriciteit en EHA: 3000 psi hydraulische druk
c) IAP: 3000 isi hydraulische druk en EHA: 3 fase AC elektriciteit
d) IAP: 3000 psi hydraulische druk en EHA: 3000 psi hydraulische druk
9. Wat is een correcte stelling over het uitvoeren van een horizontale bocht?
a) Bij het inrollen, uitvoeren en uitrollen van een bocht bewegen we constant om maar één as.
b) De richtng van de lifvector verandert niet tjdens het inrollen, uitvoeren en uitrollen van een
bocht.
c) Het doel van het uitvoeren van een bocht is een verandering van koers.
d) Tijdens het inrollen en uitrollen van een bocht beweegt het toestel vooral om de X-as.
10. Het meten van de hoeveelheid brandstof in een vliegtuig wordt bemoeilijkt door meerdere
zaken. Welke is niet correct?
a) Bij een extreem lage temieratuur is het meten van dichtheid niet mogelijk.
b) Brandstof beweegt mee met het vliegtuig.
c) Brandstof die op verschillende locates wordt verkregen heef vaak verschillende
eigenschappen.
d) Brandstofanks hebben complexe vormen.
11. Welke stelling over het brandstofsysteem van een straalverkeersvliegtuig is correct?
a) Door het gebruik van 'trim fuel' zal het staartvlak zwaarder uitgevoerd moeten worden.
b) Om de vleugel te ontlasten worden de inboard tanks zo lang mogelijk vol gelaten.
c) Verplaatsen van brandstof tussen inboard en outboard tanks wordt alleen in noodsituates
toegepast.
d) Zonder acteve regeling zorgt gebruik van brandstof er voor dat het CG steeds verder van
zijn initile iosite komt te liggen aan het einde van de vlucht.