om toevallige ware
1 opvatting, 2 die waar en 3
opvattingen uit te
gerechtvaardigd is
sluiten als kennis
wetenschap
verzameling van kennis afkomstig van de zintuigen
KENNIS (epistemologie = kennis > noodzaak voor sterke
kennisleer) rechtvaardiging van de opvatting
methoden en werkwijzen theorie
mening > geen noodzaak voor een
empirisch ervaringen en waarnemingen
sterke rechtvaardiging
weten DAT = fundamenteel onderzoek kennis vergaren beschrijven EN verklaren van de werkelijkheid m.b.v. hypotheses en theorieën
RYLE concept of mind
weten HOE = toegepast onderzoek kennis toepassen > problemen oplossen voorspellen EN uitoefenen van controle op gebeurtenissen
fixation of belief
PEIRCE
1 volharding en vermijding wie of wat twijfel oproept vermijden
1 toestand van overtuiging (inquiry)
2 methode van
2 toestanden verantwoordelijkheid voor overtuigingen bij autoriteit leggen (leerkracht, arts...)
autoriteit
4 manieren om van
2 toestand van twijfel (doubt)
twijfel af te komen:
3 a priori methode meest aantrekkelijke overtuiging op dat moment kiezen
actief zoeken nr empirische gegevens, onafhankelijk
4 wetenschappelijke methode
van individueel standpunt
kwaliteit en betrouwbaarheid bronnen
waarborgen
descriptieve
wat IS gebaseerd op FEITEN
Currency (recent) uitspraak
CRAAP
Relevance
Authority
normatieve
wat WENSELIJK is WAARDE-afhankelijk
uitspraak
Accuracy
(nauwkeurigheid)
Purpose (doel vd
auteur)
, BASIS
rationalisme en SOCRATES, PLATO,
1 GRIEKSE TIJD wetenschappelijk 4 WETENSCHAPPELIJKE
empirisme ARISTOTELES mechanisering wereldbeeld BACON, DESCARTES, LOCKE, BERKELEY
denken REVOLUTIE
opkomst kritisch
5 VERLICHTING HUME, KANT, PEIRCE
2 ROMEINSE RIJK praktische filosofie ethiek, recht en politiek denken
dogmatisch aristotelisch- universum in goddelijke balans met aarde als 6 MODERNE TIJD industriële en digitale revolutie
3 MIDDELEEUWEN
christelijk wereldbeel middelpunt
EMPIRISME inductie en intuïtie
SOCRATES SCEPTICISME nooit zekere kennis herinneren wat al
PLATO RATIONALISME deductie ARISTOTELES
aanwezig was
tabula rasa
menselijke
idola tribus neigingen,
aangeboren
DESCARTES RATIONALISME aan alles twijfelen
persoonlijke
vooroordelen
idola specus
(familie en EMPIRISME
BACON RATIONALISME en EMPIRISME 4 IDOLEN groepen)
LOCKE
waarnemingstheorie > sensatie, reflectie en 3 kwaliteiten
vertekeningen door verward
idola fori
taalgebruik
zintuigen niet
BERKELEY IDEALISME esse est percipi = individueel perspectief
kritiekloos dogma's en vertrouwen
idola teatri verkeerde methoden
aanhangen
wetenschap =
EMPIRISME
mensenwerk TRANSCENDENTAAL IDEALISME
PRAGMATISME
HUME
KANT
copy principle percepties = kopieën van impressies noumenale wereld
PEIRCE DOUBT INQUIRY
model
impressies en fenomenale wereld
ideeën
fixation of belief
analytisch,
synthetisch, a
priori, a posteriori
, WETENSCHAPPELIJKE REVOLUTIES mechanisch wereldbeeld > Copernicus (1543)
CORRESPONDENTIEPROBLEEM hoe hangt ons bewustzijn met de werkelijkheid samen? materiële wereld versus innerlijk bewustzijn
via waarneming > nooit zekere kennis (kennis in bewustzijn = wereld buiten ons bewustzijn???)
SOCRATES > scepticisme
zekere kennis is onbereikbaar
= wereld van het verstand, kennis ontlenen aan het verstand
kennis = aangeboren, enkel herinneren wat al aanwezig is
algemeen principe > specifieke gevallen
PLATO > rationalisme
1 MAJOR premisse algemene kennis
2 MINOR premisse verbindt majorpremisse met specifieke instantie
deductie = premisse 1: alle mensen zijn sterfelijk
premisse 2: An is een mens syllogisme
GRIEKSE OUDHEID basis wetenschappelijk denken
conclusie: An is sterfelijk
probleem: uit geldigheid volgt niet per se waarheid
= via observatie specifieke kennis opdoen, samenvoegen en
tot opvatting komen
= kennis uit waarneming via de zintuigen
specifiek geval > algemeen principe
> empirisme probleem: elke observatie verhoogt waarschijnlijkheid vd
inductie
opvatting, maar maakt nooit met zekerheid waar
leidt tot nieuwe kennis, maar niet tot zekere kennis
ARISTOTELES
intuïtie zintuigelijke waarnemingen + opgedane ervaring
tabula rasa