Opdracht 7
Maak aan het eind van je stage een reflectieverslag en beantwoord daarin de
volgende vragen:
A.
Beschrijf je beginsituatie toen je aan je stage begon. Waar was je al goed?
Toen ik begon met mijn stage, had ik al ervaring met het werken met kinderen
als activiteitenbegeleider en toezichthouder bij De Scheg. Daarnaast liep ik de
eerste keer mee met Jolanda om te kijken hoe de zwemlessen verliepen. Ik vond
het erg leuk om te zien hoe de kinderen leerden zwemmen en plezier hadden in
het water. Dit motiveerde me om zelf ook aan de slag te gaan als
zweminstructeur en mijn vaardigheden op dat gebied te verbeteren.
En wat wilde je verbeteren?
Na de eerste lessen merkte ik dat ik meer zelfvertrouwen wilde opbouwen in het
geven van zwemles. Ik wilde beter worden in het begeleiden van de kinderen
tijdens de oefeningen en spelletjes, en ook meer leren over het pedagogische
aspect van zwemles geven. Daarnaast wilde ik mijn kennis over de zwemslagen
en veiligheid in het water verbeteren, zodat ik de kinderen beter kon instrueren
en begeleiden tijdens de lessen.
B.
Heb je de lessen die je hebt voorbereid ook telkens zo uitgevoerd? Of lukte dit
niet altijd?
Ja, over het algemeen heb ik de lessen die ik had voorbereid ook uitgevoerd
zoals gepland. Er waren echter momenten waarop ik moest improviseren of
mijn aanpak moest aanpassen op basis van de reacties en behoeften van de
kinderen in de les. Soms lukte het niet om de activiteiten precies zoals gepland
uit te voeren omdat de kinderen bijvoorbeeld meer tijd nodig hadden om een
bepaalde vaardigheid onder de knie te krijgen. In zulke gevallen moest ik
flexibel zijn en mijn lesplan aanpassen om toch een effectieve en leuke zwemles
te kunnen geven.
Waardoor kwam dit? Licht je antwoord toe.
Dit kwam voornamelijk doordat de groep kinderen soms anders reageerde dan
ik had verwacht. Ook waren er momenten waarop ik bepaalde dingen moest
aanpassen omdat er bijvoorbeeld iets onverwachts gebeurde in het zwembad.
Soms duurde het langer dan ik dacht om een bepaalde vaardigheid aan te
leren, waardoor ik mijn plan moest veranderen. Ook kon het gebeuren dat ik
niet alle spullen had die ik nodig had.
C.