Samenvatting- hoofdstuk 10 – Beroerte (of herseninfarct)
Boek: Neurologie voor verpleegkundige
Blz.: 125 t/m 156
10.1 – Oorzaken van een beroerte
Gevolg van een doorbloedingsstoornis in de hersenen.
Vaak het gevolg van een vaatafsluiting door een trombose, een embolie of een
trombo-embolie.
De meeste voorkomende oorzaak voor die beschadiging is atherosclerose.
In de slagaders van de hersenen kan dat aanleiding zijn voor een beroerte, in de
kransslagaders van het hart voor een hartinfarct en in de aorta en in de slagaders
naar de benen kan het de oorzaak zijn van slecht lopen (claudicatio)
Atherosclerose begint met de vorming van zogenaamde ‘fatty streaks’ op de
binnenbekleding van de bloedvaten.
Trombose
Wanneer plaques door ophoping van de vetachtige massa meer en meer gaat
zwellen, kan de binnenbekleding van het bloedvat scheuren en ontstaat er een
onregelmatige plek. Het gebied achter de trombus ontvangt geen bloed meer en er
ontstaat een infarct. (Trombose van de hersenvaten zijn vaak niet de oorzaak van
een herseninfarct).
Trombo-embolie
Micro-embolie – kleine stukjes van de trombus laten los en geven aanleiding tot TIA’s
terwijl grotere embolieën een herseninfarct veroorzaken.
Embolie
Is een stukje dat van een trombus afbreekt en in de bloedbaan wordt meegevoerd om
elders in een bloedvat een afsluitend propje te vormen.
Vaatontstekingen
Voornamelijk bij niet-infectieuze aard.
Ziekte van reumatoïde artritis en polyarteriitis nodosa.
Homocysteïnurie
In de eiwitstofwisseling is homocysteïne een tussenproduct bij de omzetting van het
aminozuurmethionione in cysteïne.
Wanneer deze omzetting niet of onvolledig plaatsvindt, dan geeft dat aanleiding tot
een verhoging van het homocysteïnegehalte in het bloed, waardoor het risico op een
beroerte vijf keer zo groot is.
10.2 De hersencirculatie en de gevolgen van een vaatafsluiting
Perfusiedruk = het verschil tussen de (toevoerende) arteriën en de (afvoerende)
venen.
In de hersenen wordt de perfusiedruk mede bepaald door de intracraniële druk, die
onder normale omstandigheden geringe (0-10 mmHg), maar onder pathologische
omstandigheden (hersenoedeem) van grote invloed kan worden.
Autoregulatie
Vaatverwijding (vasodilatatie) en vaatvernauwing (vasoconstrictie)
Hoe hoger de bloeddruk, hoe sterker de doorbloeding en omgekeerd.
Koolzuur, het eindproduct van de stofwisselingsketen, stemt de circulatie af op de
behoefte.
Boek: Neurologie voor verpleegkundige
Blz.: 125 t/m 156
10.1 – Oorzaken van een beroerte
Gevolg van een doorbloedingsstoornis in de hersenen.
Vaak het gevolg van een vaatafsluiting door een trombose, een embolie of een
trombo-embolie.
De meeste voorkomende oorzaak voor die beschadiging is atherosclerose.
In de slagaders van de hersenen kan dat aanleiding zijn voor een beroerte, in de
kransslagaders van het hart voor een hartinfarct en in de aorta en in de slagaders
naar de benen kan het de oorzaak zijn van slecht lopen (claudicatio)
Atherosclerose begint met de vorming van zogenaamde ‘fatty streaks’ op de
binnenbekleding van de bloedvaten.
Trombose
Wanneer plaques door ophoping van de vetachtige massa meer en meer gaat
zwellen, kan de binnenbekleding van het bloedvat scheuren en ontstaat er een
onregelmatige plek. Het gebied achter de trombus ontvangt geen bloed meer en er
ontstaat een infarct. (Trombose van de hersenvaten zijn vaak niet de oorzaak van
een herseninfarct).
Trombo-embolie
Micro-embolie – kleine stukjes van de trombus laten los en geven aanleiding tot TIA’s
terwijl grotere embolieën een herseninfarct veroorzaken.
Embolie
Is een stukje dat van een trombus afbreekt en in de bloedbaan wordt meegevoerd om
elders in een bloedvat een afsluitend propje te vormen.
Vaatontstekingen
Voornamelijk bij niet-infectieuze aard.
Ziekte van reumatoïde artritis en polyarteriitis nodosa.
Homocysteïnurie
In de eiwitstofwisseling is homocysteïne een tussenproduct bij de omzetting van het
aminozuurmethionione in cysteïne.
Wanneer deze omzetting niet of onvolledig plaatsvindt, dan geeft dat aanleiding tot
een verhoging van het homocysteïnegehalte in het bloed, waardoor het risico op een
beroerte vijf keer zo groot is.
10.2 De hersencirculatie en de gevolgen van een vaatafsluiting
Perfusiedruk = het verschil tussen de (toevoerende) arteriën en de (afvoerende)
venen.
In de hersenen wordt de perfusiedruk mede bepaald door de intracraniële druk, die
onder normale omstandigheden geringe (0-10 mmHg), maar onder pathologische
omstandigheden (hersenoedeem) van grote invloed kan worden.
Autoregulatie
Vaatverwijding (vasodilatatie) en vaatvernauwing (vasoconstrictie)
Hoe hoger de bloeddruk, hoe sterker de doorbloeding en omgekeerd.
Koolzuur, het eindproduct van de stofwisselingsketen, stemt de circulatie af op de
behoefte.