College 1: introductie
Wat is public health?
Public health verschilt van klinische gezondheid. Public health is gericht op de
volksgezondheid, terwijl klinische geneeskunde zich richt op het individu beter maken.
Public health kan omschreven worden in drie kernwoorden:
- Promoting (bevorderen)
- Protecting (beschermen)
- Prevention (voorkomen)
public health is dus eigenlijk: ‘’Vakgebied dat zich bezighoudt met de ‘volksgezondheid’ en
‘collectieve maatregelen om de volksgezondheid te bevorderen’.’’
→ WHO: Public health is the science and art of preventing disease, prolonging life and
promoting health through the organized efforts of society (WHO 2004)
Verbeteren volksgezondheid door collectieve maatregelen:
- Preventieve gezondheidszorg (screening, vaccinaties)
- Sanitaire maatregelen (drinkwatervoorziening)
- Gezondheidsvoorlichting (voeding, beweging)
- Sociale voorzieningen (daklozenopvang, buurthuizen)
- Beleid en de organisatie van de zorg (bv. toegang tot zorg)
Preventie
- Primaire preventie: wegnemen/verminderen oorzaken
→ doel: het voorkomen van ziekten en aandoeningen
VB. Vaccinatieprogramma baarmoederhalskanker
- Secundaire preventie: opsporen in een vroeg stadium
→ doel: vroege behandeling en voorkomen dat ziekte verergert
VB. Screening baarmoederhalskanker
- Tertiaire preventie: beperken van gevolgen van reeds vastgestelde
ziekte/comorbiditeit voorkomen
VB. Dieetadviezen/voorlichting bij diabetes
Geschiedenis public health
Public health in de huidige vorm is ontstaan in 1830-1875. Daardoor ontstond er een:
- Toename van de levensverwachting
, - Daling van de sterftecijfers
Dit wordt demografische transitie genoemd: de overgang van een hoog sterfte- en
geboortecijfer naar een laag sterfte- en geboortecijfer binnen een bepaalde
bevolkingsgroep.
→ demos=volk, graphoo=beschrijven: dus demografie gaat over de volksbeschrijving of de
bevolkingsleer en het betekent de omvang, structuur en spreiding van het volk.
De ontwikkeling van de volksgezondheid zag er als volgt uit:
Stijging van de
levensverwachting
Epidemiologie
Epidemiologie: de leer die zich bezighoudt met de bestudering van ziekten en aandoeningen
in de bevolking.
Dit wordt op vier manieren gedaan:
1. Beschrijven van vóórkomen en omvang van ziekten op bevolkingsniveau
2. Onderzoek naar de oorzaken van ziekte op bevolkingsniveau → etiologische factoren
3. Factoren die het beloop van de ziekte bepalen → prognostische factoren
4. Bestuderen van manieren waarop de gezondheidstoestand van een bevolkingsgroep
het best bevorderd kan worden → preventie
Hoe is de epidemiologie ontstaan?
Er was een cholera-epidemie in SOHO-London in 1854. Er stierven 616 mensen in circa drie
weken. De Engelse arts John Snow ontdekte dat de oorsprong van het probleem lag bij de
waterpomp in de straat. Hij liet de pomp uitzetten en daarmee vond hij de oplossing voor
het cholera probleem.
Verschuiving van patroon in doodsoorzaken
Epidemiologische transitie:
1. Tijdperk van epidemieën en hongersnoden (tot 1875)
2. Tijdperk van afnemende pandemieën (1875-1920)
3. Tijdperk van degeneratieve en door de mens veroorzaakte aandoeningen (1920-
1970)
, 4. Tijdperk van delayed degenerative diseases (vanaf 1970)
5. Terugkeer van oude infectieziekten en ontwikkeling van nieuwe infectieziekten
10 grote successen van de public health
1. Vaccinaties
2. Bestrijding infectieziekten
3. Veiligheid van de werkplek
4. Gezondere moeders en baby’s
5. Veiliger en gezonder voedsel
6. Family-planning
7. Fluoridering van drinkwater
8. Veiligheid van motorvoertuigen
9. Bestrijding van hart- en vaatziekten
10. Bestrijding tabaksgebruik
De systematische aanpak
Epidemiologische analyse
E
v Analyse van risico factoren
a
l
u
a Analyse determinanten van blootstelling aan risicofactoren
t
i
e
Interventie keuze of ontwikkeling
Interventie-implementatie en diffusie
Model voor planmatige gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering
, Organisatie van public health in Nederland
- In de praktijk:
• Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport
• Gemeentelijke gezondheidsdiensten
- De beroepsgroep:
• Sociaal-geneeskundigen
• Gezondheidswetenschappers
- Onderzoek door:
• Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu
• Universiteiten
Gezondheid in de grote stad
Wat is een grote stad?
Stad: een nederzetting (plaats waar mensen wonen) met een flinke omvang (meer dan
25000 inwoners) en een hoog voorzieningenniveau.
Verstedelijkingsgraad of urbanisatiegraad: de mate van stedelijkheid van een stad, dus ook
wel de mate waarin de bevolking in steden woont.
G4: het grotestedenbeleid (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) → in 1994
opgezet als speerpunt van kabinet Kok
In 2018 woont 50% van de wereldbevolking in een stad, in 2050 zal dit 70% zijn.
Gezondheidsverschillen tussen stad en platteland
Burgers in de grote stad:
- Zijn over het algemeen jonger
- Zijn vaker armer (lagere sociaaleconomische status)
- Hebben vaker een migratie-achtergrond
- Wonen vaker alleen of alleen met kinderen
- Consumeren meer zorg
- Gebruiken meer medicijnen
- Zijn vaker psychisch ongezond
- Kampen vaker met langdurige aandoeningen
- Drinken over het algemeen meer alcohol
- Roken over het algemeen meer
- Gebruiken over het algemeen meer drugs
- Kinderen hebben vaker overgewicht
Oorzaken van de verschillen
Mogelijke verklaringen slechte gezondheid van de G4:
- Compositie: afwijkende samenstelling van de bevolking
• Naar sociaaleconomische status
• Naar burgerlijke staat
• Naar etnische afkomst
- Context: afwijkende omgeving
• Fysiek