Citatiewijze: art. 11.4 Wet IB 2001 voor essay en tentamen
Winst uit We behandelen H3 Wet IB 2001 (Winst uit onderneming)
onderneming en
Wet IB 2011 Winst uit onderneming
1. Duurzame organisatie van arbeid en kapitaal (onderneming)
2. die deelneemt aan het economisch verkeer
3. daarmee voordeel beoogt en
4. dat voordeel ook redelijkerwijs kan worden verwacht.
HR 26 Tijdstip bronkwalificatie: elke aangifte (dus elk kalenderjaar) toets je dit o.b.v. feiten van dat jaar,
maar andere jaren kunnen er licht op werpen.
Rangorde box 1
1. Onderneming (Afdeling 3.2)
2. Loon (Afdeling 3.3)
3. Overige werkzaamheden (Afdeling 3.4, vanaf art. 3.90)
4. Eigen woning (Afdeling 3.5, vanaf art. 3.110)
Val je in loon, dan kan dat niet meer bij overig worden belast. Dit is relevant omdat verschillende
tarieven gelden (bijv. relevant voor vermogensetikettering).
1. Duurzaamheid Dit is lastig te bepalen.
Kenmerken:
1. Omvang van de 2. Aard van de 3. Omvang van de 4. Debiteurenrisico
werkzaamheden werkzaamheden investeringen
5. Ondernemersrisico 6. Beschikbare tijd 7. Aantal 8. Bekendheid naar
opdrachtgevers buiten toe
Leer deze kenmerken uit je hoofd
Dit zijn gezichtspunten, niets is doorslaggevend. Het geheel schept het beeld, dus altijd alles toetsen.
HR 22 Windturbine: staan enkele kenmerken in
2. Deelname aan Nieuwe jurisprudentie zegt dat inwonend zorgen voor familie tegen vergoeding (bijv. als het pgb
economisch ervoor wordt benut) niet meer in de privésfeer valt en dus wel deelname aan economisch verkeer kan
verkeer opleveren en dus e.v.t. winst uit onderneming.
Het systeem is “euro is euro”. Voordeel wordt gemeten in euro’s, dus als je voordeel een krop sla of
biefstuk is moet dat gewaardeerd worden. Dat kan best lastig zijn omdat het voor verschillende
mensen een verschillende waarde kan hebben.
3. Voordeel Subjectief criterium: komen de voordelen op in de persoonlijke sfeer? Dan is het niet beoogd. dit
beogen wordt amper meer gebruikt, beetje dode letter.
Voorbeeld: een blog onderhouden met affiliate marketing (zoals Monica Geuze die producten omhoog
houdt) = voordeel beogen
4. Voordeel Objectief criterium, wanneer is er objectieve voordeelsverwachting? Hangt af van activiteit:
verwachten Diensten
Niet bij structurele verliesgevendheid (hobby)
Wel als het geld oplevert
Vermogenstransacties
Niet bij speculatie (normaal vermogensbeheer box 3)
Wel als het geld oplevert en niet louter speculatief is: weet jij meer dan de markt/heb jij invloed
gehad op het voordeel? dan is het niet speculatief (bijv. handel met voorkennis).
! Dit onderscheid is heel belangrijk op het tentamen voor het toepasselijk criterium, dus let op.