Moot Court 2018 – Staats- en bestuursrecht
Naam: -
Studentnummer: -
Werkgroep: 14C
Casus: dierenwinkel, casus 2
Partij: Emma Damsteeg
Docent: -
Datum: 17-04-2018
, Inleiding
1. Op 11 december 2017 is de politie bij de dierenwinkel van Damsteeg
binnengevallen. Op de zolder van de bovenwoning, die Damsteeg verhuurde, is
een wietplantage aangetroffen die ontmanteld wordt. Door de dierenarts ter
plaatse is een veterinair rapport opgesteld waarin is vastgelegd dat de knaagdieren
licht zijn verwaarloosd. Damsteeg wordt aangehouden. Wegens brandgevaar wil
de energieleverancier Greenchoice de stroom afsluiten.
2. Ten gevolge van het afsluiten van de stroom, zouden de reptielen en de vissen het
niet overleven. De toezichthouder van de NVWA weet de energieleverancier
Greenchoice ervan te overtuigen om de stroomvoorziening nog even in stand te
houden. Later heeft Greenchoice alsnog besloten over te gaan tot het afsluiten van
de stroom.
3. Damsteeg ontvangt een brief waarin staat dat de RVO op 20 december 2017
besloten heeft tot toepassing van de spoedbestuursdwang op 12 december. De
toepassing van de spoedbestuursdwang heeft plaatsgevonden in overleg met de
toezichthouder. De RVO heeft naar aanleiding van dit gesprek besloten dat de
dierenwinkel direct moest worden ontruimd in het kader van de zorgplicht.
4. Damsteeg maakt bezwaar tegen dit besluit en neemt een advocaat onder de arm.
Haar besluit wordt op 22 januari 2018 ongegrond verklaard door het
bestuursorgaan.
5. Enige tijd later, op 7 maart 2018, gaat Damsteeg met de beslissing op bezwaar
naar Mr. E.R. Bordewijk (haar advocate destijds). Bordewijk is verrast over de
genomen beslissing en stelt dezelfde dag nog beroep in bij de rechtbank. Zij heeft
zelf nooit de beslissing op bezwaar ontvangen.
PAGINA 1