Seminarium gedragstherapie – Deeltentamen 5 – Beknopte
samenvatting
Korrelboom H2 + H16
Hoofdstuk 2
1990: Toenemende integratie cognitieve en gedragstherapie
Gedragstherapie: eind jaren ‘50
- Tegenbewegomg op bewustzijnspsychologie moeten spiegelen
aan natuurwetenschappen
- Behaviorisme: observeerbare prikkels en observeerbaar gedrag –
bestuderen van gedachten is ‘onwetenschappelijk’
- Pavlov: klassieke conditionering methoden om angst te reduceren
o Wolpe: systematische desensitisatie (SD): confrontatie
met CS nieuwe S-R koppeling tussen voorheen gevreesde
prikkel en een nieuwe reactie vervangt de oude S-R relatie
- Skinner: operante conditionering therapeutische interventies,
belang van gewenste gedragingen. Vb: token economies
- Mowrer: tweefactorentheorie vicieuze cirkel van angst en
vermijding
- Orthodoxe behaviorisme wordt verlaten: niet-waarneembare O-
factoren tussen stimulus (S) en gedrag (R) in
neobehavioristisch S-O-R model
o O eerst vooral biologische en motivationele toestanden
(honger, dorst, vermoeidheid)
o Later: cognitivisme oa ook cognities +
persoonskenmerken
- Relational frame theory (RFT): verklaring voor complexiteit van
menselijk gedrag zoeken in bijzondere eigenschappen van taal
- Lazarus: breed-spectrum-gedragstherapie uitgaan van wat
praktisch leek te werken ipv wat theorietisch was voorgeschreven
- ‘Ontmantelingstudies’ welke onderdelen van de therapeutische
interventies noodakelijk voor verandering ‘uitgeklede’
geprotocolleerde interventies toepassen evidence based therapie
Cognitieve therapie
- Ellis: Rational Emotive Behavior Therapy (REBT)
o Niet open voor wetenschappelijk onderzoek
o Interactionele stijl: overreding + confrontatie stimuleren
tot andere interpretaties
- Beck: cognitieve therapie adhv cognitieve schema’s
o Open voor wetenschappelijk onderzoek
o Interactionele stijl: socratisch dialoog inzicht bij patient
zelf in disfunctionele gedachten
- Overeenkomsten REBT en cognitieve therapie:
, o Psychoanalytisch: gaan ervanuit dat foutieve/disfunctionele
interpretaties ten grondslag liggen aan veel soorten
psychopathologie
o Zoekschema’s en therapeutische procedurse ontwikkeld om
deze interpretaties en schema’s op te zoeken. Corrigeren
stoornis = verholpen
- Meichenbaum: cognitieve gedragsmodificatie (CGM)
o Ontwikkeld binnen gedragstherapie en het S-O-R schema
o Bewustwording + verandering van cognities, niet begrijpen en
onderzoeken van de betekenis
o Functie van gedachten belangrijker dan onderzoekeen van
betekenis en juistheid
Cognitieve schemamodel van Beck
- Schema’s: kennisstructuren die helpen ervaringen te ordenen en te
begrijpen geven richting aan de manier waarop men met die
ervaring omgaat
- Kernopvattingen: onvoorwaardelijk + algemeen geldig
o Zijn rigide corrigerende ervaringen nauwelijks van invloed
o Therapie: opbouwen + testen van nieuwe functionele
kernopvattingen
o Persoonlijkheidspathologie: hoge activiteit van disfunctionele
kernopvattingen + ontbreken van alternatieve functionele
kernopvattingen of schema’s
- Intermediaire opvattingen: type redenering dat het gedrag van
mensen binnen bepaalde omstandigheden stuurt
o Conditioneel: als… dan…
Voorspellend: voorspellen van het daadwerkelijk
optreden van bepaalde gevolgen (als … er is, dan
gebeurt er…)
Interpreterend/evaluatief: impliciete of referentiele
evaluatie (als … het geval is, dan betekent dat…)
o Instrumenteel: leefregels of motto’s
- Automatische gedachten: rechtstreeks navraagbaar
o Vertrekpunt: emotionele ractie op automatische gedachten
o Rechtstreeks toegankelijk voor introspectie daarna samen
hypothesen vormen over over de samenhang van de
problematiek in termen van intermediaire en kernopvattingen
o Thought catching: achterhalen welke automatische
gedachten/beelden je had bij een bepaalde emotionele reactie
o Betekenisgevend: wat je denkt, ga je ook doen
o Betekenisnemend: wat je al voelt, ga je ook denken
o Denkfouten/disfunctionele denkstijlen
Selectief waarnemen
Negatief denken
Zwart-wit denken
