college aantekening en samenvatting
Week 7 (16 oktober): Theorieën over beleidsvorming en de EU 2
Hoorcollege: 2
Literatuur: 7
Hoofdstuk 11 7
Hoofdstuk 19 10
Week 6 (9 oktober): Politieke participatie, identiteitspolitiek en populisme 13
Hoorcollege: 13
Literatuur: 18
Koen Abts and Stefan Rummens - 'Populism versus Democracy' 18
Hoofdstuk 12 - Political culture 18
Hoofdstuk 13 - Political Participation 21
Hoofdstuk 14 - Political communication 24
Week 5 (2 oktober): Belangengroepen in de representatieve democratie, hun rol en invloed 27
Hoorcollege: 28
Literatuur: 31
Hoofdstuk 18 - Interest groups 31
Week 4 (25 september): Functies en het actuele functioneren van politieke partijen 35
Hoorcollege: 35
Literatuur: 38
Hoofdstuk 15 - Political parties 38
Hoofdstuk 16 - Elections 42
Hoofdstuk 17 - Voters 45
Week 3 (18 september): Methoden van vergelijkende politicologie 48
Hoorcollege: 48
Literatuur: 50
Hoofdstuk 6 - Comparing governments and politics 50
Week 2 (11 september): Democratische, autoritaire en hybride politieke systemen 54
Hoorcollege: 54
Literatuur: 60
Hoofdstuk 3 - Democratic rule 60
Hoofdstuk 4 - Authoritarian rule 64
Hoofdstuk 7 - Constitutions and courts 67
Hoofdstuk 8 - Legislatures 70
Hoofdstuk 9 - Executives 73
Hoofdstuk 10 - Bureaucracies 76
Week 1 (4 september): Introductie in de (vergelijkende) politicologie: Conceptuele en theoretische aspecten 80
Hoorcollege: 80
Literatuur: 85
Hoofdstuk 1 - Key concepts 85
Hoofdstuk 2 - The state 89
Hoofdstuk 5 - Theoretical approaches 92
,Week 7 (16 oktober): Theorieën over beleidsvorming en de EU
Analyse van beleidsvorming gaat over hoe beleid tot stand komt: welke actoren en factoren
spelen een rol en in hoeverre worden de te verwachten effecten in beschouwing genomen? In het
college worden drie theorieën over deze vragen behandeld: het rationele model, het
incrementele model en het garbage-can model. Daarnaast worden er voorbeelden van
empirische analyses van Europees beleid behandeld.
Hoorcollege:
Het democratisch tekort in de EU en participatie als oplossing
Leerdoelen:
- Verschillende theorieën over de totstandkoming van beleid (beleidsvorming) en de EU;
- De concepten globalisering en Multilevel governance (MLG);
- Het democratisch tekort in de EU; verschillende definities en oplossingen
Uitdagingen voor de staat:
- Sterk:
- Monopolie over leger
- Sleutelpositie in economie
- Burgers identificeren zich met natiestaat
- Capaciteit gegroeid door technologische innovatie
- Veiligheidsstaat
- Verzwakking
- Roep om afscheiding (achterliggende economie, politiek en sociale verschillen)
(catalonie, welsh)
- Globalisering
- Intergouvernementele samenwerking (EU, VN, Nato)
Europese unie (als voorbeeld van regionale integratie)
- Waarom ontwikkeld?
- Vrede
- Globalisering
- Intergouvernementele organisatie
Multilevel governance:
- Bestuur systeem waarin de macht zowel horizontaal als verticaal verdeeld is, en actoren
discussiëren en onderhandelen op subnationale, nationale intergouvernementele en
supranationale niveauś met als doel coherent beleid
- Bij intergouvernementeel zijn er overeenkomsten tussen landen terwijl bij
supranationale verdragen en overeenkomsten worden opgelegd door een hogere
instantie
,MLG in the European Union:
Let op, citizens kunnen ook direct invloed uiten op de andere lagen
EU besluitvorming:
- Belangrijke actoren
- Lidstaten
- EU institutions
- Belangengroepen
Formele taken Europese insituties:
- Europese commissie
- Wetsvoorstellen
- Waakhond
- Implementatie beleid in brede zin
- Raad van ministers
- Besluitvorming
- Verantwoording aan eigen parlement en regering
- Europese Raad
- Grote lijnen ontwikkeling EU
- Europees parlement
- Direct gekozen
- Controleert beleid
- Medewetgever (samen met Raad van Ministers amenderen en besluiten over
wetsvoorstellen)
- Europese hof van justitie
- Interpreteert en oordeelt over EU recht
, Fasen in het beleidsproces:
Formele procedure wetgeving EU:
Informeel wetgeving EU:
- Commissie praat al met burgers en belangengroepen over eventueel wetgeving, tevens
leggen ze dit al informeel voor aan het Europees parlement. Daarna wordt het pas
gestuurd naar de raad van ministers.
Modellen beleidsvorming: (welk model komt het dichtste bij de werkelijkheid)
1. Rationele model (het beste model, maar gebeurt niet in de werkelijkheid.
a. Proces: Probleemanalyse (oorzaak-gevolg) -> Beleidsopties (doel-middel)
b. Stappen:
i. Analyseren van oorzaken probleem (in de werkelijk is hier geen overzicht
op)
ii. Doel wordt van te voren door de politiek bepaald
iii. Ontwikkelen van alternatieve oplossingen
iv. Rationele presentatie van oplossingen
v. Gekozen wordt de optie waarmee tegen de laagst mogelijke kosten het
beste resultaat bereikt wordt
2. Incrementele model
a. Kenmerken:
i. Doelen en middelen worden tegelijkertijd gekozen
ii. Optimale uitkomst is een beleid dat door de meerderheid ondersteund
wordt (meeste draagvlak)
iii. Doel van analyse is om te ontdekken wat het meest acceptabele beleid is