- Psychologie is gedrag. Gedrag is niet mogelijk zonder hersenen. Gedrag aansturen d.m.v.
hersenen. Psychologie gaat over mentale processen.
Biologische psychologie: gedrag in relatie tot hersenprocessen.
- Cognitieve psychologie: mentale processen gericht; niet snel aan de hersenen denken.
Gedrag herkennen door observatie om gedrag te begrijpen.
- Sociale psychologie; waarnemen, beoordelen door gedrag van anderen.
- Ontwikkelingspsychologie; alle voorgaande + in een levensfase.
- Klinische psychologie; gedragsstoornissen.
Wat is psychologie?
- Gedrag, mentale processen. Gedrag bepaald door mentale processen.
- Om iets te weten moeten we meten.
- Zijn mentale processen meetbaar?
- Emotie: zweet, tranen
- Waarneming; Als iemand zegt dat hij/zij iets niet ziet, hebben we dan een meting van een
mentaal proces?
- Gedrag kunnen we meten.
- Begrijpen we het dan? Vaak niet, we weten nog niets over onderliggend mechanisme à je
kunt change blind zijn maar in de hersenen gebeurt wel iets.
- Andere vragen kunnen we misschien wel beantwoorden op basis van alleen gedrag te
meten.
- Verschillen in gedrag meten.
- Helmholtz: reactietijden op teen-simulatie langer dan die op heup-situatie.
- Interpretatie? Onderliggend organisme?
- Donders; reactietijden langer als je (FCQT) ziet en X of Q moet zoeken bij (F T).
- Het zoeken naar 2 extra letters kost extra tijd. Rekenen hoeveel tijd het kost om letters uit te
rekenen.
- Verklaart waarom 4 letters op display langer zijn dan 2 letters. En dus de reactietijd.
Afhankelijk wat er gebeurt.
Interpretatie?
- Mentale processen infereren.
Leren herkennen: Gedrag in een en dezelfde situatie is veranderd na een ervaring.
Leren is iets veranderen in geheugen. Leren is af te leiden uit gedrag. ^
Klassiek conditioneren: Pavlov.
-Relatie tussen stimulus en daaropvolgende respons
• Schrikken of wegduiken
• Kwijlen of zweten
- Unconditioned respons is aangeboren. Conditioned is aanleren.
Eric Kandel: Zenuwstelsel gecombineerd met leren (zeeslakken).
,Operant of instrumenteel conditioneren; Skinner en thorndike.
Als gedrag vaak genoeg beloond wordt, wordt de kans dat gedrag herhaald wordt op zelfde situatie
vergroot. – thorndike.
Bekrachtiging is gedefinieerd als iets wat ervoor zorgt dat gedrag herhaald wordt.
Relatie tussen gedrag en daaropvolgende stimulus.
Reinforcement (Bekrachtiging); zorgt dat het gedrag herhaald wordt.
Is leren gelijk aan conditioneren?
- We noemen het niet zo. Reactie op figuur is anders eerste keer.
Leren:
Wat betekent nature versus nurture, en hoe beïnvloeden
nature en nurture volgens moderne psychologen het gedrag?
• Nurture: leren van omgevingsinvloeden. (nurture is biologisch, omgevingsinvloeden tijdens
ontwikkeling)
• Nature: genetische bepaaldheid; vanaf geboorte. (kan psychologisch zijn)
• Niet: biologisch versus psychologisch
– Biologisch perspectief op psychologie
Film belangrijkste zaken: (Van gen naar gedrag)
- MAO (monoamine oxydase) high:
- MAO low:
- Oorzakelijk verband aantonen (
- Verband tussen genen en gedrag
- Het verband is soms zo sterk dat relatie onverbiddelijk lijkt.
Hersenen en gedrag – Hoorcollege 2
Van gen naar gedrag- 2
- 22 paar autosomale chromosomen. En 1 paar geslachtschromosomen (xx/xy)
- Xx 2 allelen en xy 1 allel.
- Allel is variant van gen. 2 allelen bij autosomaal.
- Eiwitten (opsines) coderen om licht op te vangen op x chromosoom.
- Lcr activeert het lezen van de eerstvolgende 2 genen.
- Mutatie bij rood opsine wordt groen, eiwit werkt niet zo goed meer
- Dit heeft gevolgen voor expressie van deze eigenschap en voor de overerving van deze
eigenschap (X = chromosoom met mutatie)
- Seks limited genen; mannen en vrouwen hebben ze maar ze worden verschillend afgelezen.
- Seks limited genen kunnen op alle chromosomen voorkomen.
- Ze komen soms tot expressie en soms niet; hormonen.
2
, - Leidt tot verschillen in eigenschappen
- Wat is verschil tussen seks linked en seks limited genen?
- Seks linked; geslachtschromosomen. Veel op x chromosoom.
- Seks limited genen; autosomale chromosomen.
- Kunnen ervaringen de genen veranderen? --> ervaring verandert chromosoom bij promotor
regio. Methylering van DNA door enzym bij promotor regio. Structurele verandering eiwit of
DNA wordt niet afgelezen.
- Methylering is nodig voor geheugenvorming.
- Promoter verandering nodig voor leren (gedrag). Epigenetisch; genetisch materiaal heeft en
langdurige gevolgen kan hebben.
- Ervaring verandert chromosoom bij promotor regio.
- Acetylering; meer afgelezen.
- Andere mechanismen.
- Wat is in globale termen een belangrijk chemisch mechanisme van genetica? Methylering,
acetylering.
- Verandering over generaties van genen (en eigenschappen waarvoor ze coderen) in
populatie.
- Reproductieve isolatie leidt vervolgens tot het ontstaan van verschillende soorten.
- Al het leven op aarde is verwant en heeft gezamenlijke voorouders; evolutionair.
- Soorten die een recentere gemeenschappelijke voorouder hebben lijken vaak meer op
elkaar.
- Dit geldt voor genen en de eigenschappen waarvoor ze coderen.
- Genen op letter bij letter basis.
- Sommige genen kleine verandering grote gevolgen en andersom. Grote verandering in dna
kleine gevolgen.
- Spontane mutaties zorgen voor genetische variatie
- Varianten die leiden tot verminderde voortplanting …..
- Nieuwere varianten kunnen een voordeel hebben. De allelen zorgen voor meer kans op
overleven. En dus meer nakomelingen.
- Basisregel evolutie; overerfbaarheid van (genen) eigenschappen.
- Mutatie; het spontane ontstaan van gen varianten
- Natuurlijke selectie van varianten die zorgen voor
- Mutaties zijn random.
- Natuurlijke selecties zijn niet random, gebaseerd op aangepastheid aan omgeving.
- Eigenschappen die verworven worden door gebruik worden niet genetisch aan de volgende
generatie doorgegeven
- Fitness betekent het vermogen
Van zenuwcel naar zien en bewegen:
1. Van oog naar de hersenen
2. Rustpotentiaal:
3. Depolarisatie:
4. Hoe meet je het?
5. Actiepotentiaal- van zien naar bewegen
1. Van oog naar de hersenen
Via thalamus naar vc. Hoe ver de zenuwsignalen komen.
3