Methoden
1. Welk advies wordt gegeven bij de behandeling van een verslaving
gecombineerd met een depressieve stoornis?
a. Sequentiëee behandeëine
b. Geïnteereerdee behandeëine
c. Paraëëeëee behandeëine
d. Geene behandeëinee bieden
2. Wat behoort niet tot de criteria van een middelengebonden stoornis?
a. Toëerante
b. Aanhoudendeewenseteeminderen
c. Fysiekeeevaarevoorejezeëfeofeanderen
d. Sociaëeeeneinterpersoonëijkeepro bëemen
3. Uit het onderzoek van Lambert blijkt dat:
a. 30%eafanetevanedeetechniek
b. 15%eafanetevanedeetherapeutscheereëate
c. 15%eafanetevanedeeverwachtneen
d. 30%eafanetevanewatejeedoete buitenedeetherapie
4. Wat is geen kenmerk van een optimale relatie met de cliënt uit de
bevindingen van Narcross (2011):
a. Hetetonenevaneempathie
b. Gevenevaneaandachteaanedeestjëevaneatachment
c. Hetemanaeenevaneteeenoverdracht
d. Heteeevenevanepositeveeaandacht
5. Welk begrip past het best bij de volgende omschrijving: ‘ik vind het
leven niet veel leuker nu ik nuchter ben, waar doe ik het eigenlijk
allemaal voor?’
a. Anhedonie
b. Controëeverëies
c. Post-detoxifcatesyndroom
d. Externaëiserine
6. Welke behandeling past bij de situatie: ‘Ik ga cola drinken in plaats van
een glas bier’.
a. Stmuëuscontroëe
b. Responsconsequente
c. Stmuëus-responseconsequente
, d. Stmuëus-responseintervente
7. Wat hoort bij de Wet van Efect?
a. Responsedateëeidtetoteeenepositeveeconsequenteeneemtetoe
b. Deekansedateeewensteeedraeetoeneemtehaneteafevanedeeconsequente
c. Responsedateëeidtetoteneeateveeconsequenteeneemtetoe
d. Deekansedateeewensteeedraeetoeneemtehaneteafevanedeeomeevine
8. Wat behoort niet tot de principes van CM?
a. Kieseuniverseëee bekrachteers
b. Hanteereshapine
c. Richteneopepositeveeefecten
d. Onmiddeëëijkeetoekennine’
9. Wat is geen ingrediënt van Community Reinforcment Approach (CRA)?
a. Ontspanninestechnieken
b. Ar beidsinteerate
c. Coeniteveemodivate
d. Mindfuëënesse
10. Welke vraag wordt niet gesteld om opvattingen naast elkaar te
leggen volgens het verklaringsmodel van Kleinman?
a. Hoee beïnvëoedteditepro bëeemejeeëichaameeneeeest?
b. Waaremaakejeejeehetemeestezoreeneovere bijedee behandeëine?
c. Watedenkejeedatedeeoorzaakeisevaneditepro bëeem?
d. Hoeezouejeeditepro bëeemekunneneverheëpen?
11. Maria is 30 jaar en heeft last van wanen en hallucinaties voor de
duur van twee maanden. Maria vertoont geen bizar gedrag en handelt
niet naar de wanen. Maria kan worden gediagnosticeerd met:
a. Schizofrenie
b. Waanstoornis
c. Schizofreniformeestoornis
d. Schizoafecteveestoornis
12. Wat zijn risicofactoren voor het ontwikkelen van schizofrenie?
a. Genetscheekwets baarheidoeoperoeieneineeenedorpoesociaëeestressedooreimmierate
b. OperoeieneineeeneeezinemetehoeeeEEoeeenetscheekwets baarheidoecocaïneee bruik
c. SociaëeestressedooreimmierateoeoperoeieneineeeneeezinemeteëaeeeEEoeeenetschee
kwets baarheid
d. OperoeieneineeeneeezinemetehoeeeEEoeoperoeieneineeenestedeëijkeeomeevineoesociaëeestresse
dooreimmierate.
13. Symptoom van Magnan:
a. Zienevaneëichtëitseneeneeeometrischeefeuren