Ademcentrum: in de hersenstam, regelt de actiiteiten ian de ademhalingsspieren
Ademvolume: per ademhaling ademt een iolwassen persoon 0,5L lucht in en uit
Borstvlies: iergroeid met de ribben, de binnenste tussenribspieren en het middenrif
Buistige inademing: komt tot stand doordat de buitenste tussenribspieren de ribben en het borstbeen omhoog
en naar ioren trekken
Chemoreceptoren: zintuigcellen in de wand ian de halsslagaders en de aorta die het koolstofdioxide ian het
bloed waarnemen
Diepe inademing: spieren in de hals trekken samen waardoor de ribben en het borstbeen nog ierder
omhooggaan en naar ioren
Diepe uitademing: (hoesten) binnenste tussenribspieren trekken zich samen waardoor de borstkas ieel kleiner
wordt gemaakt
Expiratoir reservevolume: bij maximale uitademing kan gemiddeld 1,2L lucht extra worden uitgeademd
Galzure zouten: ontstaat bij afraak cholesterol
Gaswisseling: het ademhalingsstelsel neemt gassen op uit de lucht en geef deze gassen af aan de lucht
Hyperventilatie: sterke emotes beïniloeden de ademhalingsfrequente
Inspiratoir reservevolume: bij maximale inademing kan gemiddeld 3,1L lucht extra worden ingeademd
Leverlobjes: hieruit bestaat de leier, op drie hoekpunten ziten de poortader, slagader en galgang, in het
midden zit de afakking ian de leierader