Samenvatting colleges Onderzoeksontwerp & Methoden
College 1 – Wereldbeelden en onderzoeksvragen (Robin Bouwman)
Grondslagen van de sociale wetenschappen
Theorie – logica -> theorie is alles wat we weten over een bepaald onderwerp, gebaseerd op
logica
Gegevensverzameling – observatie -> gaat over het verzamelen van informatie in de outside
world; het gaat om het observeren van bepaalde processen (kan ook via enquêtes, interviews etc.
Data-analyse - de vergelijking van wat logischerwijs wordt verwacht met wat feitelijk wordt
waargenomen
Verschillende vormen van dataverzameling
Vaak wordt onderscheid gemaakt tussen:
1) Kwalitatief: niet-numerieke data
2) Kwantitatief: numerieke data: maakt observaties explicieter en maakt het gemakkelijker om
gegevens samen te voegen, te vergelijken en samen te vatten
Robin stelt dat dit geen praktisch onderscheid is -> bijv.: surveys genereren kwantitatieve data, maar
het gaat om het stellen van vragen, dus heeft ook een kwalitatief element. Het is dus meer een soort
continuüm.
Andere soorten onderscheid
Idiografisch: probeert de oorzaken van wat er in één geval (case) is gebeurd volledig te begrijpen
Nomothetisch: probeert een klasse van situaties of gebeurtenissen te verklaren in plaats van één
enkele (generaliseerbaarheid)
Inductie: van specifieke observaties tot de ontdekking van een patroon tussen alle gegeven
gebeurtenissen
Deductie: van een patroon dat logisch zou kunnen zijn naar observaties die testen of het patroon
voorkomt
Voorbeeld Emile Durkheim, Zelfmoord
Zelfmoord verklaren op basis van bestaande statistieken
Generalisatie 1: alleenstaanden plegen meer zelfmoord dan
getrouwde mensen
Generalisatie 2: mensen die in steden wonen plegen vaker
zelfmoord dan mensen die in dorpen wonen
Generalisatie 3: protestanten plegen meer zelfmoord dan
katholieken
Theorie: gebrek aan sociale cohesie verklaart zelfmoord
Dit is een voorbeeld van inductie. Maar deze theorie kan weer
getest worden en dan is het deductie
Het traditionele model
Deductief: begin met theorie
Nomothetisch: causale modellen
Kwantitatief: numerieke variabelen
Positivistisch
Auguste Comte (1789-1857)
Assumptie: alles bestaat uit patronen (als je maar goed genoeg zoekt)
Kennis als spiegel van de natuur
E = M * c2
Waarom dit traditionele model niet gebruiken?
1
, Inductief: begin met observaties en ontwikkel theorie (ook wel gefundeerde theorie genoemd)
Idiografisch: gevallen begrijpen
Kwalitatief: rijkdom in plaats van precisie
Sociale wetenschappen zijn vaak meer inductief, maar er zijn ook deductieve studies
Doel is: meer diepgaande kennis verzamelen
Welk filosofisch wereldbeeld heeft jouw voorkeur?
Post-positivisme: alles kan worden begrepen
Constructivisme: realiteit is anders vanuit verschillende perspectieven
Transformatief: doel om iets te veranderen
Pragmatisme: onderzoek doen dat werkt -> jouw taak om te onderzoeken wat werkt
Creswell & Creswell stellen dat het belangrijk is om eerst je wereldbeeld duidelijk te hebben, voordat
je start met je onderzoek. Idee achter wereldbeelden is dat je er maar 1 per moment hebt. In de
praktijk zijn sommige mensen in staat om er 2 tegelijkertijd toe te passen
Filosofische overtuigingen
Ontologie: wat is de aard van de werkelijkheid? (Stelt de vraag wat bestaat, en wat maakt dat iets
bestaat)
Epistemologie: hoe wordt de werkelijkheid gekend/hoe kunnen we werkelijkheid begrijpen?
(Stelt de vraag wat kennis is en wat gekend kan worden -> hoe kunnen we kennis verzamelen. En
hoe kun je bepalen of de kennis die je hebt op een bepaald moment kan worden toegepast).
Exiologie: wat is de rol van waarden?
Methodologie: wat is de benadering van onderzoek? -> gegeven de wereldbeelden en de drie
puntjes hierboven, welke aanpak moet je hanteren?
