Observeren is het systematisch observeren, vastleggen, beschrijven, analyseren en
interpreteren van het gedrag van mensen.
Twee soorten waarnemingen:
Participerende waarneming “Kwalitatief, ontdekken van de betekenis die mensen aan hun
handeling toekennen.” Systematisch, m.b.v. een formulier, turfen.
Gestructureerde waarneming “Kwantitatief, frequentie van de handeling.” Je bent
deelgenoot van het leven van de persoon die je observeert, waarom doet iemand iets.
Soorten gegevens:
1. Primaire waarneming ik noteer wat er wordt gedaan.
2. Secundaire waarneming wat zeggen mensen erover.
3. Ervaringsgegevens hoe ervaren mensen iets.
Participant als waarnemer: onderzoeker neemt deel aan de activiteit en de identiteit van de
onderzoeker is bekend.
- Met een gopro (en petje met onderzoeker erop) het achtbaangevoel vastleggen.
Complete participant: onderzoeker neemt deel aan de activiteit maar de identiteit is
onbekend.
- Als vakantieganger op een cruiseschip zitten.
Waarnemer als participant: onderzoeker neemt activiteit waar en de identiteit van de
onderzoeker is bekend.
- Met een cameraploeg langs de zijlijn van een marathon staan.
Complete waarnemer: onderzoeker neem activiteit waar maar de identiteit is onbekend.
- Onbekende paparazzi
, Gestructureerde waarneming: Participerende
waarneming:
Welke rol kies je?
Afhankelijk van:
- Doel van het onderzoek
- Tijd
- Je eigen kunnen (flexibel, eigen in naar achteren, sociaal)
- Toegang
- Ethische aspecten (identiteit niet bek end maken = ethisch verantwoord?)
Onderzoek doen = een proces doorlopen
Een goede onderzoeker moet een goede projectmanager zijn!
Het onderzoeksproces:
Je moet je bewust zijn van welke stappen doorlopen moeten worden en gestructureerd
werken
3 fasen van een onderzoeksproces:
1) Onderzoeksvoorstel schrijven.
2) Gegevens verzamelen.
3) Gegevens analyseren en rapporteren.
Fase 1: Onderzoeksvoorstel
Probleemanalyse (Wat is het probleem? Hoe en wanneer is het ontstaan?
Wie heeft het probleem? Waarom is het een probleem? Waar doet het zich voor?)
Doelstelling formuleren (verwijst naar waaróm je het wilt weten) (Binnen …(een
bepaalde tijd)..) Inzicht verkrijgen in … teneinde …
Geschikte modellen en/of theorieën zoeken (en uitleggen).
Hoofdvraag (=onderzoeksvraag =centrale vraag) en deelvragen ontwerpen.
Centrale vraag:
- Wat wil je onderzoeken?
- Geeft onderwerp aan en begrenst het tegelijk (afbakening).
- In vraagvorm (dus open en met een vraagteken).