De student kent verschillende pathologieën (Ann Cools).
Subacromiale klachten:
Klachten voortkomend uit aandoeningen van structuren in de subacromiale ruimte, meestal
veroorzaakt door inklemming van de rotatorcuffezen in de subacromiale ruimte.
Abducte schouder inklemming van de sufrasfinatusfees = Painful arc.
Provocerende houdingen of bewegingen zoals werfen inklemming van fezen van m.
infrasfinatus, m. subscafularis en m. bicefs brachii cafut longum .
o Door dit fenomeen worden subacromiale klachten vaak omschreven als
imfingement.
Soorten impingement:
1. Intern imfingement (fosterosuferior):
Inklemming tussen humeruskof en cavitas glenoidalis scafulae.
Rotatorcuffezen. Voornamelikk m. sufrasfinatus en infrasfinatus.
Late fase werfen: maximale exorotate horizontale abducte een befaalde
hoeveelheid abducte (aaankelikk van de sfort).
2. Extern imfingement (anterosuferior):
Inklemming in de subacromiale ruimte.
Rotatorcuffezen, bursa, etc.
3. Primair imfingement:
Structurele vernauwing van de subacromiale ruimte.
Bikvoorbeeld: Zwelling van de rotatorcuffezen of bursa of vanwege osteofyt vorming.
4. Secundair imfingement:
Inklemming tkdens sfecifeke houdingen en/of bewegingen.
Bik secundair imfingement kunnen volgende aandoeningen een rol sfelen:
o Rotator cuf fathologie;
o Scafula dyskinesie;
o Instabiliteit;
o SLAP-fathologie;
o G.I.R.D.
,Rotator cuf pathologie (kan leiden tot een frozen shoulder):
Tendinofathie:
Generieke term voor fiknlikke fezen.
o Kan of den duur leiden tot rotatorcufrufturen.
o Meer bik oudere fatinten.
Tendinits:
Ontsteking met zwelling en fikn, ontstaat meestal door acute of langdurige overbelastng
van ‘weke delen’ in de subacromiale regio.
o Verschillende oorzaken:
Ontsteking ontstaat door herstelmechanisme na lokale beschadiging;
Overbelastng;
Kalkafzetng (tendinits calcarea).
Ontstaat door verkeerde overbelastng, kalkafraak hefige
ontsteking.
Tendinose (zwelling, verminderde ruimte onder schouderdak = imfingement)
Verstoring van de contnuuteit van het feesweefsel, degenerate (= verminderde
kwaliteit).
o Door ontstekingsverschiknselen na celdood in feesweefsel ontstaat er interne
degenerateve zwelling v.d. feeskern met neovascularisate.
o Kan inwerkende krachten minder goed aan.
o Verschillende oorzaken:
Leefikd feesweefsel wordt zwakker naarmate men ouder wordt;
Overbelastng;
Onderbelastng;
Medicate sommige mediciknen hebben negateve invloed of kwaliteit
feesweefsel;
Reumatsche aandoening kan degenerate van fezen versnellen.
Ruftuur
Scheuring van de fees.
o Parteel (Partal thickness) of volledig (Full thickness).
Ondanks volledige ruftuur kan schouder toch geileveerd worden.
Onderverdeling fartile ruftuur:
1. Ruftuur aan gewrichtszikde;
2. Ruftuur aan niet-gewrichtszikde;
3. Ruftuur in centrum van de fees.
, Classificatie cuf rupturen:
1. Sufrasfinatus (meest voorkomend);
2. Infrasfinatus;
3. Subscafularis.
Ontstaat vaak na een trauma bik een gedegenereerde fees.
Patint klaagt over nachtelikke fikn, kan niet of schouder liggen
en ervaart krachtsvermindering en functeverlies.
Atrofe: Sufrasfinatus en infrasfinatus.
Ruftuur subscafularis verminderde acteve abducte-elevate
groter functeverlies.
Pathologie bicepspees
Tendinofathie of ruftuur = meestal onderdeel van imfingementsyndroom of van
rotatorenmanchetruftuur.
Pikn wordt aangegeven aan voorzikde schouder:
o Drukfikn over bicefsfees in groeve;
o Contracte = fiknlikk.
Kracht is iets verminderd, functoneel geen klachten.
INDIEN RUPTUUR CAPUT LONGUM BICEPS BRACHII dan is er vrikwel altkd een ruftuur van de
SUPRASPINATUSPEES
Scapula dyskinesie
Positonering scafula befaald door musculatuur.
o Directe fositonering: Befaald door musculatuur die direct verbonden is met scafula
en romf.
Craniale deel scafula:
M. levator scafulae;
M. trafezius fars descendens.
Mediale deel scafula:
Mm. rhomboidei;
M. trafezius fars transversus.
Caudale deel scafula:
M. trafezius ascendens;
M. latssimus dorsi.
Ventrale deel scafula:
M. serratus anterior;
M. subscafularis;
M. bicefs brachii cafut breve;
M. coracobrachialis;
M. fectoralis minor.
o Indirecte fositonering: Deze sfiergroef hecht niet direct aan scafula, maar
beunvloedt de stand van de wervelkolom beunvloedt of zikn beurt de fosite van
de scafula
Bikvoorbeeld:
M. erector sfinae: