Les 2
Tegenwoordige Tijd (gebeurt nu)
1. Zoek persoonsvorm > door in een andere tijd te zetten; wat verandert is de
persoonsvorm
2. Pak de stam van de persoonsvorm h.w -en= stam+t
3. Persoonlijk voornaamwoord vs. Bezittelijk voornaamwoord
- Vinden je mij aardig? (als je de je in jij kan veranderen is het een persoonlijk
voornaamwoord) dan komt er dus geen T achter en is het alleen stam en niet
stam +T
- Vinden je opa mij aardig? (als je de je in jouw(bezittelijk) kan veranderen is
het een bezittelijk naamwoord) dan komt er dus wel een T achter het wordt
dan stam+T
- Dit gebeurt pas als ´je´ ACHTER de persoonsvorm staat
4. Bij ik vorm komt er nooit een T // bij meervoud komt er altijd -en achter (wij/zij/jullie)
Voltooid Deelwoord (afgerond)
1. Zet de zin in een andere tijd, dat wat niet verandert is het voltooid deelwoord (het is
gebeurt vs. het was gebeurt)
2. h.w- en= stam+d (hij was veranderd)
3. Als de stam eindigt op T a X i K o F S C H i P dan komt er een T achter de stam
Verleden tijd
1. zet de zin in een andere tijd, dat wat veranderd is de persoonsvorm
2. hele werkwoord - en = stam + de of den
3. hele werkwoord - en = stam. als de laatste letter in het T a X i K o F S C H i P zit
dan is het stam + te of ten
werkwoorden met afkortingen
- bij afkortingen moet er een apostrof tussen de stam en T > appt wordt dan app´t //
smste wordt sms´te
- afkortingen die werkwoordsvormen worden vervoeg je altijd met een apostrof
woordenschat
1. aanhangig maken: het beginnen van een procedure bij de rechter
2. aanzegging: bekendmaking door middel van het uitreiken van een gerechtelijk
schrijven
3. akte: ondertekend geschrift dat als bewijs kan dienen ( bewijs op schrift)
4. arrondissement: rechtsgebied
5. beklag: de mogelijkheid voor rechtstreeks belanghebbenden om te klagen als door
, het openbaar ministerie is besloten om een strafbaar feit niet verder te vervolgen (bij
de hoge raad)
6. belanghebbende: iemand die betrokken is bij een besluit of geschil en (rechtstreeks)
belang bij heeft.
7. bemiddeling: een alternatieve manier om tot een oplossing van geschil te komen.
een onafhankelijke deskundige bemiddelaar verleent hulp om partijen tot elkaar te
brengen.
8. beschikking: een schriftelijke beslissing van een overheidsorgaan
9. bestuursorgaan: organen die belast zijn met een overheidstaak (gemeente, duo)
10. centrale raad van beroep: beroepsinstantie die in hoger beroep beslist over sociale
verzekeringswetten en ambtenarenzaken.
voorzetsels
1. maant aan tot
2. moedigt aan om
3. passen aan aan
4. sluiten aan bij
5. stuurt aan op
6. abboneer op
7. geeft af op
8. hangt af van
9. afstemmen met (met iemand/op iets)
10. zet af tegen
Les 3:
contaminatie: een verhaspeling van twee begrippen.
pleonasme: een herhaling van de eigenschappen van het zelfstandig naamwoord
Tegenwoordige Tijd (gebeurt nu)
1. Zoek persoonsvorm > door in een andere tijd te zetten; wat verandert is de
persoonsvorm
2. Pak de stam van de persoonsvorm h.w -en= stam+t
3. Persoonlijk voornaamwoord vs. Bezittelijk voornaamwoord
- Vinden je mij aardig? (als je de je in jij kan veranderen is het een persoonlijk
voornaamwoord) dan komt er dus geen T achter en is het alleen stam en niet
stam +T
- Vinden je opa mij aardig? (als je de je in jouw(bezittelijk) kan veranderen is
het een bezittelijk naamwoord) dan komt er dus wel een T achter het wordt
dan stam+T
- Dit gebeurt pas als ´je´ ACHTER de persoonsvorm staat
4. Bij ik vorm komt er nooit een T // bij meervoud komt er altijd -en achter (wij/zij/jullie)
Voltooid Deelwoord (afgerond)
1. Zet de zin in een andere tijd, dat wat niet verandert is het voltooid deelwoord (het is
gebeurt vs. het was gebeurt)
2. h.w- en= stam+d (hij was veranderd)
3. Als de stam eindigt op T a X i K o F S C H i P dan komt er een T achter de stam
Verleden tijd
1. zet de zin in een andere tijd, dat wat veranderd is de persoonsvorm
2. hele werkwoord - en = stam + de of den
3. hele werkwoord - en = stam. als de laatste letter in het T a X i K o F S C H i P zit
dan is het stam + te of ten
werkwoorden met afkortingen
- bij afkortingen moet er een apostrof tussen de stam en T > appt wordt dan app´t //
smste wordt sms´te
- afkortingen die werkwoordsvormen worden vervoeg je altijd met een apostrof
woordenschat
1. aanhangig maken: het beginnen van een procedure bij de rechter
2. aanzegging: bekendmaking door middel van het uitreiken van een gerechtelijk
schrijven
3. akte: ondertekend geschrift dat als bewijs kan dienen ( bewijs op schrift)
4. arrondissement: rechtsgebied
5. beklag: de mogelijkheid voor rechtstreeks belanghebbenden om te klagen als door
, het openbaar ministerie is besloten om een strafbaar feit niet verder te vervolgen (bij
de hoge raad)
6. belanghebbende: iemand die betrokken is bij een besluit of geschil en (rechtstreeks)
belang bij heeft.
7. bemiddeling: een alternatieve manier om tot een oplossing van geschil te komen.
een onafhankelijke deskundige bemiddelaar verleent hulp om partijen tot elkaar te
brengen.
8. beschikking: een schriftelijke beslissing van een overheidsorgaan
9. bestuursorgaan: organen die belast zijn met een overheidstaak (gemeente, duo)
10. centrale raad van beroep: beroepsinstantie die in hoger beroep beslist over sociale
verzekeringswetten en ambtenarenzaken.
voorzetsels
1. maant aan tot
2. moedigt aan om
3. passen aan aan
4. sluiten aan bij
5. stuurt aan op
6. abboneer op
7. geeft af op
8. hangt af van
9. afstemmen met (met iemand/op iets)
10. zet af tegen
Les 3:
contaminatie: een verhaspeling van twee begrippen.
pleonasme: een herhaling van de eigenschappen van het zelfstandig naamwoord