Samenvatting- hoofdstuk 24 – De anatomie, de bouw van het zenuwstelsel
Boek: Neurologie voor verpleegkundige
Blz.: 305 t/m 313
Het zenuwstelsel wordt ingedeeld in een centraal en een perifeer zenuwstelsel.
Het perifere zenuwstelsel wordt gevormd door de uitlopers van de zenuwcellen die
binnen het centrale zenuwstelsel zijn gelegen en die de verbinding vormen met de
organen die onder controle staan van het zenuwstelsel (spieren en klieren) of met
organen die informatie van buitenaf of uit het inwendige van het lichaam aan het
centraal zenuwstelsel verschaffen (de zintuigen en de sensibiliteit).
Er kan onderscheid worden gemaakt tussen het willekeurige of bewuste, ook wel
somatische zenuwstelsel, waarin zich processen afspelen die wij ons bewust zijn en
die aan onze wil onderhevig zijn.
- Autonome zenuwstelsel = vegatieve of onwillekeurige zenuwstelsel.
- Regeling van de hartactie, de ademhaling, de activiteit van het maagdarmkanaal, de
urine producerende organen en voortplantingsorganen.
24.1 – Het centraal zenuwstelsel
Het centrale zenuwstelsel is dat deel dat binnen de benige bescherming van de
schedel en het wervelkanaal ligt. Het omvat de grote hersenen, de kleine
hersenen en het ruggenmerg
Bestaat uit zenuwcellen (neuronen) en steunweefsel (gliacellen). De neuronen
hebben uitlopers, de neurieten en dendrieten, die de neuronen in het centrale
zenuwstelsel onderling verbinden.
24.1.1 – De hersenen
De hersenen zijn opgebouwd uit de grote hersenen, de hersenstam de kleine
hersenen (cerebellum).
1. De grote hersenen
Bestaan uit twee helften of hemisferen.
Aan iedere hemisfeer kun je aantal kwabben of polen onderscheiden:
- De frontaalkwab (voorhoofdskwab)
- De temporaalkwab (slaapbeenkwam)
- De pariëtaalkwab (wandbeenkwab)
- De occipitaalkwab (achterhoofdskwab)
Aan de oppervlakte van de hersenen zie je groeven (of sulci, enkelvoud sulcus). Het
gebied tussen twee sulci heet een winding (of gyrus).
- Aan de zijkant = grote sulcus lateralis, ook wel fissuur van Sylvius genoemd, die de
frontaalkwab van de temporaalkwab scheidt.
- Loodrecht op de fissuur van sylvius zie je sulcus centralism ook wel de fissuur van
Roland geheten. gyrus precentralis benoemd en omvat het hersengebied dat zeer
belangrijk is voor de bewegingen, terwijl het gebied achter deze sulcus de gyrus
postcentralis wordt genoemd belang voor sensibiliteit.
Hemisfeer bestaat uit grijze en witte substantie.
De grijze substantie vormt de buitenste laag – ligt als een schil over de hemisfeer =
hersenschors (of cortex cerebri) genoemd. Bestaat vooral uit neuronen.
De witte substantia bestaat grotendeels uit de uitlopers van de neuronen, de
zenuwvezels of axonen.
Boek: Neurologie voor verpleegkundige
Blz.: 305 t/m 313
Het zenuwstelsel wordt ingedeeld in een centraal en een perifeer zenuwstelsel.
Het perifere zenuwstelsel wordt gevormd door de uitlopers van de zenuwcellen die
binnen het centrale zenuwstelsel zijn gelegen en die de verbinding vormen met de
organen die onder controle staan van het zenuwstelsel (spieren en klieren) of met
organen die informatie van buitenaf of uit het inwendige van het lichaam aan het
centraal zenuwstelsel verschaffen (de zintuigen en de sensibiliteit).
Er kan onderscheid worden gemaakt tussen het willekeurige of bewuste, ook wel
somatische zenuwstelsel, waarin zich processen afspelen die wij ons bewust zijn en
die aan onze wil onderhevig zijn.
- Autonome zenuwstelsel = vegatieve of onwillekeurige zenuwstelsel.
- Regeling van de hartactie, de ademhaling, de activiteit van het maagdarmkanaal, de
urine producerende organen en voortplantingsorganen.
24.1 – Het centraal zenuwstelsel
Het centrale zenuwstelsel is dat deel dat binnen de benige bescherming van de
schedel en het wervelkanaal ligt. Het omvat de grote hersenen, de kleine
hersenen en het ruggenmerg
Bestaat uit zenuwcellen (neuronen) en steunweefsel (gliacellen). De neuronen
hebben uitlopers, de neurieten en dendrieten, die de neuronen in het centrale
zenuwstelsel onderling verbinden.
24.1.1 – De hersenen
De hersenen zijn opgebouwd uit de grote hersenen, de hersenstam de kleine
hersenen (cerebellum).
1. De grote hersenen
Bestaan uit twee helften of hemisferen.
Aan iedere hemisfeer kun je aantal kwabben of polen onderscheiden:
- De frontaalkwab (voorhoofdskwab)
- De temporaalkwab (slaapbeenkwam)
- De pariëtaalkwab (wandbeenkwab)
- De occipitaalkwab (achterhoofdskwab)
Aan de oppervlakte van de hersenen zie je groeven (of sulci, enkelvoud sulcus). Het
gebied tussen twee sulci heet een winding (of gyrus).
- Aan de zijkant = grote sulcus lateralis, ook wel fissuur van Sylvius genoemd, die de
frontaalkwab van de temporaalkwab scheidt.
- Loodrecht op de fissuur van sylvius zie je sulcus centralism ook wel de fissuur van
Roland geheten. gyrus precentralis benoemd en omvat het hersengebied dat zeer
belangrijk is voor de bewegingen, terwijl het gebied achter deze sulcus de gyrus
postcentralis wordt genoemd belang voor sensibiliteit.
Hemisfeer bestaat uit grijze en witte substantie.
De grijze substantie vormt de buitenste laag – ligt als een schil over de hemisfeer =
hersenschors (of cortex cerebri) genoemd. Bestaat vooral uit neuronen.
De witte substantia bestaat grotendeels uit de uitlopers van de neuronen, de
zenuwvezels of axonen.