van disciplines
Hoorcollege 5 Schrijven en argumenteren
Overzicht:
1. Overtuigen en argumenteren
2. Waarom schrijven?
3. Hoe schrijven?
4. Feedback
5. Casus
1. Overtuigen en argumenteren
- Overtuigen met logica en retorica
- Logos:
o Waarheid en geldigheid
o Bewijslast
o Drogredenen
- Pathos: Beroep doen op je publiek (retorische middelen gebruiken)
- Ethos: Geloofwaardigheid (over spreker)
Logos
- Logica: formele geldigheid redeneringen (geen gaten erin)
- Deducteve bewijsvoering (van het algemene naar het specifieke) (je gaat uit van waarheden
die op de een of andere manier zijn vastgesteld en daarnaast gebruik je lokale observates, en
die twee breng je met elkaar in verband en daar trek je conclusies uit)
- Syllogisme (bestaat uit drie onderdelen, je kunt wel per onderdeel meerderen doen)
o Majeure premise (algemeen geaccepteerde uitspraak of wet)
o Mineure premise (lokale observate of toestand)
o Conclusie (hetgeen uit de premissen afgeleid kan worden)
Syllogisme: waarheid vs. geldigheid
- Ware bewering: vergt empirische evidente
- Geldige redenering: logisch correcte afeiding
- In een syllogisme moeten de beweringen waar én de afeidingen geldig zijn
Syllogismen
1. Voorbeeld 1:
a. Alle mensen zijn sterfelijk (majeure premise) waar
b. Jaap Bos is een mens (mineure premise) waar
c. Jaap Bos is sterfelijk (conclusie) geldig en waar
2. Voorbeeld 2:
a. Alle mensen zijn sterfelijk waar
b. Jaap Bos is geen mens onwaar
c. Jaap Bos is onsterfelijk ongeldig en onwaar
3. Voorbeeld 3:
a. Alle mensen zijn onsterfelijk onwaar
b. Jaap Bos is een mens waar
1
, c. Jaap Bos is onsterfelijk geldig maar onwaar (het is niet bewezen dat hij onsterfelijk is)
4. Voorbeeld 4:
a. Alle mensen zijn sterfelijk waar
b. Mina is sterfelijk waar
c. Mina is een mens ongeldig (en onwaar)
5. Voorbeeld 5:
a. Alle mensen zijn sterfelijk waar
b. Mina is sterfelijk waar
c. Mina is geen mens ongeldig maar waar
Syllogisme 6: godsbewijs
Iets kan niet uit het niets voortkomen
De wereld bestaat
De wereld heef zichzelf niet geschapen
Er moet dus een schepper zijn (geweest) Conclusie is ongeldig
Dit is een ongeldige conclusie, omdat: in de majeure premise ‘niets’ staat en dit is geen domein. Dus
kun je dit ook niet in je premise opvoeren. Hierdoor vervalt de eerste premise.
Je kunt echter hier ook niet uit concluderen dat God niet bestaat, je kunt alleen concluderen dat dit
godsbewijs niet werkt.
Bewijslast: ligt bij degene die een stelling poneert (als je iets beweert, moet je dit kunnen bewijzen).
Je kunt niet iets bewijzen dat niet bestaat. Je kunt alleen proberen te bewijzen dat iets wel bestaat.
Syllogisme 7: Jesse Klaver
‘Wat ik heb geleerd, is dat je je nooit moet laten vertellen, door wie dan ook, door welke sceptci of
cynici dan ook, dat iets onmogelijk is. Dat je je nooit moet laten vertellen dat iets niet kan. En ik heb
geleerd dat het enige dat tussen jou en je droom staat, het enige tussen jou en je idealen, de angst
om te falen is. Laat die angst los en je kunt alles bereiken.’
Speech teruggebracht tot een syllogisme:
Iedereen die zijn dromen wil realiseren mag niet bang zijn om te falen.
Sceptcii/cynici praten je angst om te falen aan (ook beetje majeure premise)
Wie de angst om te falen loslaat kan alles bereiken
Deze conclusie is niet geldig.
Probleem: Hij heef een noodzakelijke factor met een voldoende factor verward. Hij heef gedaan
alsof hij een voldoende factor stelde. Hij heef echter een noodzakelijke voorwaarde gebruikt, waarbij
er nog heel veel andere factoren nodig zijn. Hij heef eigenlijk een drogreden gebruikt.
Noodzakelijke en voldoende voorwaarde
- Noodzakelijk: oorzakelijke factor die nodig is om een gevolg te doen optreden, hoewel er
nog andere factoren kunnen bestaan die ook nodig zijn.
o Vb. Als je hard studeert haal je het tentamen. Daarnaast echter ook nodig:
intelligente, concentrate, inzicht in de stof, een rustge omgeving, voldoende tjd,
etc.
- Voldoende: oorzakelijke factor die op zichzelf het gevolg teweeg kan brengen, hoewel
andere oorzaken hetzelfde gevolg ook teweeg kunnen brengen.
2
, o Vb. Als je een schot hagel op een must afvuurt zal hij dood neervallen. Daarnaast kun
je een mus ook met een steen doodgooien of nog andere executemethoden
verzinnen die ieder op zich ook ‘voldoende’ zijn.
Drogredenen – enkele voorbeeldeni/typen
- Begging the queston: conclusie verondersteld (conclusie al verondersteld in de premise)
o Vb. Eten van organisch voedsel is gezond. Onze groenten zijn onbespoten. Je kunt
dus beter onze groenten kopen. Bespoten en gezond zijn min of meer synoniem.
- Cherry picking: conclusie gebaseerd op selectef bewijs
o Vb. De psychoanalyse is ondeugdelijk want een van Freuds patinten is nooit
genezen.
- Post hoc ergo propter hoc: B volgt op A dus A heef B veroorzaakt
o Vb. De psychoanalyse is deugdelijk, want de meeste patinten rapporteren na afoop
van hun therapie verbetering.
- Argument from incredulity: juistheid claim baseren op onvermogen het tegendeel te
bewijzen
o Vb. godsbewijs
- Autoriteits-argument
o Vb. Ik geef geen voorbeeld, want je moet maar van mij aannemen dat ik er verstand
van heb.
- Straw man: misrepresentate van standpunt van ander (je brengt standpunt van ander neer
tot een karikatuur)
o Vb. Debatje Baudet met Dijkhof over stjging zeespiegel, waarbij Dijkhof standpunt
Baudet helemaal verkeerd voorstelt.
- Tu quoque: onjuistheid standpunt afeiden uit het niet handelen naar dat uitgangspunt
o Vb. Rousseau
- Slippery slope: van het een komt het ander
o Vb. werd vaak gebruikt in drugsbeleid: als je niets doet gaat het van kwaad tot erger
Logocentrisme (Derrida)
- Luria, syllogisme als opgave in test
- In het Noorden is er altjd sneeuw en zijn alle beren wit.
Nova Zembla ligt in het Noorden en er is altjd sneeuw.
Welke kleur hebben de beren daar?
- Meerdere vormen van logica mogelijk, zo antwoordden de boeren: ‘Ja, dat moet je vragen
aan de mensen die daar zijn geweest.’
Pathos
Overtuiging publiek m.b.v. retorische middelen
- Opwekken emotes (bijv.):
o Angst
o Afschuw
o Medelijden
o Trots
- Gebruik retorische trucs
o Metafoor
o Analogie
o Retorische vraag
o Humor
3