-> post-positivisme
-> constructivisme
2
College 1 – Wereldbeelden en onderzoeksvragen (Robin Bouwman)
Grondslagen van de sociale wetenschappen
Theorie – logica -> theorie is alles wat we weten over een bepaald onderwerp, gebaseerd op
logica
Gegevensverzameling – observatie -> gaat over het verzamelen van informatie in de outside
world; het gaat om het observeren van bepaalde processen (kan ook via enquêtes, interviews etc.
Data-analyse - de vergelijking van wat logischerwijs wordt verwacht met wat feitelijk wordt
waargenomen
Verschillende vormen van dataverzameling
Vaak wordt onderscheid gemaakt tussen:
1) Kwalitatief: niet-numerieke data
2) Kwantitatief: numerieke data: maakt observaties explicieter en maakt het gemakkelijker om
gegevens samen te voegen, te vergelijken en samen te vatten
Robin stelt dat dit geen praktisch onderscheid is -> bijv.: surveys genereren kwantitatieve data, maar
het gaat om het stellen van vragen, dus heeft ook een kwalitatief element. Het is dus meer een soort
continuüm.
Andere soorten onderscheid
Idiografisch: probeert de oorzaken van wat er in één geval (case) is gebeurd volledig te begrijpen
Nomothetisch: probeert een klasse van situaties of gebeurtenissen te verklaren in plaats van één
enkele (generaliseerbaarheid)
Inductie: van specifieke observaties tot de ontdekking van een patroon tussen alle gegeven
gebeurtenissen
Deductie: van een patroon dat logisch zou kunnen zijn naar observaties die testen of het patroon
voorkomt
Voorbeeld Emile Durkheim, Zelfmoord
Zelfmoord verklaren op basis van bestaande statistieken
Generalisatie 1: alleenstaanden plegen meer zelfmoord dan
getrouwde mensen
Generalisatie 2: mensen die in steden wonen plegen vaker
zelfmoord dan mensen die in dorpen wonen
Generalisatie 3: protestanten plegen meer zelfmoord dan
katholieken
Theorie: gebrek aan sociale cohesie verklaart zelfmoord
Dit is een voorbeeld van inductie. Maar deze theorie kan weer
getest worden en dan is het deductie
Het traditionele model
Deductief: begin met theorie
Nomothetisch: causale modellen
Kwantitatief: numerieke variabelen
Positivistisch
Auguste Comte (1789-1857)
Assumptie: alles bestaat uit patronen (als je maar goed genoeg zoekt)
Kennis als spiegel van de natuur
E = M * c2
Waarom dit traditionele model niet gebruiken?
1
, Inductief: begin met observaties en ontwikkel theorie (ook wel gefundeerde theorie genoemd)
Idiografisch: gevallen begrijpen
Kwalitatief: rijkdom in plaats van precisie
Sociale wetenschappen zijn vaak meer inductief, maar er zijn ook deductieve studies
Doel is: meer diepgaande kennis verzamelen
Welk filosofisch wereldbeeld heeft jouw voorkeur?
Post-positivisme: alles kan worden begrepen
Constructivisme: realiteit is anders vanuit verschillende perspectieven
Transformatief: doel om iets te veranderen
Pragmatisme: onderzoek doen dat werkt -> jouw taak om te onderzoeken wat werkt
Creswell & Creswell stellen dat het belangrijk is om eerst je wereldbeeld duidelijk te hebben, voordat
je start met je onderzoek. Idee achter wereldbeelden is dat je er maar 1 per moment hebt. In de
praktijk zijn sommige mensen in staat om er 2 tegelijkertijd toe te passen
Filosofische overtuigingen
Ontologie: wat is de aard van de werkelijkheid? (Stelt de vraag wat bestaat, en wat maakt dat iets
bestaat)
Epistemologie: hoe wordt de werkelijkheid gekend/hoe kunnen we werkelijkheid begrijpen?
(Stelt de vraag wat kennis is en wat gekend kan worden -> hoe kunnen we kennis verzamelen. En
hoe kun je bepalen of de kennis die je hebt op een bepaald moment kan worden toegepast).
Exiologie: wat is de rol van waarden?
Methodologie: wat is de benadering van onderzoek? -> gegeven de wereldbeelden en de drie
puntjes hierboven, welke aanpak moet je hanteren?
-> post-positivisme
-> constructivisme
2