relationships
-Rowland S. Miller-
1. Wat is "Singlism" volgens het boek?
A) Een hechtingsstijl
B) Vooroordeel naar mensen die single blijven
C) Een sociometer
D) Het effect van cultuur op relaties
2. Wat is de voornaamste invloed van persoonlijkheid op relaties?
A) Het effect op het immuunsysteem
B) De keuze om ongetrouwd samen te wonen
C) De stabiliteit van individuele verschillen
D) Het verlangen om ergens bij te horen
3. Welk type steekproef kan last hebben van vrijwilligersbias?
A) Gemak steekproef
B) Representatieve steekproef
C) Correlatie steekproef
D) Experimentele steekproef
4. Wat wordt verklaard door de theorie van psychologische reactantie?
A) Het effect van nabijheid op aantrekkingskracht
B) Tegenpolen trekken elkaar aan
C) Streven naar het herstellen van verloren vrijheid
D) Matching van persoonlijkheden
5. Wat wordt bedoeld met "Mere exposure" volgens de tekst?
A) Het effect van nabijheid op aantrekkingskracht
B) Herhaald contact leidt tot aantrekkingskracht
C) Nabijheid is belonend, afstand is kostbaar
D) De kracht van nabijheid
, 6. Welk proces helpt stellen optimistisch te blijven over hun toekomst door herinneringen te
bewerken en actualiseren?
A) Idealiseren van partners
B) Attributieprocessen
C) Herconstructief geheugen
D) Relatieovertuigingen
7. Wat is een voorbeeld van een strategie voor indrukbeheer?
A) Relatieovertuigingen
B) Attributieprocessen
C) Zelfpromotie
D) Actor/observator-effecten
8. Wanneer kunnen intieme partners gemotiveerd zijn om onnauwkeurig te zijn bij
waarnemingen?
A) Wanneer ze weinig interesse hebben in elkaar
B) Wanneer ze weinig tijd samen doorbrengen
C) Wanneer ze elkaar niet goed begrijpen
D) Wanneer accurate waarnemingen geruststellend zouden zijn
9. Wat omvat paralanguage in verbale communicatie?
A) Gebaren en lichaamsbeweging
B) Ritme, snelheid en luidheid van de stem
C) Interpersoonlijke afstand
D) Zelfonthulling
10. Wat suggereert de interdependentietheorie over de motivatie van individuen in relaties?
A) Individuen streven naar maximale beloningen en kosten zijn niet relevant.
B) Individuen streven naar maximale beloningen bij minimale kosten.
C) Individuen streven naar minimale beloningen bij maximale kosten.
D) Individuen zijn niet gemotiveerd in hun relaties.