Generaliseren
Gedachtelezen
samenvatting
Korrelboom H2 + H16
Hoofdstuk 2
1990: Toenemende integratie cognitieve en gedragstherapie
Gedragstherapie: eind jaren ‘50
- Tegenbewegomg op bewustzijnspsychologie moeten spiegelen
aan natuurwetenschappen
- Behaviorisme: observeerbare prikkels en observeerbaar gedrag –
bestuderen van gedachten is ‘onwetenschappelijk’
- Pavlov: klassieke conditionering methoden om angst te reduceren
o Wolpe: systematische desensitisatie (SD): confrontatie
met CS nieuwe S-R koppeling tussen voorheen gevreesde
prikkel en een nieuwe reactie vervangt de oude S-R relatie
- Skinner: operante conditionering therapeutische interventies,
belang van gewenste gedragingen. Vb: token economies
- Mowrer: tweefactorentheorie vicieuze cirkel van angst en
vermijding
- Orthodoxe behaviorisme wordt verlaten: niet-waarneembare O-
factoren tussen stimulus (S) en gedrag (R) in
neobehavioristisch S-O-R model
o O eerst vooral biologische en motivationele toestanden
(honger, dorst, vermoeidheid)
o Later: cognitivisme oa ook cognities +
persoonskenmerken
- Relational frame theory (RFT): verklaring voor complexiteit van
menselijk gedrag zoeken in bijzondere eigenschappen van taal
- Lazarus: breed-spectrum-gedragstherapie uitgaan van wat
praktisch leek te werken ipv wat theorietisch was voorgeschreven
- ‘Ontmantelingstudies’ welke onderdelen van de therapeutische
interventies noodakelijk voor verandering ‘uitgeklede’
geprotocolleerde interventies toepassen evidence based therapie
Cognitieve therapie
- Ellis: Rational Emotive Behavior Therapy (REBT)
o Niet open voor wetenschappelijk onderzoek
o Interactionele stijl: overreding + confrontatie stimuleren
tot andere interpretaties
- Beck: cognitieve therapie adhv cognitieve schema’s
o Open voor wetenschappelijk onderzoek
o Interactionele stijl: socratisch dialoog inzicht bij patient
zelf in disfunctionele gedachten
- Overeenkomsten REBT en cognitieve therapie:
, o Psychoanalytisch: gaan ervanuit dat foutieve/disfunctionele
interpretaties ten grondslag liggen aan veel soorten
psychopathologie
o Zoekschema’s en therapeutische procedurse ontwikkeld om
deze interpretaties en schema’s op te zoeken. Corrigeren
stoornis = verholpen
- Meichenbaum: cognitieve gedragsmodificatie (CGM)
o Ontwikkeld binnen gedragstherapie en het S-O-R schema
o Bewustwording + verandering van cognities, niet begrijpen en
onderzoeken van de betekenis
o Functie van gedachten belangrijker dan onderzoekeen van
betekenis en juistheid
Cognitieve schemamodel van Beck
- Schema’s: kennisstructuren die helpen ervaringen te ordenen en te
begrijpen geven richting aan de manier waarop men met die
ervaring omgaat
- Kernopvattingen: onvoorwaardelijk + algemeen geldig
o Zijn rigide corrigerende ervaringen nauwelijks van invloed
o Therapie: opbouwen + testen van nieuwe functionele
kernopvattingen
o Persoonlijkheidspathologie: hoge activiteit van disfunctionele
kernopvattingen + ontbreken van alternatieve functionele
kernopvattingen of schema’s
- Intermediaire opvattingen: type redenering dat het gedrag van
mensen binnen bepaalde omstandigheden stuurt
o Conditioneel: als… dan…
Voorspellend: voorspellen van het daadwerkelijk
optreden van bepaalde gevolgen (als … er is, dan
gebeurt er…)
Interpreterend/evaluatief: impliciete of referentiele
evaluatie (als … het geval is, dan betekent dat…)
o Instrumenteel: leefregels of motto’s
- Automatische gedachten: rechtstreeks navraagbaar
o Vertrekpunt: emotionele ractie op automatische gedachten
o Rechtstreeks toegankelijk voor introspectie daarna samen
hypothesen vormen over over de samenhang van de
problematiek in termen van intermediaire en kernopvattingen
o Thought catching: achterhalen welke automatische
gedachten/beelden je had bij een bepaalde emotionele reactie
o Betekenisgevend: wat je denkt, ga je ook doen
o Betekenisnemend: wat je al voelt, ga je ook denken
o Denkfouten/disfunctionele denkstijlen
Selectief waarnemen
Negatief denken
Zwart-wit denken
Generaliseren
Gedachtelezen