Samenvatting hoofdstuk 5 - Bloedvaten
Boek: Interne geneeskunde
Blz. 164 t/m 189
5.2 - Artherosclerose
Is een ziektebeeld dat in de volksmond bekend staat onder de term aderverkalking;
dit is echter niet juist.
De afwijking is gelokaliseerd in de slagaders en ten tweede betreft het niet uitsluitend
verkalking maar zijn er ook andere stoffen bij betrokken.
Artherosclerose ontstaat wanneer zich door beschadiging van endotheel vet ophoopt
in de vaatwand.
Arteriosclerose wordt een groep van aandoeningen beschreven die worden
gekenmerkt door een degeneratie, verdikking en verhardingen van een of meer lagen
van de arteriewand.
Artherosclerose wordt min of meer gereserveerd voor aandoeningen die vooral de
intima (binnenste laag) van de grote en mindergrote slagaders aantast.
5.2.1 - Oorzaken
De drie belangrijkste en niet te beïnvloeden factoren zijn leeftijd, geslacht en
familiaire belasting.
Tot de overige risicofactoren behoren vooral hypertensie, diabetes mellitus, roken
(vooral van sigaretten), hoog cholesterolgehalte in het bloed en overgewicht.
Opvallend is dat de laesie in de intima (binnenste laag) meestal gelegen is aan een
zijde van het lumen, terwijl de tegenovergestelde zijde gezond is gebleven.
De plaque belemmert de bloedstroom, maar het ontstaan ervan is traag, zodat zich
collateralen kunnen vormen.
Een acute afsluiting wordt meestal veroorzaakt door een scheur aan de rand van de
artheromateuze plaque, met trombosevorming als gevolg.
5.2.3 - Eiwitkopppeling
Cholesterol circuleert in de bloedbaan gekoppeld aan eiwitten.
Low-density lipoproteïne LDL Stimuleert de afzetting van cholesterol in de intima
van de vaat, met als gevolg een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.
High-density lipoproteïne HDL Verwijdert het cholesterol van de vaatwand en heeft
daardoor een beschermede werking. = moet dus hoog zijn.
Het HDL-cholesterol daalt onder invloed van zaken als roken, weinig
lichaamsbeweging, overgewicht en sommige geneesmiddelen.
Ratio = de verhouding tussen het totaal- en HDL-cholesterol.
5.2.4 - Grenswaarden en gevaren
In Nederland hanteert men 6,5 mmol/l als grenswaarde.
De meeste hebben een waarde die ligt tussen de 3 en 5 mmol/l - dat heeft hij geen
verhoogd risico (mits het HDL-cholesterol niet te laag is).
Tot 8 mmol/l = lichtverhoogde waarde en > 8 mmol/l = sterk verhoogde waarde
Licht verhoogde waarde wordt meestal veroorzaakt door een matige tot slechte
voeding.
Sterk verhoogde waarde zijn vaak erfelijk (familiaire hypercholesterolemie)
Het cholesterolgehalte, voornamelijk LDL-cholesterol, ligt meestal tussen 7,5 - 16
mmol/l, matig tot extreem verhoogd.
Boek: Interne geneeskunde
Blz. 164 t/m 189
5.2 - Artherosclerose
Is een ziektebeeld dat in de volksmond bekend staat onder de term aderverkalking;
dit is echter niet juist.
De afwijking is gelokaliseerd in de slagaders en ten tweede betreft het niet uitsluitend
verkalking maar zijn er ook andere stoffen bij betrokken.
Artherosclerose ontstaat wanneer zich door beschadiging van endotheel vet ophoopt
in de vaatwand.
Arteriosclerose wordt een groep van aandoeningen beschreven die worden
gekenmerkt door een degeneratie, verdikking en verhardingen van een of meer lagen
van de arteriewand.
Artherosclerose wordt min of meer gereserveerd voor aandoeningen die vooral de
intima (binnenste laag) van de grote en mindergrote slagaders aantast.
5.2.1 - Oorzaken
De drie belangrijkste en niet te beïnvloeden factoren zijn leeftijd, geslacht en
familiaire belasting.
Tot de overige risicofactoren behoren vooral hypertensie, diabetes mellitus, roken
(vooral van sigaretten), hoog cholesterolgehalte in het bloed en overgewicht.
Opvallend is dat de laesie in de intima (binnenste laag) meestal gelegen is aan een
zijde van het lumen, terwijl de tegenovergestelde zijde gezond is gebleven.
De plaque belemmert de bloedstroom, maar het ontstaan ervan is traag, zodat zich
collateralen kunnen vormen.
Een acute afsluiting wordt meestal veroorzaakt door een scheur aan de rand van de
artheromateuze plaque, met trombosevorming als gevolg.
5.2.3 - Eiwitkopppeling
Cholesterol circuleert in de bloedbaan gekoppeld aan eiwitten.
Low-density lipoproteïne LDL Stimuleert de afzetting van cholesterol in de intima
van de vaat, met als gevolg een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.
High-density lipoproteïne HDL Verwijdert het cholesterol van de vaatwand en heeft
daardoor een beschermede werking. = moet dus hoog zijn.
Het HDL-cholesterol daalt onder invloed van zaken als roken, weinig
lichaamsbeweging, overgewicht en sommige geneesmiddelen.
Ratio = de verhouding tussen het totaal- en HDL-cholesterol.
5.2.4 - Grenswaarden en gevaren
In Nederland hanteert men 6,5 mmol/l als grenswaarde.
De meeste hebben een waarde die ligt tussen de 3 en 5 mmol/l - dat heeft hij geen
verhoogd risico (mits het HDL-cholesterol niet te laag is).
Tot 8 mmol/l = lichtverhoogde waarde en > 8 mmol/l = sterk verhoogde waarde
Licht verhoogde waarde wordt meestal veroorzaakt door een matige tot slechte
voeding.
Sterk verhoogde waarde zijn vaak erfelijk (familiaire hypercholesterolemie)
Het cholesterolgehalte, voornamelijk LDL-cholesterol, ligt meestal tussen 7,5 - 16
mmol/l, matig tot extreem verhoogd.